Ramadan, een tijd van vergeving

De Profeet (vrede zij met hem) heeft gezegd: “De vijf dagelijkse gebeden en de vrijdag tot vrijdag en Ramadan tot Ramadan, gelden als een kwijtschelding voor wat ertussen plaatsvindt, zolang grote zonden worden vermeden.”

(Moeslim)

In een andere overlevering: “Zolang je wegblijft van grote zonden”.

(Moeslim)

Dit verklaart de uitspraak van de Profeet (vrede zij met hem): “Zijn voorgaande zonden zullen worden vergeven.”1

(al-Boekhaarie en Moeslim)

Hiermee wordt bedoeld dat deze vergeving betrekking heeft op de kleine zonden, terwijl grote zonden berouw vereisen. Daarvoor is oprecht berouw noodzakelijk.

Allah zegt (interpretatie van de betekenis):

“O jullie die geloven, wendt jullie tot Allah met oprecht berouw.”

(Soerat at-Tahriem: 8)

Oprecht berouw betekent dat iemand spijt voelt over het begaan van de zonde, deze volledig opgeeft, en vastbesloten is er nooit meer naar terug te keren.

Een punt dat men in gedachten moet houden bij het horen van overleveringen over vergeving in Ramadan, is dat Ramadan een tijd van vergeving is. Wat betekent dat? Het betekent dat Ramadan voorbijgaat terwijl veel van de dienaren van Allah vergeving voor hun zonden hebben gekregen. Span je in om tot hen te behoren.

De Profeet (vrede zij met hem): “Moge de neus door het stof gehaald worden van degene die (de maand) Ramadan meemaakt en voor wie deze eindigt zonder dat zijn zonden hem vergeven worden.”

(at-Tirmidhie en correct bevonden door al-Albaanie)

Dit is een groot verlies: dat dit geweldige seizoen van vergeving voor hem aanbreekt en weer voorbijgaat, terwijl hij geen vergeving ontvangt.

Sheikh ʿAbdoer-Razzaaq ibn ʿAbdil-Moehsin al-Badr
(Uitgetypt audiofragment)

1. Aboe Hoerayrah heeft overgeleverd dat de Profeet (vrede zij met hem) heeft gezegd: “Wie (de maand) Ramadan vast, uit geloof (in Allah) en rekenende (op Zijn Beloning), (al) zijn voorgaande zonden zullen vergeven worden.”

(al-Boekhaarie en Moeslim)