|
12:40
Den Haag | Dhoehr
gebedstijdMiddel 13gebedstijd
Middel 7
06:22
Middel 6
08:24
Middel 5
12:40
Middel 2
14:21
Middel 4
16:41
Middel 3
18:36
Alle gebedstijden
De islam: een compleet geloof

 

 

Alle lof zij Allah en vrede en zegeningen zij met Zijn Boodschapper Mohammed

Allah zegt in de Koran (interpretatie van de betekenis):

“Vandaag heb ik jullie godsdienst voor jullie vervolmaakt en heb ik Mijn gunst voor jullie volledig gemaakt en heb ik de Islam voor jullie als godsdienst gekozen”     (Soerat al-Maa’idah: 3)

In dit vers, dat geopenbaard is tijdens de afscheidsbedevaart van de Profeet (vrede zij met hem), verkondigt Allah, de Verhevene, dat Hij dit geloof van ons heeft voltooid en daarmee ook een eind heeft gemaakt aan de reeks opeenvolgende Profeten. Ook geeft Hij te kennen dat Hij tevreden en voldaan is met de Islam als geloof voor Zijn dienaren. Daarom zegt Hij ook geen ander geloof dan de Islam te zullen accepteren (interpretatie van de betekenis):

“En wie er een andere godsdienst dan de Islam zoekt: het zal niet van hem aanvaard worden en hij behoort in het Hiernamaals tot de verliezers”                                 (Soerat Aali cimraan: 85)

“Voorwaar, de (enige) Godsdienst bij Allah is de Islam”                              (Soerat Aali cimraan: 19)

Dit vers is tevens het bewijs dat het voltooien van dit geloof en het openbaren van de Islamitische regelgevingen geluk en zaligheid met zich meebrengt zowel aangaande het wereldse leven als in het Hiernamaals. Daarom zegt Allah (interpretatie van de betekenis):

“Wie het goede doet, man of vrouw, en hij gelooft: Voorwaar, aan hem schenken Wij een goed leven. En Wij zullen hen zeker belonen met hun beloning, volgens het beste dat zij plachten te doen.”                                                                                                               (Soerat An-Nahl: 97)

Op basis van het voorafgaande kunnen wij zeggen dat alles wat de mens nodig heeft in dit wereldse leven en in het Hiernamaals door de Islam uiteen is gezet en duidelijk is gemaakt. Wij zullen dit dan ook aan de hand van een aantal voorbeelden nader verklaren:

1.       at-Tawhied:

Als wij de Koran nagaan, dan valt ons op dat at-Tawhied op te delen is in drie categorieen:

a.   Tawhied ar-Roeboebiyyah; oftewel, de Eenheid van Allah inzake Zijn Heerschappij. Deze vorm van Tawhied is één die met de natuurlijke aanleg waargenomen kan worden. Allah zegt (interpretatie van de betekenis):

“En als je hen vraagt: ,,Wie heeft jullie geschapen, dan zouden zij werkelijk antwoorden: ,,Allah.”                                                                                                (Soerat az-Zoekhroef: 87)

En het feit dat Fircauwn (de Farao) deze vorm van Tawhied heeft verloochend is het gevolg van zijn hoogmoedheid en niet-werkelijke onwetendheid. Allah zegt (interpretatie van de betekenis):

“En zij ontkenden ze (de tekenen van Allah), hoewel zij zelf ervan overtuigd waren, uit onrechtvaardigheid en hoogmoed ”                                                          (Soerat an-Naml: 14)

     Omdat deze vorm van Tawhied vanzelfsprekend is, zien wij dat de verzen die hieromtrent zijn geopenbaard een interrogatief (vragenderwijs) karakter hebben. Zo zegt Allah:

,,Is er twijfel over Allah, de Schepper van de hemelen en de aarde?”                 
                                                                                                                      
(Soerat Ibraahiem: 10)

Ook zegt Allah (interpretatie van de betekenis):

,,Zeg:,,Zal ik een andere Heer dan Allah zoeken, terwijl Hij de Heer van alle zaken is?”                                                                                                              (Soerat al-Ancaam: 164)

Deze vorm van Tawhied heeft niets kunnen betekenen voor de ongelovigen, omdat zij de Eenheid van Allah inzake aanbidding niet in acht namen.

