Vraag:
Hoe kan iemand die een urinekatheter in de plasbuis heeft zich reinigen en bidden? Moet hij de opvangzak vóór het gebed legen en mag hij gebeden samenvoegen? Wat is de regelgeving omtrent het betreden van de moskee met een opvangzak?
Antwoord:
Alle lof zij Allah. En vrede en zegeningen zij met de Boodschapper van Allah.
Ten eerste;
Een katheter is een buisje dat via de urinebuis of via een opening in de onderbuik wordt ingebracht om urine of ontlasting af te voeren op een andere manier dan normaal, vanwege de medische toestand van de patiënt.
Het op deze manier verwijderen van onreinheid ligt buiten de controle van de patiënt. Dit aangezien hij het niet kan beheersen, en de urine zich vanzelf verzamelt in een zak die de patiënt altijd bij zich draagt. In dit geval stroomt de urine vrijwel voortdurend via de katheter in de opvangzak.
Er zijn twee soorten katheters:
Het eerste type is de intermitterende katheter, waarbij een buis via de urinebuis of de opening van de anus wordt ingebracht om de blaas van urine te legen of de dikke darm van ontlasting te ontdoen. Dit type wordt af en toe gebruikt. Hierover bestaat geen onduidelijkheid, omdat de urine of ontlasting via de gebruikelijke plaatsen naar buiten komt. Het naar buiten komen daarvan wordt op zichzelf beschouwd als een kleine onreinheid, en daardoor wordt de Woedoe’ (rituele wassing) ongeldig. Hiervoor gelden dezelfde regels als voor urine en ontlasting die op de normale manier naar buiten komen, wat betreft reiniging en gebed.
Het tweede type is de verblijfskatheter, waarbij een opening in de buik wordt gemaakt om urine of ontlasting af te voeren. Dit type komt overeen met het eerste type – katheters die via de urinebuis of anus worden ingebracht – in het feit dat urine of ontlasting meestal continu naar buiten komt. Het verschilt echter doordat de onreinheid niet via de gebruikelijke weg wordt afgevoerd; in plaats daarvan komen urine of ontlasting naar buiten via een opening onder of boven de navel.
(al-Mawsoeʿat ul-Fiqhiyyah al-Qadaya al-Moeʿaasirah/Fiqh ul-ʿIbaadaat, blz. 168)
Ten tweede;
Het afvloeien van urine en ontlasting via een verblijfskatheter maakt de Woedoe’ ongeldig, en de patiënt moet voor elk gebed opnieuw Woedoe’ verrichten. Dit volgens de meerderheid van de geleerden.
Al-Babarti al-Hanafi (moge Allah genadig met hem zijn) zei: “Het vrijkomen van onreinheid uit het lichaam van een levend mens maakt de staat van reinheid ongeldig, ongeacht hoe dit gebeurt. Dit volgens onze opvatting. Ook is dit de opvatting van de tien metgezellen aan wie het Paradijs is beloofd, evenals van Ibn Masʿoed, Zayd ibn Thaabit, Aboe Moesa al-Ashʿarie, Aboe Dardaa’ en de eerste Taabiʿien (moge Allah tevreden met hen zijn).”
(Al-ʿInaayah Sharh al-Hidaayah, boekdeel 1, blz. 38)
Ash-Shiraazi (moge Allah hem genadig zijn) zei: “Als de gebruikelijke uitgang geblokkeerd raakt en er een opening in de onderbuik wordt gemaakt, dan wordt de Woedoe’ ongeldig door wat daaruit naar buiten komt. Dit is omdat de mens een uitgang moet hebben waaruit urine en ontlasting naar buiten komen. Dus als de gebruikelijke uitgang geblokkeerd is, wordt deze (opening in de buik) de nieuwe uitgang, en wordt de Woedoe’ ongeldig door wat daaruit naar buiten komt.”
