|
06:20
Den Haag | Fadjr
gebedstijdMiddel 13gebedstijd
Middel 7
06:20
Middel 6
08:21
Middel 5
12:39
Middel 2
14:21
Middel 4
16:42
Middel 3
18:36
Alle gebedstijden
cOemdat oel-Ahkaam: Hadieth 71
عَنْ عَبْدِ اللَّهِ بْنِ عَبَّاسٍ رضي الله عنهما : قَالَ : (( بِتُّ عِنْدَ خَالَتِي مَيْمُونَةَ . فَقَامَ النَّبِيُّ – صلى الله عليه وسلم – يُصَلِّي مِنْ اللَّيْلِ . فَقُمْتُ عَنْ يَسَارِهِ . فَأَخَذَ بِرَأْسِي فَأَقَامَنِي عَنْ يَمِينِهِ )) .
 
cAbdoellah ibnoe cAbbaas (moge Allah tevreden met hem zijn) zegt: “Ik heb de nacht een keer doorgebracht bij mijn tante Maimoenah en ik zag hoe de Profeet (vrede zij met hem) midden in de nacht opstond om het nachtgebed te verrichten. Ik ben toen ook opgestaan en ben aan zijn linkerkant gaan staan. Toen pakte hij mij bij mijn hoofd en bracht mij van zijn linkerkant naar zijn rechterkant.”
(al-Boekhaari en Moeslim)
 
Uit deze overlevering blijkt dat ibnoe cAbbaas ontzettend ijverig was in het vergaren van kennis. Daarom greep hij deze kans die hem geboden werd, namelijk de kans om bij zijn tante Maimoenah te overnachten. Dit deed hij natuurlijk met de bedoeling om het nachtgebed van de Profeet (vrede zij met hem) te mogen aanschouwen en van hem te leren.
 
Zijn tante Maimoenah was natuurlijk de vrouw van de Profeet (vrede zij met hem). Toen ibnoe cAbbaas zag dat de Profeet (vrede zij met hem) opstond, is hij ook opgestaan en is hij aan zijn linkerzijde gaan staan. Maar omdat de rechterkant natuurlijk beter is dan de linderkant en ook voorgetrokken dient te worden op de linkerkant, pakte de Profeet (vrede zij met hem) ibnoe cAbbaas bij zijn hoofd en plaatste hem aan zijn rechterkant.
 
Leerstellingen van deze overlevering:
 
  1. De grote aandacht die cAbdoellah ibnoe cAbbaas had voor het vergaren van kennis.
  2. Dat het toegestaan is voor iemand om te overnachten in het huis van de man van één van zijn vrouwelijke familieleden, als dit natuurlijk geen nadelen met zich meebrengt.
  3. Wanneer één persoon met de imam het gebed verricht, dan dient hij aan zijn rechterkant te staan.
  4. Dat het toegestaan is voor een persoon om zich aan te sluiten bij een andere persoon die het gebed aan het verrichten is, om alsnog al-Djamaacah te vormen.
  5. Dat het toegestaan is om te bewegen als dit natuurlijk ten bate is van de Djamaacah.
  6. Dat het toegestaan is om gezamenlijk het gebed te verrichten, al gaat het om een aanbevolen gebed.
 
Leraar: Aboe Ismail
Locatie: moskee as-Soennah