Allah zegt (interpretatie van de betekenis):,,En de meeste van hen geloven niet in Allah zonder deelgenoten aan Hem toe te kennen”                                                           (Soerat Yoesoef: 106)

“Weet dat Allah de zuivere aanbidding toekomt. En degenen die naast Hem beschermers nemen (zeggende):,,Wij aanbidden hen slechts opdat zij ons zo dicht mogelijk tot Allah brengen.” Voorwaar, Allah zal tussen hen rechtspreken”                        (Soerat az-Zoemar: 3)

b.    Tawhied al-Oeloehiyyah; oftewel, de Eenheid van Allah inzake aanbidding. In het kader van deze vorm van Tawhied, brak de strijd los tussen de Profeten en hun volkeren. Deze vorm van Tawhied is de reden waarom Profeten werden gezonden, en datgene wat middels deze Tawhied wordt meegedeeld is namelijk het aanbidden van de enige ware God.

Deze vorm van Tawhied is namelijk gebaseerd op twee grondslagen die tevens terug te vinden zijn in het geloofsgetuigenis:

1.   Het zinsdeel “Er is geen God”: dit houdt in dat een dienaar afstand neemt van alles dat naast Allah aanbeden wordt. Dit zinsdeel wordt ook wel het ontkenningsdeel genoemd.

2.    Het zinsdeel “Behalve Allah”: Dit houdt in dat een dienaar zijn Heer alleen aanbidt door middel van daden die door Allah zijn vastgesteld. Dit zinsdeel wordt het bevestigingsdeel genoemd.

De meeste verzen in de Koran spreken voornamlijk over deze vorm van Tawheed. Allah zegt (interpretatie van de betekenis):

“En voorzeker, Wij hebben aan iedere gemeenschap een Boodschapper gezonden (die zei) : ,,Aanbidt Allah en houdt afstand van Thagoet.”                         (Soerat an-Nahl: 36)

“En Wij stuurden niet één van de Boodschappers vóór jou, of Wij openbaarden aan hem dat er geen andere god dan IK is, aanbidt mij daarom.”           (Soerat al-Anbiyaa’:25)

c.     Tawheed Al-Asmaa’ was-Sifaat: oftewel, de Eenheid van Allah inzake namen en eigenschappen. Ook deze vorm van Tawhied is gebouwd op twee grondslagen:

1.       Allah verheffen boven het hebben van gelijkenissen met de Eigenschappen van Zijn schepselen.

2.       Het geloven in alle Eigenschappen die Allah aan Zichzelf heeft toegekend of door de Profeet (vrede zij met hem) aan Hem zijn toegekend. En deze Eigenschappen aannemen zoals deze vermeld staan in de bronnen zonder af te wijken van hun ware betekenissen, want Allah is Degene die Zichzelf het beste kent. Allah zegt:

“Zeg:,,Weten jullie het beter of Allah?”                                (Soerat al-Baqarah: 140)

De regels ten opzichte van deze vorm van Tawhied zijn reeds door Allah bepaald. Zo zegt Hij geen gelijkenis met zijn schepselen te tonen (interpretatie van de betekenis):

“Niets is aan Hem gelijk.”

Maar tegelijkertijd kent hij Eigenschappen aan Zichzelf toe (interpretatie van de betekenis):

,, En Hij is de Alhorende, de Alziende.”                                  (Soerat ash-Shoeraa: 11)

Wat betreft de hoedanigheid van deze Eigenschappen, daar kunnen wij niets over zeggen vanwege onze beperkte kennis. Allah zegt (interpretatie van de betekenis):

“Hij weet wat vóór hen is en wat achter hen is, en zij kunnen Hem met kennis niet omvatten”                                                                          (Soerat Taa Haa: 110)

