|
18:36
Den Haag | cIshaa
gebedstijdMiddel 13gebedstijd
Middel 7
06:22
Middel 6
08:24
Middel 5
12:40
Middel 2
14:21
Middel 4
16:41
Middel 3
18:36
Alle gebedstijden
cOemdat oel-Ahkaam: Hadieth 79
Uitleg hadieth 79:
 
عَنْ أَبِي هُرَيْرَةَ – رضي الله عنه – قَالَ : (( كَانَ رَسُولُ اللَّهِ – صلى الله عليه وسلم – إذَا كَبَّرَ فِي الصَّلاةِ سَكَتَ هُنَيْهَةً قَبْلَ أَنْ يَقْرَأَ , فَقُلْتُ : يَا رَسُولَ اللَّهِ , بِأَبِي أَنْتَ وَأُمِّي , أَرَأَيْتَ سُكُوتَكَ بَيْنَ التَّكْبِيرِ وَالْقِرَاءَةِ : مَا تَقُولُ ؟ قَالَ : أَقُولُ : اللَّهُمَّ بَاعِدْ بَيْنِي وَبَيْنَ خَطَايَايَ كَمَا بَاعَدْتَ بَيْنَ الْمَشْرِقِ وَالْمَغْرِبِ . اللَّهُمَّ نَقِّنِي مِنْ خَطَايَايَ كَمَا يُنَقَّى الثَّوْبُ الأَبْيَضُ مِنْ الدَّنَسِ . اللَّهُمَّ اغْسِلْنِي مِنْ خَطَايَايَ بِالْمَاءِ وَالثَّلْجِ وَالْبَرَدِ ))
هُنَيهةً : زمناً يسيراً .
أَرأيتَ : أَخبرني .
الدَّنس : الوسخ .
 
In deze overlevering vertelt Aboe Hoerayrah (moge Allah tevreden met hem zijn) dat de Profeet (vrede zij met hem) bij het verrichten van Takbierat ul-Ihraam, oftewel bij het aanvangen van het gebed, hij eventjes stil bleef voordat hij begon met het reciteren. Toen vroeg Aboe Hoerayrah hem wat hij precies zei in de tijdspanne tussen Takbierat ul-Ihraam en voordat hij begon met reciteren. Hierop zei de Profeet (vrede zij met hem):
 
أَقُولُ : اللَّهُمَّ بَاعِدْ بَيْنِي وَبَيْنَ خَطَايَايَ كَمَا بَاعَدْتَ بَيْنَ الْمَشْرِقِ وَالْمَغْرِبِ . اللَّهُمَّ نَقِّنِي مِنْ خَطَايَايَ كَمَا يُنَقَّى الثَّوْبُ الأَبْيَضُ مِنْ الدَّنَسِ . اللَّهُمَّ اغْسِلْنِي مِنْ خَطَايَايَ بِالْمَاءِ وَالثَّلْجِ وَالْبَرَدِ ))
 

Dus in deze overlevering vertelt Aboe Hoerayrah ons dat de Profeet (vrede zij met hem) gewoon was eventjes stil te blijven tussen de Takbierat ul-Ihraam en voordat hij begon met zijn recitatie. Aboe Hoerayrah had natuurlijk onmiddellijk door dat de Profeet (vrede zij met hem) in die tijdspanne iets zou moeten hebben gezegd, want hij had natuurlijk geleerd dat het gebed vanaf het begin tot het einde een aaneengesloten gebeurtenis is van lofuitingen, recitatie en gedenkingen van Allah.
 
En omdat Aboe Hoerayrah natuurlijk één van de meest leergierige leeringen was van de Profeet (vrede zij met hem), wilde hij perse weten wat de Profeet in dat tijdsbestek zei. Toen vertelde de Profeet (vrede zij met hem) aan Aboe Hoerayrah dat hij zijn Heer smeekte om hem te distantiëren van zijn zonden, zoals Hij ook het Oosten en het Westen heeft gedistantieerd. Ook smeekte hij Allah om hem te bevrijden van zijn zonden en hem daarvan te reinigen, zoals witte kledij van viezigheid wordt gereinigd. Daarna vroeg de Profeet (vrede zij met hem) aan Allah om zich ook nog eens te reinigen met water, sneeuw en hagel.
 
Met het verrichten van deze smeekbede, zou de Profeet (vrede zij met hem) zich helemaal vrijmaken van de zonden en de sporen van de zonden. Zo kon hij daadwerkelijk beginnen met het verrichten van het gebed op de meest volwaardige manier.
 
Leerstellingen van deze overlevering:
 
  1. Dat het toegestaan is om na het verrichten van de Takbierat ul-Ihraam en na het aanvangen van het gebed, deze smeekbede te verrichten.
  2. Het opzeggen van deze smeekbede gebeurt zachtjes en dus niet hardop.
  3. Dat niemand het zonder het smeken van Allah kan stellen, zelfs de Profeet niet.
  4. De aandacht die de metgezellen hadden voor het vergaren van kennis om zodoende Allah de Verhevene op de meest gepaste wijze te aanbidden.
  5. De welgemanierde wijze waarop Aboe Hoerayah de Profeet (vrede zij met hem) benaderde en hem deze vraag stelde.
 
 
Leraar: Aboe Ismail
Locatie: moskee as-Soennah