|
21:42
Den Haag | Maghrib
gebedstijdMiddel 13gebedstijd
Middel 7
03:56
Middel 6
05:36
Middel 5
13:47
Middel 2
17:58
Middel 4
21:42
Middel 3
23:22
Alle gebedstijden
Daden van sjiieten op cAashoeraa’ zijn innovatie

Vraag:

Ik woon in Dubai. Hier wonen een groot aantal sjiieten die beweren dat het slaan op de borst op de 9e en 10e dag van Moeharram een correcte handeling is. Zij beweren dat dit het bewijs is van liefde voor al-Hoesayn (moge Allah tevreden met hem zijn) en de Profeet Yacqoeb (vrede zij met hem). De Sjiieten halen hier de verzen voor aan waarin Yacqoeb huilde (interpretatie van de betekenis):

O wat ben ik toch bedroefd om Yoesoef.” En zijn ogen werden wit van verdriet, en hij werd overmand (door dit verdriet). Zij zeiden: “Bij Allah! U zult nooit ophouden met het gedenken van Yoesoef, totdat u uitgeput raakt of (totdat) u behoort tot degenen die vernietigd zijn.” Hij (Yacqoeb) zei: “Ik doe mijn beklag over mijn zorgen en verdriet slechts bij Allah. En ik weet over Allah wat jullie niet weten.

(Soerat Yoesoef: 84-86)

Kunt u mij verduidelijken of het slaan op de borst een goede of slechte zaak is?

Antwoord:

Alle lof zij Allah.

Wat sommige sjiieten op cAashoeraa’ doen, zoals het slaan op de borst, klappen op de wangen, met kettingen slaan op de schouders en het met zwaarden snijden in hun hoofd om het bloed te laten vloeien, zijn allemaal innovaties. Deze handelingen kennen geen oorsprong in de Islam. Deze zaken zijn slecht en werden verboden door de Profeet (vrede zij met hem). Hij heeft zijn gemeenschap nooit voorgeschreven om zich met zulke zaken bezig te houden bij het overlijden van een leider of het verliezen van een strijder op het Pad van Allah, ongeacht zijn status. Gedurende het leven van de Profeet Mohamed (vrede zij met hem) verkregen meerdere oudere metgezellen het martelaarschap en de Profeet (vrede zij met hem) rouwde vervolgens om het verlies van deze mannen. Mannen zoals Hamzah ibn cAbdil-Moettalib, Zayd ibn Haarithah, Jacfar ibn abie Taalib en cAbdoellaah ibn Rawaahah. Echter heeft de Profeet (vrede zij met hem) nooit deelgenomen aan de zaken die hierboven beschreven staan. Als hierin enige goedheid in zat, dan had de Profeet (vrede zij met hem) het vóór ons al verricht.

Yacqoeb (vrede zij met hem) heeft nooit op zijn borst geslagen, in zijn gezicht gekrast, zijn bloed laten vloeien, of de dag van het verlies van Yoesoef (vrede zij met hem) genomen als een feest- of rouwdag. In plaats hiervan herinnerde hij zich zijn gemiste geliefde en werd hierdoor verdrietig en bedroefd. Dit is iets dat niemand verweten kan worden. Wat verboden is, zijn de zaken die overgenomen zijn van al-Djaahiliyyah (onwetendheid) en die door de Islam worden verboden.

Het is overgeleverd dat cAbdoellaah ibn Mascoed heeft gezegd: “Degene die op zijn wangen slaat, zijn kleding verscheurt of uitnodigt naar de Dacwah van de onwetenden behoort niet tot ons.”

(al-Boekhaarie en Moeslim)

Deze afkeurenswaardige handelingen die de Sjiieten verrichten op de dag van cAshoeraa' kennen geen basis in de Islam. De Profeet (vrede zij met hem) en ook zijn metgezellen deden dit niet. Geen van zijn metgezellen deed dit toen de Profeet (vrede zij met hem) of een ander overleed. Ondanks dat het overlijden van onze geliefde Profeet Mohammed (vrede zij met hem) een grotere impact had dan de dood van al-Hoesayn.

Ibn Kathier (moge Allah hem genadig zijn) zei: “Elke moslim behoort de moord op al-Hoesayn te betreuren. Hij is namelijk één van de geleerden onder de metgezellen en tevens de zoon van de beste dochter van de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem).

Hij was een toegewijde aanbidder en een moedige, gulle man. Echter is er niets goeds in datgene wat de sjiieten doen met het uiten van hun verdriet en rouw, wat overigens ook gedaan kan worden om ermee te pronken. Zijn vader was beter dan hem en hij werd ook gedood. Zij namen zijn dood ook niet als een viering, zoals zij dat doen met de dood van al-Hoesayn. Zijn vader werd gedood toen hij de moskee verliet na het ochtendgebed. Dit gebeurde op een vrijdag, op de 17e dag van de Ramadan in het jaar 40 na de Hidjrah.

