|
06:24
Den Haag | Fadjr
gebedstijdMiddel 13gebedstijd
Middel 7
06:24
Middel 6
08:27
Middel 5
12:41
Middel 2
14:20
Middel 4
16:39
Middel 3
18:35
Alle gebedstijden
Bewijzen voor het dragen van de Hidjaab

Vraag:

Kunt u mij alstublieft voorzien van citaten van Koranverzen en overleveringen waarin het belang van de Hidjaab voor vrouwen benoemd wordt?

Antwoord:

Alle lof zij Allah.

Verzen die te maken hebben met de Hidjaab zijn:

1. Allah zegt (interpretatie van de betekenis):

“En zeg tegen de gelovige vrouwen dat zij hun blikken moeten neerslaan en over hun geslachtsdelen (d.w.z. over hun kuisheid) moeten waken, en (dat zij) hun schoonheid niet (moeten) onthullen, behalve datgene wat daar zichtbaar van is. En (laat) hen hun (hoofd)sluiers (d.w.z. hun Hidjaabs) over hun kraagopening (d.w.z. over hun hals en borst) heen slaan en niets van hun schoonheid onthullen, behalve aan hun echtgenoten, of hun vaders, of de vaders van hun echtgenoten, of hun zonen, of de zonen van hun echtgenoten, of hun broers, of de zonen van hun broers, of de zonen van hun zussen, of hun vrouwen (d.w.z. hun moslimzusters), of wat hun rechterhand bezit (d.w.z. hun slavinnen), of (hun) volgers (d.w.z. degenen die hun achterna komen voor eten) onder de mannen die geen geslachtsdrang hebben, of de kinderen die geen oog hebben voor de intieme delen van vrouwen. En laat hen niet met hun voeten stampen, zodat datgene wat zij aan schoonheden verhullen, niet prijs zal worden gegeven. En toon allen berouw aan Allah, o gelovigen, opdat jullie succesvol zullen zijn.”

(Soerat an-Noer: 31)

2. Allah zegt (interpretatie van de betekenis):

“O Profeet (Mohammed), zeg tegen jouw echtgenotes en jouw dochters en de echtgenotes van de gelovigen dat zij hun Djilbaabs over zich heen dienen te laten hangen. Dat is beter, zodat zij herkend zullen worden en niet lastig worden gevallen. En Allah is Meest Vergevingsgezind, Meest Genadevol.”

(Soerat al-Ahzaab: 59)

3. Allah zegt (interpretatie van de betekenis): “O jullie die geloven, treed de huizen van de Profeet niet binnen, behalve als jullie toestemming is gegeven (om binnen te treden) voor een maaltijd, zonder te (gaan zitten) wachten op (de voorbereiding van) het eten. Maar wanneer jullie uitgenodigd worden, treed dan naar binnen. Wanneer jullie vervolgens hebben gegeten, vertrek dan en blijf (daarna) niet met elkaar praten. Voorwaar, dit kwetst de Profeet, maar hij schaamt zich tegenover jullie (om dit te zeggen). En Allah schaamt Zich niet voor de waarheid. En wanneer jullie hun (d.w.z. de vrouwen van de Profeet) om iets vragen, vraag hun dan van achter een afscherming. Dat is reiner voor jullie harten. En het schikt jullie niet om de Boodschapper van Allah te kwetsen of zijn echtgenotes ooit na hem te huwen. Voorwaar, dit is bij Allah enorm.”

(Soerat al-Ahzaab: 53)

Met betrekking tot de overleveringen zijn er de volgende over dit onderwerp:

1. Het is overgeleverd van Safiyyah bintoe Shaybah dat cAa’ishah zei: “Toen deze woorden werden geopenbaard “En (laat) hen hun (hoofd)sluiers (d.w.z. hun Hidjaabs) over hun kraagopening (d.w.z. over hun hals en borst) heen slaan…”namen zij hun Idhaar (een soort kledingstuk) en scheurden de randen ervan en bedekten zich daarmee.”

(al-Boekhaarie)

“Moge Allah de Moehaadjir vrouwen genadig zijn. Toen Allah de woorden “En (laat) hen hun (hoofd)sluiers (d.w.z. hun Hidjaabs) over hun kraagopening (d.w.z. over hun hals en borst) heen slaan…” openbaarde, scheurden zij het dikste (gedeelte) van hun sloof (een soort kledingstuk) en zij bedekten zich ermee.”

