De Profeet Mohammed (vrede zij met hem) vertelde over een vrouw die de hel binnenging omdat zij een kat had opgesloten, zonder haar eten of drinken te geven. Eén kat. Eén daad van genadeloze nalatigheid. Dat alleen al was genoeg om haar te veroordelen. In Gaza worden niet katten uitgehongerd, maar mensen. Massaal.
Kinderen met uitpuilende ribben en holle ogen. Moeders die hun baby’s in slaap wiegen op een lege maag. Meer dan anderhalf miljoen zielen – mannen, vrouwen, kinderen, ouderen, zieken en gehandicapten – worden opzettelijk gestraft met het wreedste wapen dat er is: honger.
En dit is geen hongersnood door droogte of voedseltekort. Integendeel, net buiten de grens van Rafah, in Egypte, liggen voorraden opgeslagen waarmee Gaza drie maanden lang gevoed kan worden. Maar de vrachtwagens staan stil, de hulpkonvooien worden tegengehouden en de grenzen blijven gesloten.
De grote vraag is: hoe kan de hele wereld, en met name de buurlanden, niet in staat zijn om deze voedselhulp Gaza binnen te krijgen? Is dit wat we geworden zijn? Een wereld die toekijkt terwijl een volk levend wordt uitgehongerd? Zijn zelfs de zogenaamde “beschaafde” landen nu werkelijk machteloos? Of is het geen onmacht, maar onwil? Is de barmhartigheid uit onze harten gerukt? De Profeet (vrede zij met hem) zei eens tegen een bedoeïen die zijn kinderen nooit kuste: “Wat kan ik doen als Allah de barmhartigheid uit jouw hart heeft weggenomen?”
Wat blijft er over van onze menselijkheid als we dit zien en zwijgen en niets doen? Wat zegt ons geloof waard te zijn, als we geen stem verheffen voor de meest fundamentele vorm van onrecht? Als het hellevuur de straf is voor wie één kat laat verhongeren, wat dan voor wie een hele bevolkingsgroep laat creperen en doodgaan van de honger? Wat dan voor wie het steunt, toekijkt, of had kunnen ingrijpen maar bewust zwijgt en niets doet?
Team al-Yaqeen