|
06:24
Den Haag | Fadjr
gebedstijdMiddel 13gebedstijd
Middel 7
06:24
Middel 6
08:27
Middel 5
12:41
Middel 2
14:20
Middel 4
16:39
Middel 3
18:35
Alle gebedstijden
De bekering van cAmr ibnoe cAbsah

Aboe Oemaamah overlevert dat cAmr ibnoe cAbsah Oem cAbiesah as-Salamiy zei: “Toen ik in de Djaahiliyyah verkeerde, was ik van mening dat de mensen in dwaling verkeerden en dat zij niet de waarheid volgden. Zij aanbaden afgodsbeelden. Toen hoorde ik over een man in Mekka die (bepaalde) nieuws verkondigde. Ik nam vervolgende plaats op mijn rijdier en vertrok richting hem. (Daar eenmaal aangekomen) was de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem de mensen) in het geheim (aan het uitnodigen naar de Islam). Zijn volk had het geduld met hem verloren en was woedend op hem. Ik hield mij dan ook gedeisd totdat ik bij hem aankwam in Mekka en hem vroeg: ,,Wat ben jij?” Hij antwoordde: ,,Ik ben een Profeet.” Waarop ik vroeg: ,,En wat is een Profeet?” Hij antwoordde: ,,Allah heeft mij gestuurd.” En ik vroeg hem: ,,En waarmee heeft hij jou gestuurd?” Hij antwoordde: ,,Hij heeft mij gestuurd (met de boodschap) om de familiebanden in stand te houden en de afgodsbeelden te breken en om Allah één te maken, zonder Hem deelgenoten toe te kennen.” Ik vroeg hem: ,,En wie is er met jou in het (volgen van deze boodschap)?” Hij antwoordde: ,,Een vrije man en een slaaf.” (Hij zei: ,,En met hem waren toen Aboe Bakr en Bilaal die in hem geloofden.”) Ik zei toen: ,,Ik zal je volgen.” Hij antwoordde: ,,Jij zult op dit moment hiertoe niet in staat zijn. Zie je dan niet in welke toestand ik verkeer en de toestand van de mensen? Ga echter terug naar jouw volk en wanneer jij hoort dat ik de overhand heb gekregen, kom dan naar mij toe.” Hij zei: ,,Ik vertrok toen naar mijn volk En de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) kwam (later) naar Medina. Ik verbleef toentertijd onder mijn volk en begon de mensen naar nieuws te vragen, toen hij vertrokken was naar Medina. Totdat ik een groep mensen tegenkwam van Yathrib (Madina). Ik vroeg: ,,Wat heeft die man die naar Medina is vertrokken gedaan?” Waarop zij antwoordden: ,,De mensen snellen naar hem toe. En zijn volk wilde hem doden maar zij waren hiertoe niet in staat.” Hierop vertrok ik naar Medina en kwam bij hem. Ik vroeg: ,,O Boodschapper van Allah, ken je mij nog?” Hij zei: ,,Ja, jij bent toch degene die mij opzocht in Mekka?” Hij zei: ,,Ik antwoordde: ,,Jazeker.” Ik vroeg: ,,O Profeet van Allah, vertel mij over datgene wat Allah jou heeft onderwezen en wat ik niet weet? Vertel mij over het gebed?” Hij zei: ,,Verricht het ochtendgebed en onthoudt je vervolgens van het verrichten van het gebed tot na zonsopkomst, want de zon komt op tussen de hoorns van een shaytan. Op dat moment knielen de ongelovigen voor haar (de zon). Daarna mag je weer het gebed verrichten. Waarlijk, het gebed wordt dan (door engelen) bijgewoond. Wanneer de schaduw van een voorwerp richting het noorden wijst, onthoudt je dan weer van het verrichten van het gebed. Op dat moment wordt het vuur van de Hel aangestoken. Wanneer de schaduw van een voorwerp richting het oosten wijst, verricht dan weer het gebed. Waarlijk, het gebed wordt dan (door engelen) bijgewoond en dit duurt voort tot al-cAssr. En onthoudt je vervolgens van het verrichten van het gebed tot na zonsondergang, want de zon gaat onder tussen de hoorns van een shaytan. Op dat moment knielen de ongelovigen voor haar.” Hij zei: ,,Ik vroeg toen: ,,O Profeet van Allah, en de Woedoe’, vertel mij daarover?” Hij antwoordde: ,,Geen persoon onder jullie nadert zijn water en spoelt vervolgens zijn mond en inhaleert water om dit vervolgens uit te snuiten, of zijn zonden druipen van zijn gezicht, mond en neusholte. Vervolgens wast hij niet zijn gezicht, zoals Allah het hem heeft opgedragen, of de zonden van zijn gezicht druipen samen met het water uit de uiteinden van zijn baard. Vervolgens wast hij niet zijn handen tot en met zijn ellebogen, of de zonden van zijn handen druipen samen met het water uit zijn vingertoppen. Vervolgens wast hij niet zijn hoofd, of de zonden van zijn hoofd druipen samen met het water uit de uiteinden van zijn haar. Vervolgens wast hij niet zijn voeten tot en met zijn enkels, of de zonden van zijn benen druipen uit zijn teentoppen.”

(Moeslim)