Abd Allah ibnoe Hoethaafah en de Ceasar

6750
Dit is het interessante verhaal van de ontmoeting tussen cAbd Allah ibnoe Hathaafah en de keizer van Rome. Dit gebeurde tijdens de Kalifaatschap van cOmar ibn al-Khattaab.

In het negentiende Hidjrah-jaar stuurde cOmar ibn al-Khattaab een leger van moslimstrijders naar het slagveld. cAbd Allah ibnoe Hathaafah was één van de soldaten in dit leger. De Romeinse keizer ontving regelmatig nieuws over de vorderingen van dit leger. Hij wist dat de moslims vastberaden en waarachtige mensen waren die bereid waren om hun leven op te offeren voor Allah. Hij vertelde zijn legers, dat als zij een moslim gevangen hadden genomen, zij deze moesten meenemen naar het hof. Het was de Wil van Allah dat cAbd Allah ibnoe Hathaafah gevangen werd genomen. Zij brachten hem naar het hof van Ceasar en zeiden: “Wij komen met een gevangene die een metgezel is van de Profeet en die één van de eersten was om de Islam te accepteren.”

Toen cAbd Allah ibnoe Hathaafah voor de keizer van Rome werd gebracht, nam de Ceasar hem met een bestuderende blik op en zei: “Ik heb een plan!”

cAbd Allah vroeg hem: “En wat is jouw plan?”

De Ceasar zei: “Ik nodig jou uit om je tot het Christendom te bekeren. Als je dit doet, zal ik je vrijlaten en met de gepaste respect behandelen.”

cAbd Allah ibnoe Hathaafah antwoordde resoluut en op een manier die geen ruimte voor twijfel open liet: “Dit is absoluut onmogelijk! Ik ben van mening dat het duizend keer beter is om te sterven dan in te gaan op jouw uitnodiging.”

De keizer zei: “Ik vind jou een dappere man. Als je mijn uitnodiging accepteert, ben ik zelfs bereid om de heerschappij over mijn keizerrijk met jou te delen.”

De geketende gevangene lachte en antwoordde: “Bij Allah, je hoeft niet de hoop te hebben dat ik maar voor één moment de Islam de rug zal toekeren, zelfs al zou je mij jouw gehele keizerrijk plus het Arabisch schiereiland geven!”

Hierop werd de keizer woedend en begon te schreeuwen dat hij hem zou doden. cAbd Allah ibnoe Hathaafah antwoordde rustig: “Doe maar wat je niet laten kunt.”

De Romeinse keizer gaf het bevel om cAbd Allah ibnoe Hathaafah te doden. Hij gaf de opdracht om hem vast te binden en pijlen werden op zijn handen afgeschoten. Hierna nodigde de Ceasear hem nogmaals uit om het Christendom te accepteren, maar weer weigerde cAbd Allah vastberaden. Nu beval de keizer dat pijlen op zijn voeten werden afgeschoten. Ook dit bevel werd opgevolgd en weer werd hij uitgenodigd om het Christendom te accepteren. Toen dit allemaal niet hielp, gaf de keizer opdracht dat een grote pan met kokende olie gehaald moest worden en cAbd Allah werd losgemaakt. Toen de olie begon te koken, liet de keizer twee andere moslimgevangen brengen. De gevangenen werden bij hem gebracht en de keizer gaf de opdracht om één van hen in de kokende olie te gooien. Op het moment dat de gevangene in de grote pan werd gegooid begon zijn huid los te laten van zijn botten en begon het te bakken.

De keizer keerde zich op dat moment naar cAbd Allah ibnoe Hathaafah en zei: “Zelfs nu nog heb je de kans om je te bekeren tot het Christendom.”

Maar hij weigerde en dit keer met nog meer standvastigheid. De Ceasar had geen andere keus dan hem ook in het kokende olie te gooien. Toen cAbd Allah in de buurt van de kokende olie werd gebracht liepen zijn ogen vol van tranen. De mannen van Ceasar zagen dit en zeiden tegen de keizer dat de gevangene aan het huilen was. De keizer dacht dat dit kwam vanwege de totale paniek die cAbd Allah overkwam.

De Ceasar zei: “Breng hem bij mij.”

Toen cAbd Allah ibnoe Hathaafah bij de Ceasar werd gebracht, nodigde hij hem nogmaals uit tot het Christendom, maar cAbd Allah ibnoe Hathaafah weigerde ook dit keer weer!

Verrast reageerde de keizer: “Waarom huilde je dan?”

cAbd Allah ibnoe Hathaafah zei: “Ik huilde omdat ik spijt had dat ik slechts één leven heb. Ik wenste dat ik duizend levens had die ik voor Allah zou opofferen in die kokende pan van jou.”

De Ceasar stond versteld toen hij dit hoorde en zei: “Goed, ik zal jou vrijlaten als je mijn voorhoofd kust.”

cAbd Allah ibnoe Hathaafah vroeg hem: “Zul je ook de andere moslimgevangenen vrijlaten?”

In zijn verslag over de hele gebeurtenis vertelde cAbd Allah ibnoe Hathaafah dat hij bij zichzelf dacht: “Deze prijs die ik moet betalen om zoveel gevangen moslims vrij te krijgen is niet te groot.” Hij naderde de Ceasar en kuste hem op zijn voorhoofd.” De keizer hield zich aan zijn woord en liet cAbd Allah en de overige gevangenen vrij. Toen cAbd Allah ibnoe Hathaafah zijn vrijheid had verkregen, ging hij zo snel als hij kon naar cOmar ibn al-Khattaab en vertelde hem alles wat er was gebeurt. cOmar ibn al-Khattaab was heel erg blij en zei: “Alle moslims staan in het krijt bij cAbd Allah en het is verplicht voor ons allemaal om hem op zijn voorhoofd te kussen. Ik zal de eerste zijn om dit te doen.” Hierna nam hij de voorhoofd van cAbd Allah in zijn handen en kuste deze.