|
16:43
Den Haag | Maghrib
gebedstijdMiddel 13gebedstijd
Middel 7
06:19
Middel 6
08:20
Middel 5
12:39
Middel 2
14:22
Middel 4
16:43
Middel 3
18:37
Alle gebedstijden
De gedragscode van de profeet (vrede zij met hem) deel 3

Anas (Allah zij tevreden met hem) verhaalt: ,,Terwijl wij met de profeet (vrede zij met hem) in de moskee zaten, kwam een plattelander binnen en stond te urineren in de moskee. Toen begonnen de metgezellen tegen hem te schreeuwen: ,,Ho! Ho!” – om hem te laten ophouden –, toen zei de profeet (vrede zij met hem): ,,Onderbreek hem niet, laat hem!” Nadat de plattelander klaar was met urineren, riep de profeet (vrede zij met hem) hem bij hem en zei tegen hem: ,,Moskeeën zijn niet passend voor deze urine en viezigheid, zij zijn (bedoeld) slechts voor het gedenken van Allah, het verrichten van het gebed en het reciteren van de Koran.” Waarna de profeet (vrede zij met hem) zich wendde tot de metgezellen en zei: ,,Jullie zijn als vergemakkelijkkers gezonden en niet als degenen die (de zaken) moeilijk maken, giet er een emmer water overheen. Toen zei de plattelander: ,,O Allah! Begenadig mij en Mohammed en niemand anders (van de rest).” Hierop zei de profeet (vrede zij met hem): ,,Voorzeker, je hebt iets verengd dat ruim is”

(Je probeert de allesomvattende genade van Allah binnen zekere grenzen te houden en dat kan niet)[1]

Mo3aawiah Ibnoe al-Hakam as-Soelamiy (Allah zij weltevreden met hem) zei: "Terwijl ik achter de profeet (vrede zij met hem) het gebed aan het verrichten was, niesde een man (die ook het gebed aan het verrichten was), waarna ik tegen hem zei: ,,Yarhamoeka Allah (Allah zij jou genadig). Toen keken de andere metgezellen mij boos aan (alsof zij mijn daad afkeurden), waarna ik (weer) zei: "Verrek! Waarom kijken jullie mij aan?”. De metgezellen begonnen dan met hun handen op hun dijen[2] te slaan. Toen het tot mij drong dat ze mij tot zwijgen wilden brengen, zei ik: "Waarom willen jullie mij laten zwijgen, maar (toch) zweeg ik. Toen de profeet (vrede zij met hem) klaar was met het verrichten van het gebed –Ik ben bereid mijn vader en mij moeder voor hem op te offeren! Ik heb nooit eerder noch later een leraar gezien die beter kan onderrichten dan hem!–[3], bij Allah, hij heeft mij niet bekeven, noch geslagen, noch uitgescholden. Het enige wat hij zei was: ,,Niets van het gepraat van de mensen past in dit gebed, het is slechts Tasbeeh (het verheerlijken van Allah), Takbier (het zeggen van Allaho-akbar) en het reciteren van de Koran…”[4]

Ik (Mo3aawiah) zei: ,,Ik heb al-Djahiliyaah pas achter de rug[5]. Voorzeker, Allah bracht (ons) de Islam. (Maar) waarlijk, er bevinden zich mensen onder ons die waarzeggers bezoeken. Hij (de profeet) zei: ,,Bezoek hen niet!”[6] Hij (Mo3aawiah) zei: ,,En er bevinden zich onder ons mensen die tiyarah[7] begaan.” Toen zei de profeet (vrede zij met hem): ,,Dat is iets dat zij in hun gemoed vinden, laat het hen niet tegenhouden! (Ibn al-Misbaah zei:"Laat het jullie niet tegenhouden!") Hij (Mo3aawiah) zei: ,,Toen zei ik: "Er bevinden zich onder ons mensen die ‘lijnen trekken’ (in het zand om zogenaamd het ongeziene te achterhalen)." Toen zei hij (de profeet): ,,Er was één van de profeten die ‘lijnen trok’. Wiens ‘lijnentrekkerij’ overeenkomt met de zijne, zou in orde zijn.”[8]

Hij (Mo3aawiah) zei: ,,En ik had een slavin die schapen voor mij hoedde bij de berg Oehoed en Djawwaniyyah. Ik ging op een dag een kijkje nemen, terwijl (ik) een wolf (zag die) ervan doorging met één van haar schapen. Ik ben (slechts) een mens die tot de kinderen van Adam behoort. Ik treur zoals zij treuren, maar ik gaf haar een klap! Ik stapte daarna naar de profeet (vrede zij met hem), waarna hij mij dat flink kwalijk nam. Ik zei: "O boodschapper van Allah! Zou ik haar dan niet in vrijheid stellen? Hierop zei de profeet (vrede zij met hem): "Breng haar naar mij toe!” Ik bracht haar naar hem toe, waarna hij tegen haar zei: "Waar is Allah?” Zij zei: "In de hemel.” Hij zei: "Wie ben ik?” Zij zei: "Jij bent de boodschapper van Allah!” Hij zei: ,,Geef haar haar vrijheid! Waarlijk, zij is een gelovige (moe’minah)!” [9]