Ahl us-Soennah wal-Djamaacah beschouwt cOethmaan als beter dan cAli. Hij werd gedood toen zijn huis belegerd werd gedurende de dagen van at-Tashrieq in Dhoel-Hidjjah in het jaar 36 na de Hidjrah. Zijn keel werd doorgesneden van de ene halsslagader tot de andere. Maar toch hebben de mensen zijn dood niet als jubileum genomen. cOmar ibn ul-Khattaab was beter dan cAli en cOethmaan. Hij werd gedood terwijl hij in de Mihraab stond, het ochtendgebed aan het verrichten was en de Koran reciteerde. Toch hebben de mensen zijn dood vervolgens niet als een jubileum genomen.

Aboe Bakr as-Siddieq was beter dan hen allen. Toch hebben de mensen zijn dood niet als een jubileum genomen. De Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) is de leider van de zonen van Adam in deze wereld en in het Hiernamaals. Allah nam hem tot Zich zoals Hij dit met de voorgaande Profeten ook heeft gedaan. Maar niemand heeft hun sterfdatum genomen als een jubileum, zoals de onwetende Rawaafidh doen op de dag dat al-Hoesayn werd gedood. Het beste dat gezegd kan worden bij de herinnering aan deze en soortgelijke rampen is dat wat al-Hoesayn ibn cAli heeft overgeleverd van zijn grootvader de Profeet (vrede zij met hem) die gezegd heeft: “Er is geen moslim die getroffen wordt door een ramp en wanneer hij zich deze herinnert, ook al is het in het vage en verre verleden, dat hij zegt Innaa lillaahi wa innaa ilayhi Raadjicoen (Voorwaar, tot Allah behoren wij en tot Hem is onze terugkeer). Allah zal hem belonen zoals op de dag dat het hem overkwam.”

(Ahmad en Ibn Maadjah)

(al-Bidaayah wan-Nihaayah, boekdeel 8, blz. 221)

Ook zei hij: “De Rawaafid gingen tot het uiterste in de staat van Banie Boewayh rond het jaar 400 na al-Hidjrah. Op de dag van cAashoeraa' werd er op trommels geslagen in Bagdad en andere steden, werd er zand en stro gestrooid in de straten en markten, een zak werd opgehangen aan de winkels, en de mensen uitten hun verdriet en weenden. Veel van hen dronken die nacht geen water uit sympathie met al-Hoesayn, omdat hij werd gedood toen hij dorst had.”

(al-Bidaayah wan-Nihaayah,boekdeel 8, blz. 221)

De vrouwen gingen onbeschaamd naar buiten, weenden en sloegen zichzelf op hun gezichten en borst. Ook liepen zij blootvoets door de markten en verrichtten zij allerlei andere verwerpelijke innovaties. Met deze acties bestreden zij de staat Banoe Oemayyah omdat hij (Oemayyah) tijdens hun tijdperk werd gedood.

(al-Bidaayah wan-Nihaayah,boekdeel 8, blz. 220)

Op de dag van cAashoeraa' doen de Nawaasib van Syrië het tegenovergestelde van wat de Rawaafidh en sjiieten doen. Zij waren gewoon om graan te koken op de dag van cAshoeraa', de grote wassing te verrichten, zichzelf te parfumeren en hun mooiste kledingstuk te dragen. Zij namen deze dag als cIed (terugkerende feestdag) waarvoor ze allerlei soorten gerechten maakten. Deze dag werd uitbundig gevierd met de intentie om hiermee de Rawaafidh te tergen. Ook wilden zij zich hiermee onderscheiden van hen.

Het vieren van deze dag is een innovatie, net zoals het jaarlijks rouwen op deze dag dat is. Daarom heeft Sheikh ul-Islaam ibn Taymiyah gezegd: “Vanwege de moord op al-Hoesayn (moge Allah tevreden met hem zijn), zorgde de satan ervoor dat de mensen in twee innovaties vervielen. De innovatie van rouw en gejammer op de dag van cAashoeraa' doorhet slaan op de wangen, huilen en het reciteren van loftuitingen. En anderzijds de innovatie van het vieren van deze dag. Sommige rouwen op deze dag, terwijl andere deze dag vieren. Zij beschouwden de dag van cAashoeraa'als een dag voor het dragen van Koehl (soort oogpotlood), het verrichten van de grote wassing, uitgeven omwille van de familie en het bereiden van speciale gerechten. Elke innovatie is een dwaling. Geen van de vier imams van de moslims of enige andere (geleerden) beschouwden één van deze zaken als aanbevolen.”

(Minhaadj us-Soennah, boekdeel 4, blz. 554)

En Allah weet het het best.

Gebaseerd op fatwa van Islamqa.com