(al-Moehadhdhab fi Fiqh al-Imam ash-Shafaa`i, boekdeel 1, blz.49)
Al-Bahoeti (moge Allah hem genadig zijn) zei: “Wat betreft het vrijkomen van onreinheden uit enig ander deel van het lichaam: als de onreinheid ontlasting of urine is, dan maakt dit de Woedoe’ ongeldig, zelfs als het om een kleine hoeveelheid gaat die onder of boven de buik naar buiten komt, ongeacht of beide gebruikelijke uitgangen open of geblokkeerd zijn. Dit vanwege wat we eerder hebben genoemd over de algemene betekenis van het vers (interpretatie van de betekenis):
“…Of één van jullie komt terug na het doen van de behoefte (toiletgebruik)…”
(Soerat an-Nisaa’: 43)
En de Profeet (zegeningen en vrede van Allah zij met hem) zei: “Behalve in het geval van ontlasting of urine,” omdat dit zaken zijn die gewoonlijk (uit het lichaam) naar buiten komen.”
(Kasshaaf al-Qinaaʿ, boekdeel 1, blz. 124)
Dus wordt het duidelijk dat het vrijkomen van onreinheid via een katheter van welke soort dan ook de Woedoe’ ongeldig maakt, en dat de patiënt onder dezelfde regels valt als iemand die lijdt aan aanhoudende incontinentie die niet stopt. Daarom moet hij Woedoe’ verrichten wanneer de tijd voor elk gebed begint. Daarna mag hij met die Woedoe’ bidden wat hij wil, zowel vrijwillige als verplichte gebeden, en andere vormen van aanbidding verrichten, zolang de tijd voor dat verplichte gebed nog niet is verstreken. Het maakt daarbij niet uit als er in die tijd urine of ontlasting vrijkomt.
Ten derde;
Wat betreft de regel over het verrichten van het gebed wanneer de onreinheid zich in een speciale zak bevindt die aan de aanbidder is bevestigd: omdat patiënten deze zakken soms langdurig moeten gebruiken vanwege een chronische ziekte, of ze zelfs permanent nodig kunnen hebben, geldt dat als het voor hen niet te moeilijk is om de zak te vervangen of te legen wanneer zij zich reinigen voor het gebed, het beter is dat zij deze vervangen of legen, om de onreinheid zoveel mogelijk te verminderen.
Maar als het voor hen te moeilijk is om zich om te kleden of de zak leeg te maken, dan moeten zij bidden zoals zij zijn. Zij hoeven zich niet om te kleden of zelfs de zak niet leeg te maken wanneer zij willen bidden, want Allah, Verheven is Hij, zegt (interpretatie van de betekenis):
“Allah belast een persoon niet boven zijn vermogen.”
(Soerat al-Baqarah: 286)
en
“Vrees daarom Allah voor zover jullie daartoe in staat zijn.”
(Soerat at-Taghaaboen: 16)
(Athar al-Adjhizat at-Tibbiyyah fil-ʿIbaadaat, blz. 140-159)
Al-Hattab (moge Allah hem genadig zijn) zei: “Het wordt in Al-Moedawwanah aanbevolen om dat te vermijden door een doek te gebruiken.”
Sanad zei: “Het is niet verplicht omdat hij dan bidt met het doek terwijl het onreinheid bevat, net zoals hij bidt in zijn kleding.”
Sanad vroeg: “Is het aanbevolen om het doek te vervangen?”
Al-Ibyaanie zei: “Het is aanbevolen om dat vóór het gebed te doen en het te wassen.”
Volgens de mening van Sahnoen is dat niet aanbevolen, en het wassen van de geslachtsdelen is voor hem gemakkelijker dan dat.”
(Mawaahib al-Jalil fi Sharh Moekhtasar Khalil, boekdeel 1, blz. 143)
De Permanente Commissie voor het geven van Fataawa werd iets soortgelijk gevraagd: “Ik ben de imam van een moskee en ik lijd aan darmkanker. De artsen hebben vastgesteld dat de ziekte zich bevindt in het deel van de dikke darm waar ontlasting zich verzamelt, en dat er geen andere optie is dan dit deel te verwijderen. Zij hebben inderdaad de operatie uitgevoerd, de normale uitgang afgesloten en een opening in de buik gemaakt voor de ontlasting. Wij gebruiken dagelijks plastic zakjes die met lijm aan deze opening worden bevestigd, zodat er geen geur, vocht of iets onaangenaams naar buiten komt. Na vierentwintig uur verwijderen we het zakje, maken de opening grondig schoon en bevestigen een nieuw zakje. Ik leid het gebed in de moskee. Is het leiden van het gebed door mij geldig of niet?”