(Aboe Daawoed)

Ibn Hadjar zei in Fath al-Baari: “Er is een verslag van Ibn abie Haatim via cAbdoellaah ibn cOethmaan ibn Khaytham van Safiyyah die dat uitlegt. In het verslag staat: “Wij benoemden de vrouwen van Qoeraysh en hun deugden in het bijzijn van cAa'ishah en zij zei: “De vrouwen van Qoeraysh zijn goed, maar bij Allah, ik heb nog nooit vrouwen gezien die beter zijn dat die van de Ansaar, of iemand die sterker geloofde in het Boek van Allah of meer vertrouwen had in de Openbaring. Toen Soerat an-Noer was geopenbaard: “En (laat) hen hun (hoofd)sluiers (d.w.z. hun Hidjaabs) over hun kraagopening (d.w.z. over hun hals en borst) heen slaan…” kwamen hun mannen naar hen toe en reciteerden wat er was geopenbaard. En er was niet één vrouw onder hen die haar boezelaar (schort) niet ging halen. En de volgende ochtend baden zij gewikkeld alsof er kraaien op hun hoofden waren.

Het is ook duidelijk overgeleverd in de bovenstaande overlevering van al-Boekhaarie waar wij zien dat cAa'ishah (moge Allah tevreden met haar zijn), die ook deskundig en vroom was, hen op deze manier prees en vermeldde dat zij nooit eerder een vrouw had gezien die meer in het Boek van Allah geloofde of meer vertrouwen had in de Openbaring. Dit toont duidelijk aan dat het dragen van de Hidjaab in aanwezigheid van de mannen een daad van geloof in het Boek van Allah en geloof in de Openbaring is. En dat deze betekenis ingeworteld staat in de Soennah, zoals in de overlevering van al-Boekhaarie dat hierboven is geciteerd. Dit behoort tot de sterkste bewijzen dat alle moslimvrouwen verplicht zijn (om het dragen van) de Hidjaab na te leven.”

(Adwaa' ul-Bayaan, boekdeel 6, blz. 594, 595)

2. Het is overgeleverd van cAa'ishah dat de vrouwen van de Profeet (vrede zij met hem) gewoon waren om 's nachts naar al-Manaasic     (een bekende plek nabij al-Baqiec) te gaan om hun behoeftes te doen en cOmar was gewoon om tegen de Profeet (vrede zij met hem) te zeggen: “Laat uw vrouwen zich sluieren.” Maar de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) deed dit niet. Tijdens een nacht, ging Sawdah bintoe Zoemcah naar buiten tijdens de tijd van cIshaa' en zij was een lange vrouw. cOmar riep toen naar haar: “Wij hebben jou herkend, o Sawdah!” hopende dat de Hidjaab geopenbaard werd. Toen openbaarde Allah het vers over de Hidjaab.”

(al-Boekhaarie en Moeslim)

3. Het is overgeleverd van Ibn Shihaab dat Anas zei: “Ik ben de meest deskundige persoon over de Hidjaab. Oebay ibn Kacb vroeg mij erover. Toen de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) met Zaynab bintoe Djahsh trouwde in Medina, had hij mensen uitgenodigd voor een maaltijd nadat de zon opkwam. De Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) zat en sommige mannen zaten om hem heen, nadat de mensen al waren vertrokken. Totdat de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) opstond en een tijdje liep. Ik liep met hem mee tot hij de deur van cAa'ishahs huis bereikte. Toen hij dacht dat zij waren vertrokken, ging hij terug. Ik ging met hem mee en zij zaten daar nog steeds. Hij (vrede zij met hem) ging terug en ik ging terug met hem tot hij de deur van cAa'ishahs huis bereikte. Daarna kwam hij terug en ik kwam terug met hem en de mensen waren vertrokken. Hij trok daarna een gordijn tussen mij en hem en het vers over de Hidjaab was geopenbaard.”

(al-Boekhaarie en Moeslim)

4. Het is overgeleverd van cOerwah dat cAa’ishah zei: “De Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) verrichtte Fadjr en de gelovige vrouwen vergezelden (het gebed) hem, gewikkeld in hun sloof. Daarna gingen zij terug naar hun huizen en niemand herkende hen.

(al-Boekhaarie en Moeslim)

5. Het is overgeleverd dat cAa’ishah zei: “De ruiters passeerden ons toen wij met de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) waren in staat van Ihraam. Als zij dicht bij ons waren, verlaagden wij onze Djilbaabs van onze hoofden over onze gezichten. En als zij gepasseerd waren, onthulden wij ze weer.”

(Aboe Daawoed, Ibn Maadjah,
Geclassificeerd als Sahieh door Ibn Khoezaymah
en door Sheikh al-Albaanie in Kitaab Djilbaab ul-Mar’at il-Moeslimah)

En Allah weet het het beste.

Gebaseerd op een fatwa van Islamqa.com