Noodkreet

8977

In de Naam van Allah de Erbarmer de meest Barmhartige

Een noodkreet tot de geloofsgenoten

Voorwaar, Allah zij alle lof, wij loven Hem, vragen Hem om hulp en om vergiffenis. En wij zoeken toevlucht bij Allah tegen het kwaden van ons innerlijk en tegen onze slechte daden. Wie door Allah wordt geleid, niemand zal hem doen afdwalen en wie Hij doet afdwalen kan door niemand geleid worden. En ik getuig dat er geen god is (die het recht heeft aanbeden te worden) dan Allah en dat Mohammad Zijn Dienaar en Boodschapper is.

Mijn excuses alvast

Beste broeders en zusters, voordat ik mijn verhaal begin wil ik je mijn excuses aanbieden als ik je met dit stuk kwets of als mijn woorden je niet in de smaak vallen. Ik bied mijn excuses aan omdat ik weet dat enkelen van mijn geloofsgenoten anders dan ik zouden denken als het gaat om het onderwerp dat ik in dit stuk wil behandelen. Aan de ene kant word ik wel boos dat de gedachtegang van deze moslims ver van de Soennah is, maar aan de andere kant heb ik medelijden met mijn geloofsgenoten vanwege de onwetendheid waarin zij verkeren. Kortom, mijn excuses alvast!

Verzoek

Mijn verzoek aan jullie, beste broeders en zusters, is om ‘je hoofd te ledigen’ alvorens je doorgaat met het lezen van dit stuk. Als je dit hebt gedaan, plaats dan de Koran en de Soennah aan je rechterzijde, je gezond verstand aan je linkerzijde, jouw verlangen naar het paradijs voor je, jouw afschuw voor de Hel achter je en laat de ruimte boven je hoofd vrij opdat de zegeningen van Allah op je kunnen neerdalen en hef je handen op, gestrekt naar boven, en vraag je Heer het volgende:

“Allaahoemma ariniel-haqqa haqqan warzoeqniet-tibaacah, wa ariniel-baatila baatilan warzoqnie-djtinaabah.”

“O Allah! Laat me de waarheid en de valsheid zien zo dat ik ze van elkaar kan onderscheiden en laat me de waarheid volgen en de valsheid vermijden.” Dit moet natuurlijk diep uit het hart komen. Moge Allah onze smeekbeden verhoren. Amien.

Bezetenheid

Beste broeder en zuster, ik heb een vraag die mij de laatste tijd voortdurend bezighoudt en die, hoewel ik het antwoord daarop weet, toch blijft terugkomen. Deze vraag heeft me bezeten en wil mij niet loslaten. Ik heb mezelf met allerlei voorwendsels proberen te overtuigen dat ik er niets mee te maken heb, maar toch wil mijn geweten mij niet met rust laten. Ik heb mezelf proberen te overtuigen dat het mijn taak niet is om er iets aan te doen en dat mijn capaciteiten niet toereikend zijn, maar toch heb ik er geen rust bij kunnen vinden. Zoekende naar een remedie ben ik uiteindelijk ‘mezelf’ tegengekomen. Hij (mezelf) heeft me gedwongen om dit stuk te schrijven en zei dat dit de enige manier is om van deze bezetenheid af te komen, want dan zou ik mijn plicht hebben gedaan en zou achteraf geen spijt krijgen. In de hoop van mijn bezetenheid af te komen ben ik achter de computer gaan zitten om dit stuk te schrijven. Ik vraag Allah mij bij te staan om mijn broeders en zusters te overtuigen van iets waarmee we allemaal te maken krijgen. Als ik erin slaag dan komt het door Hem want ik ben afhankelijk van Hem in al mijn reilen en zeilen, en als ik er niet in slaag hoop ik tenminste geen spijt te krijgen.

De vraag

Wellicht ben je ook, beste broeder en zuster, door dezelfde vraag bezeten. Als ik aan jou denk krijg ik het gevoel dat je ook… Ik durf zelfs te beweren dat er geen moslim is in Europa of waar dan ook ter wereld die hieraan kan ontkomen, zelfs moslims die te kennen geven dat ze niet meer moslim zijn, want hun naam kunnen ze wel veranderen, maar hun kleur en hun gelaatstrekken blijven altijd aan hun hangen. Achtervolgd door het gevoel van verdacht zijn kan dus niemand van ons achteloos blijven voor deze VRAAG: “Moeten wij blijven zwijgen over de aanslagen waardoor het Westelijke deel van de aardbol de laatste tijd wordt getroffen?”

De vragen

Dit is de moedervraag! Er zijn nog heel veel vragen die direct of indirect met deze vraag te maken hebben, de volgende vragen wil ik nadrukkelijk stellen al zou ik er nu geen antwoord op kunnen geven:

1. Is het in ons voordeel om te blijven zwijgen?

2. Zijn we zo erg als anderen over ons denken?

3. Dragen wij ook bij tot de negatieve beeldvorming over onszelf en ons geloof?

4. Wat doen wij eraan om deze beeldvorming tegen te gaan?

5. Is het Islamitisch om deze aanslagen te plegen?

6. Hebben wij enig voordeel bij deze aanslagen?

7. Zo nee, wat doen wij eraan om onze jongeren tegen de ‘lokkers’ te beschermen?

8. Moeten wij gaan boeten voor wat de Soefahaa’ (de dwazen) onder ons plegen?

9. Wat is onze rol als moslimgemeenschap en als moskeeën in het creëren van veiligheid en een veilig gevoel voor ons en onze Medelanders?

10. Moeten wij als moslimgemeenschap en als moskeeën met de autoriteiten gaan samenwerken om onze jeugd tegen dit soort daden te beschermen?

11. Zo ja, waar zijn dan de grenzen?

12. Of moeten wij ons als moskeeën juist afzijdig houden van dit fenomeen?

13. Wie is uiteindelijk het grootste slachtoffer?

14. En wie…? Wat…? Waarom…? Wanneer?

De antwoorden

Beste broeder en zuster, het is onze taak allemaal om ons bezig te houden met deze vragen en om naar de antwoorden te gaan zoeken. Voor sommige vragen hoef je niet eens lang na te denken of je kunt het antwoord vinden, voor andere moeten de leidinggevenden zich gaan inspannen om tot een oplossing te komen. Maar voor wat betreft de ‘moedervraag’ wil ik tegen iedereen heel hard schreeuwen: “Ik ben het zwijgen zat!” De aanslagen in Casablanca en die in Madrid hebben mijn geduld verdreven en mij tot het uiterste gedreven. Wij moeten wat gaan doen voordat het te laat is, want veiligheid is voor ons allemaal een belangrijk streven. Wat moeten wij dan gaan doen? Het antwoord is simpel: “Wij moeten antwoorden vinden op de bovenstaande vragen”. Moge Allah ons bijstaan. Geprezen is Allah, ik ben niet meer bezeten!

En vrede en zegening van Allah zij met onze Profeet, zijn Familie en zijn Metgezellen.

Uw broeder zorgdrager.

vervolg