2. Vermaning:

Alle geleerden zijn het er overeens dat Allah geen betere vermaning en terechtwijzing heeft nedergezonden dan de vermaning van observatie en kennis. Dit betekent dat een persoon bewust is van de Allesoverheersende Observatie en Allesomvattende Kennis van Allah. Dit kunnen wij het beste middels het volgende voorbeeld toelichten: stel je leeft in een land waar een moordlustige koning regeert en ten dienste van deze koning staan een aantal beulen die gespecialiseerd zijn in het afhakken van hoofden. Zal iemand zich er aan wagen om deze koning tegen te spreken. Absoluut niet…!! Iedereen zal vol vrees de instructies van deze koning volgen, hopend daarmee in aanmerking te komen voor zijn genade en zijn straf te vermijden. Maar waarom vrezen wij Allah dan niet? Terwijl Hij de allergrootste Machthebber, de Onvergelijkelijke Observeerder en de Bezitter is van de meest gruwelijke bestraffingen. Dus Hij heeft meer recht op onze vrees dan anderen?

Ook heeft Allah te kennen gegeven in de Koran welke wijsheid precies achter Zijn schepping zit; namelijk het op de proef stellen van Zijn schepselen. Hij zegt (interpretatie van de betekenis): 

“En Hij is Degene die de hemelen en de aarde heeft geschapen in zes dagen en Zijn Troon was op het water, om te beproeven wie van jullie de beste daden verricht”              (Soerat Hoed: 7)

Dit vers maakt ook gelijk duidelijk wat er bedoeld wordt met de volgende woorden van Allah (interpretatie van de betekenis):

“En ik heb de Djinn en de mens slechts geschapen om Mij te aanbidden”
                                                                                                                (Soerat adh-Dhaariyaat: 56)

Dus de wijsheid van de schepping is het onderzoeken van hoe gewillig de schepselen de geboden van hun Heer opvolgen. En willen wij hierin slagen dan zouden wij terug moeten grijpen op de overlevering van Djibriel (vrede zij met hem), die tot onze onderrichting dient, waarin Djibriel de Profeet (vrede zij met hem) de volgende vraag stelt: ,,Bericht mij over (de betekenis van) Ihsaan.” – en met al-Ihsaan (goedertierenheid) wordt datgene bedoeld wat aanleiding is geweest om de schepping tot stand te brengen – Uit het antwoord van de Profeet (vrede zij met hem) dat hierop volgde blijkt dat al-Ihsaan namelijk die Allesoverheersende Observatie en Allesomvattende Kennis van Allah is. Hij zei: ,,Dat je Allah aanbidt alsof je Hem ziet en als je Hem niet ziet, dan ziet Hij jou wel.”

Daarom vind je op elke bladzijde van de Koran wel een verwijzing naar deze Observatie en Kennis van Allah. Allah zegt (interpretatie van de betekenis):

“En voorzeker, Wij hebben de mens geschapen en Wij weten wat zijn innerlijke hem influistert en Wij zijn dichter bij hem dan zijn halsslagader”                                             (Soerat Qaaf: 16-18)

“En jouw Heer ontgaat geen stofdeeltje op de aarde en (in) de hemel; en er is niets kleiners dan dat en niets groters, of het staat in een duidelijk Boek”                           (Soerat Yoenus: 61)

“Weet, zij (de huichelaars) wenden hun borsten af om zich voor hem te verbergen. Zelfs wanneer zij zich met hun kleren bedekken. Weet Hij (Allah) wat zij verbergen en wat zij openlijk doen. Voorwaar, Hij is Alwetend over wat er in de harten is.”                (Soerat Hoed: 5)

3. Het verschil tussen goede daden en andere daden

Uit de Koran valt op te maken dat een daad aan drie voorwaarden moet voldoen, wil deze door Allah aanvaard worden. Als één van deze drie voorwaarden ontbreekt, dan zal de pleger geen voordeel bij deze daad hebben op de Dag des Oordeels.

