Nieuws

 
   
Er is in dit land helemaal geen shariarechtbank
geplaatst: 8 juli 2009
Stel: ‘shariarechtbanken’ in Nederland bestaan wél. Is dat verboden? Nee. Want er zijn ook joodse en katholieke ‘rechtbanken’.
 
Door Maurits Berger

De commotie van vorige week rondom sharia-rechtbanken in Engeland, die zelfs tot Kamervragen heeft geleid, doet sterk denken aan het pandemonium over de ‘invoering van sharia’ in Canada in 2004. Het woord ‘sharia’ blijkt voldoende te zijn om mensen de stuipen op het lijf te jagen.

Laten we eerst vaststellen dat shariarechtbanken in Nederland niet bestaan. Hoogstens gaan moslims voor sommige problemen en geschillen naar een imam, of raadplegen zij internet.

Maar stel dat de rechtbanken er wel zouden zijn. Men zegt dan te vrezen voor parallelle vormen van conflictbeslechting in Nederland. Maar die bestaan al. Is dat verboden? Neen. Is het wenselijk? Daarover zijn de meningen verdeeld, maar het is wel onderdeel van onze democratische rechtsstaat.

In West-Europese landen is immers altijd al sprake van twee systemen: rechtbanken die uitspraak doen over de wet en andere geschillencommissies die door mensen op basis van vrijwilligheid worden gebruikt. Het gaat dan om arbitrage (zoals in de bouw), mediation (zoals bij echtscheidingen) of religieuze ‘rechtbanken’(zoals katholieken en joden die hebben).

Deze geschillencommissies hebben hun eigen regels en hun eigen ‘rechters’, en dienen als alternatief voor de gewone rechtbank.

Dus zelfs áls de moslimgemeenschap in Nederland shariarechtbanken zou willen, kan hun dat moeilijk ontzegd worden. Want katholieken en joden hebben ook hun eigen rechtbanken. En daar gelden ook regels die indruisen tegen de Nederlandse rechtsorde: van de katholieken mag je niet scheiden en bij de joden heeft de vrouw toestemming nodig van de man om te mogen scheiden.

Deze vrijheid van religie heeft wel grenzen. Steniging, uithuwelijken van minderjarigen, handen afhakken: uitvoering van deze testamentische en koranische regels is absoluut verboden. Maar religieuze rechtbanken gaan vooral over kwesties van huwelijksrecht voor volwassenen. Als die zich vrijwillig willen onderwerpen aan religieuze regels die bijvoorbeeld de ongelijkheid van man en vrouw stellen, dan is dat hun religieuze vrijheid, zoals ook de SGP die mag uitdragen.

Een ander probleem is het woord ‘rechtbank’: door te spreken van shariarechtbanken is het alsof zij dezelfde rechtsmacht hebben als gewone rechtbanken. Dat is in Nederland niet het geval. De Nederlandse rechter zal religieuze huwelijken en echtscheidingen niet erkennen, alleen het burgerlijke huwelijk.

Maar dat de wet het niet erkent wil niet zeggen dat de wet het verbiedt. Men mag dus wel degelijk religieus trouwen en scheiden. Alleen heeft de rechter daar geen boodschap aan. Net zo min als de rechter een boodschap heeft aan Anton Heyboer die met vier vrouwen leefde, of communes die er vrije seksuele omgangsvormen op na houden.

De katholiek is dan gescheiden volgens de wet, maar blijft gehuwd volgens kerkelijk recht, evenals het joodse stel gescheiden kan zijn voor de wet, terwijl de vrouw nog wacht op toestemming van haar man om ook volgens joods recht gescheiden te zijn.

Het naast elkaar bestaan van wereldlijke en religieuze rechtspraak leidt vaak tot begripsverwarring. In het geval van een shariarechtbank, bijvoorbeeld, zal de vraag of polygamie is toegestaan in de islam bevestigend worden beantwoord. Dat betekent niet dat het ook mag volgens de nationale wet van het land waar men woont. Maar als men een vraag voorlegt aan een religieus instituut krijgt men ook een religieus antwoord.

Verwarrend in deze kwestie is voorts dat in Angelsaksische rechtssystemen, zoals in Groot-Brittannië en Canada, de geschillenbeslechting in familiekwesties de vorm kan aannemen van door de staat erkende arbitrage. Dat betekent dat de uitspraak van de religieuze arbitragecommissie wel wordt erkend door de rechtbank. Dit was bijvoorbeeld het geval in de Canadese staat Ontario, waar joodse en christelijke arbitragecommissies hun eigen wetten toepasten.

Dat was jarenlang het geval, totdat de moslims in 2004 hetzelfde wilden doen. Toen werden opeens de tekortkomingen van het systeem belicht. Er werden kanttekeningen geplaatst bij de ‘vrijwilligheid’ waarmee religieuze partijen zich tot deze arbitragecommissies zouden wenden. Op zich terecht. Onterecht was echter dat dit alles werd gezien als een exclusief islamitisch probleem. De moslims wilden niet meer dan wat al lang werd gedaan door andere religieuze gemeenschappen in Ontario.

Ditzelfde verschijnsel dreigt zich nu in Nederland voor te doen. Want als moslims ons systeem van parallelle religieuze geschillenbeslechting zouden navolgen en er dus ‘shariarechtbanken’ ontstaan, zou de verontwaardiging groot zijn. Op zichzelf is dat misschien terecht, maar men moet zich dan wel de vraag stellen waarom alle zorg zich alleen op hen richt.

Het is dan van tweeën één: of de moslims wordt toegestaan hetzelfde te doen wat hun religieuze collega’s al eeuwen doen, of het gehele systeem van religieuze rechtspraak moet ontmanteld worden.

Het gaat er dus niet om dat moslims iets typisch islamitisch doen wat op eigen merites beoordeeld moet worden. Nee, zij volgen de begane paden van de maatschappij waarin zij leven en moeten dus naar nationaal geldende maatstaven beoordeeld worden. Daar ontbreekt het nogal eens aan.

Maurits Berger is in Leiden hoogleraar islam in het Westen.

NRC.nl
8 juli 2009 

 


Doorsturen

|


Print

|

1852 keer geprint
4684 keer gelezen

|

Ander nieuws

Nieuws toesturen