Zij antwoordden: Alle lof zij Allah en zegeningen en vrede zij met Zijn Boodschapper en zijn familie en metgezellen. Vervolgens: Als de situatie is zoals jij hebt beschreven, dan wordt jouw Woedoe’ ongeldig door alles wat aan ontlasting van jou in de zak terechtkomt, of het nu weinig of veel is. Je moet daarom voor elk gebed opnieuw Woedoe’ verrichten, net zoals iemand die last heeft van urine-incontinentie en vrouwen die voortdurend niet-menstruele bloedingen (Istihaadah) hebben. Je hebt een geldig excuus om de zak te dragen tijdens het gebed, ook al bevat deze onreinheid. En ook dat er ontlasting in de zak komt terwijl je aan het bidden bent.”
(Fataawa al-Ladjnat ud-Daa’imah, boekdeel 4, blz.453)
Ten vierde;
Als het samenvoegen van gebeden de patiënt helpt om zich goed te reinigen bij het legen of verwisselen van de zak en het verrichten van Woedoe’, dan is het voor hem toegestaan om gebeden samen te voegen. Zo kan hij Dhoehr en ʿAsr samen bidden, en Maghrib en ʿIshaa’ op het tijdstip van het eerste of het tweede gebed, afhankelijk van wat voor hem het makkelijkst is.
De moeilijkheid als gevolg van ziekte is namelijk een geldige reden om gebeden samen te voegen. De Profeet (zegeningen en vrede van Allah zij met hem) gaf ook toestemming aan een vrouw die leed aan voortdurende niet-menstruele bloedingen (istihaadah) om gebeden samen te voegen.
ʿAa’ishah (moge Allah tevreden met haar zijn) heeft gezegd: “Ten tijde van de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) was er een vrouw die leed aan voortdurende niet-menstruele bloedingen (Istihaadah), en haar werd opgedragen om ʿAsr naar voren te brengen en Dhoehr uit te stellen, en voor beide gebeden samen Ghoesl (grote wassing) te verrichten, en Maghrib uit te stellen en ʿIshaa’ naar voren te brengen en voor beide gebeden samen Ghoesl te verrichten, en Ghoesl te doen voor het Fadjr-gebed.”
(Aboe Daawoed. Authentiek verklaard door al-Albaanie)
Al-Bahoeti (moge Allah hem genadig zijn) zei: “Het is toegestaan om Dhoehr en ʿAsr samen te bidden op het tijdstip van één van beide, en om Maghrib en ʿIshaa’ samen te bidden op het tijdstip van één van beide. Deze vier gebeden mogen worden samengevoegd: Dhoehr en ʿAsr, en Maghrib enʿIshaa’, op het tijdstip van één van de twee gebeden, hetzij het eerste gebed of het latere.
Als het voor de patiënt te moeilijk is om de gebeden niet samen te voegen en dit hem uitput, dan geldt dat de Profeet (zegeningen en vrede van Allah zij met hem) de gebeden heeft samengevoegd zonder dat er sprake was van angst of regen, en volgens een overlevering: zonder dat er sprake was van angst en terwijl hij niet op reis was. Beide overleveringen zijn door Moeslim overgeleverd van Ibn ʿAbbaas, en er is geen andere reden dan ziekte.
Ook is het authentiek overgeleverd dat het toegestaan is voor de vrouw die lijdt aan voortdurende niet-menstruele bloedingen (istihaadah), wat een vorm van ziekte is, om de gebeden samen te voegen. En Ahmad voerde als argument aan dat ziekte zwaarder is dan reizen.”
(Kasshaaf al-Qinaaʿ; boekdeel 2, blz. 5)
En Allah weet het het beste.
Islamqa.com