1.       De daad moet in overeenstemming zijn met datgene waarmee de Profeet (vrede zij met hem) is gekomen. Allah zegt (interpretatie van de betekenis):

“En wat de boodschapper jullie geeft, neemt dat; en wat hij jullie verbiedt,  onthoudt
         jullie daarvan.”
                                                                                       (Soerat al-Hashr: 7)

“Wie de boodschapper gehoorzaamt, hij gehoorzaamt waarlijk Allah. En wie zich afkeert: Wij hebben jou niet als toezichthouder over hen gezonden”
                                                                                                           (Soerat an-Nisaa’ : 80)

“Zeg (O Mohammed):,,Als jullie van Allah houden. Volg mij dan: Allah zal dan van jullie houden en jullie zonden vergeven.”                                              (Soerat Aali cImraan: 31)

2.       De daad moet gebaseerd zijn op zuivere toewijding en voornemens. Allah zegt:

“Zij werden niets anders bevolen dan Allah met zuivere intentie te  aanbidden”       
                                                                                                                 (Soerat al-Bayyinah: 5)

“Zeg:,,Voorwaar, ik ben bevolen om Allah te aanbidden, Hem zuiver aanbiddend.”                                                                                                          (Soerat az-Zoemar: 11)

3.       De daad moet op een wezenlijke goede caqiedah (geloofsleer) berusten. Allah zegt:

“En hij die goede daden verricht en een gelovige was, hoeft niet bang te zijn voor
         onrecht en verlies”
                                                                                   (Taa Haa: 112)

Dus als voorwaarde geldt dat degene die deze goede daad verricht een gelovige dient te zijn. En daarom zegt Allah over de ongelovigen (interpretatie van de betekenis):

“En wij wenden Ons tot de daden die zij hebben verricht en Wij maken die tot verstrooid stof”                                                                             (Soerat al-Foerqaan: 23)

              “Zij zijn degenen voor wie er in het Hiernamaals niets dan de Hel is, en vruchteloos is  
              wat zij daarin (op aarde) verrichtten. En wat zij plachten te doen is verloren  
              gegaan”
                                                                                                  (Soerat Hoed: 16)

4. Maatschappelijke betrekkingen

Hierin spant de Islam de kroon en stemt zeker tot tevredenheid. Allah draagt zelfs  Zijn Profeet Mohammed (vrede zij met hem) op zich als volgt te gedragen jegens zijn gemeenschap:

“En wees bescheiden en nederig tegenover wie jou van de gelovigen volgen”                                                                                                  (Soerat ash-Shoecaraa’ : 215)

“En het was dankzij de Barmhartigheid van Allah dat jij zacht met hen was. En als je streng en hardvochtig was geweest, dan waren zij rondom jou uiteengegaan.”                                                                                                           (Soerat Aali cImraan: 159)

Vervolgens wordt de gemeenschap gelast zich volgzaam te gedragen jegens de leiders. Allah zegt (interpretatie van de betekenis):

“O jullie gelovigen, gehoorzaamt Allah en gehoorzaamt de boodschapper en degenen onder jullie die met gezag bekleed zijn.”                                            (Soerat an-Nisaa’ : 59)

Daarna wordt het individu aanwijzingen gegeven omtrent zijn omgang met zijn vrouw en kinderen. Allah zegt (interpretatie van de betekenis):

“O jullie die geloven, behoedt jullie zelf en jullie gezinsleden voor de Hel.”                                                                                                              (Soerat at-Tahriem: 6)

Ook stelt de Wetgever richtlijnen op betreffende de onderlinge betrekkingen waarin individuen tot elkaar staan binnen een maatschappij. Allah zegt (interpretatie van de betekenis):

“Allah beveelt rechtvaardigheid en het goede en het geven aan de verwanten en Hij verbiedt de zedeloosheid en het verwerpelijke en de opstandigheid. Hij onderricht jullie, hopelijk zullen jullie je laten vermanen. ”                                    (Soerat an-Nahl: 90)

“O jullie die geloven, vermijdt veel van de kwade vermoedens. Voorwaar, een deel van de kwade vermoedens zijn zonden. En bespioneert elkaar niet en spreekt geen kwaad over elkaar in elkaar’s afwezigheid.”                                          (Soerat al-Hoedjoeraat: 12)

“O jullie die geloven, laat een volk niet een ander volk beledigen, het kan zijn dat zij (die beledigd worden) beter zij dan hen, en laat sommige vrouwen geen andere vrouwen beledigen ”                                                                    (Soerat al-Hoedjoeraat: 11)

“ Voorwaar, de gelovigen zijn elkaar’s broeders, sticht daarom vrede tussen   jouw broeders. En vreest Allah. Hopelijk zullen jullie begenadigd worden”                                                                                       (Soerat al-Hoedjoeraat: 10)

