O mijn broeder, stel jezelf deze vraag:
“Wanneer ik sterf, welke sporen zal ik achterlaten? Welke goede sporen zal ik na mij achterlaten? Voor welke daden zal ik na mijn dood beloond worden?” Stel jezelf deze vraag.
Span je in zodat je rechtschapen daden en goede sporen achterlaat, waarvan het profijt voor jou blijft voortduren na de dood, die jou beloning brengen terwijl je in je graf bent, en waarvan je vreugde zult ervaren door die vruchten.
En inderdaad, mijn broeders, wij zien dat veel welgestelde mensen sterven, maar geen enkel spoor achterlaten: geen liefdadigheid, geen nuttige daden, helemaal niets. Het komt zelfs voor dat hun erfgenamen hen niet eens gedenken en niets namens hen doen. En dit is een teken van het gebrek aan succes van een persoon. Daarom moet men niet vertrouwen op het idee dat zijn kinderen of familieleden na zijn dood wel iets voor hem zullen doen.
Terwijl hij leeft, moet hij er zelf voor zorgen dat hij goede sporen achterlaat die hem na zijn dood beloning zullen brengen: voortdurende liefdadigheid of andere daden die voordeel opleveren. Goede sporen. Dát is waar wij naar moeten streven, o broeders.
Wij moeten erop toezien zulke sporen achter te laten en ons haasten om dat te doen. Want veel mensen verlangen hiernaar, maar blijven het telkens weer uitstellen. Zij denken dat het leven nog lang zal duren, maar dan wordt zij plotseling door de dood overvallen. En dan krijgen zij spijt. Maar spijt heeft dan geen enkel nut meer. Daarom zei de Profeet (vrede zij met hem): “Het is niet gepast voor een moslim dat hij twee nachten doorbrengt en hij iets heeft dat hij in zijn testament wil opnemen, zonder zijn testament.”
(al-Boekhaarie en Moeslim)
En Ibn ʿOmar (moge Allah tevreden met hem zijn) zei: “Ik ben nooit opgehouden een geschreven testament bij mij te hebben vanaf het moment dat ik dit van de Boodschapper van Allah hoorde.”
Sheikh Saʿd al-Khatlaan
(uitgetikt audiofragment)