Bid twee Rakaʿaat vóór Maghrib

Ik wil eigenlijk aanmoedigen om twee Rakaʿaat (gebedseenheden) vóór Maghrib te bidden.

Ik noem dit als een herinnering voor sommige mensen die na de Adhaan in de moskee blijven zitten en niet opstaan om twee Rakaʿaat te verrichten. Het is niet verplicht. Echter, in een authentieke overlevering zei de Profeet (vrede zij met hem): “Bid twee Rakaʿaat vóór het Maghrib-gebed; bid twee Rakaʿaat vóór het Maghrib-gebed.” En bij de derde keer zei hij (vrede zij met hem): “Voor wie dat wil doen.”

(al-Boekhaarie en Moeslim)

Dus deze zaak, ook al is zij niet verplicht of bindend, wijst op het verlangen en de aanmoediging van de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem).

Het verrichten van een daad die overeenkomt met zijn verlangen is meer waard om geaccepteerd te worden en staat dichter bij rechtschapenheid. De Profeet (vrede zij met hem) noemde deze overlevering, en hij noemde ook een andere overlevering met een vergelijkbare betekenis, zeggende: “Tussen elke twee Adhaans (d.w.z. tussen de Adhaan en de Iqaamah) is er een gebed.”

(al-Boekhaarie en Moeslim)

Hij (vrede zij met hem) bedoelde hiermee, inclusief het Maghrib-gebed, dat er tussen de Adhaan en de Iqaamah een gebed is. Hij herhaalde dit een tweede keer en daarna een derde keer (bedoelend: tussen de twee adhaans) en zei: “Voor wie dat wil.”

(al-Boekhaarie en Moeslim)

Dat betekent: het is niet verplicht. De bedoeling achter het vermelden hiervan is dat wanneer iemand de moskee binnenkomt en al het reguliere Soennah-gebed heeft verricht of Tahiyyat ul-Masdjid heeft gebeden, en vervolgens de Adhaan wordt verricht, hij er dan op gebrand moet zijn – wanneer hij de Adhaan hoort – om uit te voeren waar de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) ons toe heeft opgedragen.

Want de Profeet (vrede zij met hem) leidt slechts naar datgene wat goedheid bevat voor de dienaren.

Als iemand het echter niet bidt, dan is hij niet zondig. Maar hij heeft wel de beloning gemist van datgene waar de Profeet (vrede zij met hem) ons naartoe heeft geleid.

Sheikh Saalih al-Loehaydaan
(uitgetikt audiofragment)