En aangezien iedere gemeenschap onderhevig is aan wrijvingen en onenigheden die zich voordoen tussen de verschillende individuen, heeft de Islam van tevoren een aantal oplossingen gedefineerd om deze geschillen op te lossen. Zo leert de Islam ons bijvoorbeeld kwaad met goed te vergelden. Allah zegt (interpretatie van de betekenis):

“Aanvaard de verontschuldiging en roep op tot het behoorlijke en wend je af van de onwetenden”                                                                                     (Soerat al-Acraaf:  199)

“Weer het slechte af met het beste. Wij weten het beste wat zij toeschrijven.                                                                                (Soerat al-Moe’minoen: 96)

“En het goede en het kwade zijn niet gelijk: beantwoord (het kwade) met wat beter is, dan zal degene met wie je in vijandschap leefde als een oprechte vriend worden”

“Maar dit wordt slechts gegeven aan degenen die geduldig zijn en dit wordt slechts gegeven aan de bezitter van een geweldig geluk”                        (Soerat Foessilat: 34-35)

5. Economische betrekkingen

Ook dit soort betrekkingen zijn niet onopgemerkt aan de leer van de Islam voorbijgegaan. Zo valt uit de verschillende teksten op te maken dat dit soort betrekkingen binnen de Islam gebouwd zijn op twee grondslagen:

1.                   Het winnen van geld moet op een eerlijke manier gebeuren.

2.                   Het uitgeven van dit geld moet gecontroleerd gebeuren.

In de Koran vinden wij verschillende verzen die ons aansporen tot het winnen van geld op een gepaste wijze. Allah zegt (interpretatie van de betekenis):

“En wanneer de shalât is beëindigd, verspreidt jullie dan op de aarde en zoekt de gunst van Allah, en gedenkt Allah veelvuldig. Hopelijk zullen jullie welslagen.                 (Al-Djoemoecah: 10)

“Er rust op jullie geen zonde als jullie (tijdens de Haddj) een gunst van jullie Heer zoeken. Wanneer jullie dan ‘Arafâh verlaten, gedenkt dan Allah bij de Masj’ar al-Harâm (te Moedzdalifah) en gedenkt Hem omdat Hij jullie geleid heeft, terwijl jullie daarvoor tot dwalenden behoorden".                                                                              (Soerat al-Baqarah: 198)

“Degenen die van de rente eten zullen niet anders opstaan als degene die opstaat en door de Satan tot bezetenheid is geslagen. Dat is omdat zij zeggen: “De handel is te vergelijken met rente.” Maar Allah heeft de handel toegestaan en de rente verboden. En wie nadat de vermaning van zijn Heer tot hem is gekomen stopt: voor hem is wat hij al heeft, zijn zaak is aan Allah, maar wie het herhaalt: zij zijn de bewoners van de Hel, zij zijn daarin eeuwig levenden”                                                                                                     (Soerat al-Baqarah: 275)

“O jullie die geloven, als jullie Allah vrezen, zal Hij jullie een onderscheidingsvermogen geven en jullie slechte daden uitwissen en jullie vergeven. En Allah is de Bezitter van de Geweldige Gunst”                                                                                                               (Soerat al-Anfaal: 29)

Daarnaast vinden wij in diezelfde Koran verzen die ons opdragen zuinig en spaarzaam te zijn met het uitgeven van onze bezittingen. Allah zegt (interpretatie van de betekenis):

“En maak je hand niet vastgebonden aan je nek, en strek hem niet uit met de hele uitstrekking, want dan wordt je (gierigheid of spilzucht) verweten en spijtig” 
                                                                                                                         (Soerat al-Israa’ : 29)

“En degenen die, wanneer zij besteden, niet overdrijven en niet gierig zijn, maar het midden daartussen houden”                                                                                      (Soerat al-Forqaan: 67)

“Zij vragen jou over de wijn en het kansspel. Zeg: “In beide is grote zonde en nut voor de mensen, maar de zonde in beide is groter dan hun nut.” En zij vragen jou wat zij aan bijdragen moeten geven. Zeg: “Wat jullie kunnen missen.” Zo maakt Allah voor jullie de Tekenen duidelijk, hopelijk zullen jullie nadenken”                                                                    (Soerat al-Baqarah: 219)

6. Verwarde harten

De Koran zegt over sommige harten dat zij verstrooid en verward zijn; Allah zegt (interpretatie van de betekenis):

hun harten zijn verdeeld”                                                                               (Soerat al-Hashr: 14)

Vervolgens wordt de reden bekend gemaakt waarom deze harten in verwaring verkeren, Hij zegt:

“Zij bestrijden jullie niet gezamenlijk, behalve in versterkte steden of van achter muren. Hun onderling geweld is hevig, jullie denken dat zij een eenheid vormen, maar hun harten zijn verdeeld. Dat is omdat zij een volk zijn dat niet begrijpt”                               (Soerat al-Hashr: 14)

Het verhelpen van dit probleem zit hem in het volgen van de Openbaring, want alleen aan de hand van de Goddelijke Openbaring zal een persoon voordelen en baten verwerven. Voordelen die hij met zijn beperkte verstand niet kan behalen. Allah zegt:

“En wie dood was, en die Wij daarna tot leven brachten en voor wie Wij een licht maakten, waarmee hij onder de mensen rondgaat, is hij te vergelijken met hem die in de duisternissen verkeert, waar hij nimmer uit kan komen? Zo wordt voor de ongelovigen schoonschijnend gemaakt wat zij plachten te doen”                                                              (Soerat al-Ancaam: 122)

Dit vers laat zien dat het licht van het geloof de dode harten weer levend maakt en de mensen leiding geeft en van alle druk en onzekerheden bevrijd. Allah zegt (interpretatie van de betekenis):

“Allah is de Helper van degenen die geloven, Hij voert hen van de duisternis naar het licht. En degenen die ongelovig zijn: hun helpers zijn de Thaghoets, zij voeren hen van het licht naar de duisternis. Diegenen zijn de gezellen van de Hel, zij zullen daar eeuwig levenden zijn
                                                                                                                              
(Al-Baqarah: 257)

“Is hij dan, die voortkruipt met zijn gezicht over de grond, beter geleid dan hij die rechtop op het rechte Pad loopt?”                                                                                     (Soerat al-Moelk: 22)

7. De goede gedragscode

De goede gedragscode is een belangrijk onderdeel van het geloof en degene die zich deze gedragscode eigen maakt geniet een hoogstaande positie binnen de Islam. Zo geeft de Profeet (vrede zij met hem) te kennen dat tussen de goede gedragscode en het geloof een onlosmakelijk verband bestaat, hij zei namelijk: “De gelovige met het meest complete geloof is diegene die in het bezit is van de beste gedragscode.”

Ook zien wij dat Allah, de Verhevene, Zijn Profeet (vrede zij met hem) hemelhoog prijst vanwege zijn nobele gedragscode. Hij zegt namelijk (interpretatie van de betekenis):

“En voorwaar, jij beschikt over een hoogstaand karakter”                            (Soerat al-Qalam: 4)

Ibnoe Taymiyyah zegt: “Met de term ‘hoogstaand karakter’ wordt gedoeld op alle aspecten van het geloof. Ook is dit karakter van Mohammed (vrede zij met hem) een verklarende uitlegging van de Koran, zoals cAa’ishah te kennen geeft in een overlevering waarin zij zegt: “Zijn (Mohammed’s) karakter was (een afspiegeling van) de Koran.” 

Ook zegt Ibnoel-Qayyim: “De goede gedragscode staat voor het hele geloof, de ware geloofsovertuiging en alle islamitische wetgevingen.”

Deze gedragscode beperkt zich binnen de Islam niet tot een systeem van denkbeelden of hypothesen, maar vertaalde zich in de tijd van de Profeet (vrede zij met hem) ook naar de praktijk. De Profeet (vrede zij met hem) was de eerste die deze regels tot uitvoer bracht om daarmee een voorbeeld te stellen voor anderen. Dit stimuleerde vervolgens de metgezellen om zijn voorbeeld te volgen en resulteerde uiteindelijk in de beste gemeenschap die ooit is voortgekomen.

En vrede en zegeningen zij met de Boodschapper van Allah.