[1] Vaak als er gesproken wordt in een overlevering over een plattelander, kan je er van uitgaan dat het iemand betreft die niet bekend is met de regels van de Islam, want het waren vaak de mensen die op het platteland woonden die geen enkel besef hadden van de diverse regelgevingen. En daarom zonderde deze zich af en begon in een hoek binnen de moskee te urineren, toen hij de moskee betrad en hij de drang kreeg om te urineren. De metgezellen wilden deze man hardhandig en ruw aanpakken, maar de profeet (vrede zij met hem) beval hen zich te bedaren en rustig te blijven

Uit deze leerzame overlevering kunnen wij een aantal leerstellingen trekken:

1. Dat onwetendheid een geldig excuus is, en dat een onwetende persoon niet op dezelfde wijze aangepakt dient te worden als een geleerde persoon. Want een persoon die kennis bezit en het niet tot uitvoer brengt, is in werkelijkheid hardnekkig en koppig.

2. Ook valt uit deze overlevering op te maken dat als een persoon voor de keuze komt te staan tussen twee nadelige oftewel schadelijke zaken, hij de minst schadelijke zaak moet kiezen. Zoals in geval van deze plattelander.

De eerste schadelijke zaak is het feit dat hij doorgaat met het urineren in de moskee. De tweede schadelijke zaak is het dwingen van deze persoon om te stoppen met urineren, wat een veel grotere nadeel met zich meebrengt. Want hierdoor kunnen er namelijk gezondheidsklachten optreden bij diegene die gedwongen wordt te stoppen met urineren. Ook kan er hierdoor zijn kleren verontreinigd raken of zijn schaamstreek aan anderen getoond worden. En daarom koos de profeet (vrede zij met hem) voor de minst schadelijke zaak en liet deze man uiturineren.

3. Ook leert ons deze overlevering dat het verplicht is om de moskee te reinigen, en dat geldt voor eenieder die onreinheden tegenkomt in de moskee. Als hij daartoe niet in staat is dan dient hij het bestuur hierover in te lichten.

4. Ook valt ons op dat het reinigen van de grond met water gebeurt. Het is voldoende om een onreine plek met water te overgieten. Dit als het gaat om een vloeistof. Heb je te maken met vaste onreinheden, dan dienen deze eerste verwijderd te worden en vervolgens de achtergebleven plek met water overgoten te worden.

5. Ook valt ons op dat de profeet (vrede zij met hem) een hoogstaand karakter had en een zachtaardige aanpak hanteerde in zijn onderwijstechniek. En dat wij naar zijn voorbeeld moeten handelen als wij de mensen wensen te corrigeren. En weet dat het goede alleen bereikt kan worden met een zachtaardige instelling.

6. Toen de profeet (vrede zij met hem) deze man op een zachtaardige manier toesprak, wist hij tot deze man door te dringen en zijn doel te bereiken. In tegenstelling tot de metgezellen die de man zelfs de genade van Allah wilde ontnemen. Ibnoe 3othaimien zei: ,,Als hij zich tenminste had beperkt tot het zeggen van ‘O Allah! Begenadig mij en Mohammed’”, dan was het nog te doen, maar hij ging helemaal over de schreef toen hij daaraan toevoegde ‘en niemand anders’."

Verder zegt de profeet (vrede zij met hem): “Jullie zijn als vergemakkelijkkers gezonden en niet als degenen die (de zaken) moeilijk maken, giet er een emmer water overheen.” Uit deze overleving valt op te maken dat een moslim altijd de gemakkelijke weg moet kiezen in al zijn doen en laten. Als de profeet (vrede zij met hem) voor een keuze kwam te staan dan koos hij altijd voor de makkelijkste oplossing zolang dit niet in strijd was met de regelgeving van de Islam. Als er bijvoorbeeld twee wegen naar de moskee zijn, ééntje die krom is en waar overal stenen liggen en doornige struiken zijn en een andere die vlak is en waar helemaal niets ligt, dan dien je de vlakke en gemakkelijke weg te nemen. Als het weer koud is en je beschikt zowel over koud water als warm water, dan is het beter om warm water te gebruiken voor je wodoe’. Als jij een auto en een rijdier tot je beschikking hebt om al-Hadj te gaan verrichten, dan is het beter om al-Hadj te verrichten met de auto. Dus datgene wat makkelijker is, is dan ook het beste. En daarom zegt Aicha (Allah zij tevreden met haar): ,,Als de profeet (vrede zij met hem) tussen twee zaken moest kiezen, dan koos hij de gemakkelijkste van de twee zolang dit geen zonde was.”

Maar indien een daad alleen met moeite tot stand komt, dan zal men rijkelijk beloond worden voor de gedane moeite zoals in geval van het verrichten van al-Wodoe’ met koud water als men geen warm water tot zijn beschikking heeft. Maar heeft men warm water tot zijn beschikking, dan moet men niet voor koud water kiezen, want het beste is namelijk het gemakkelijkste. Neem het vasten als voorbeeld, de profeet (vrede zij met hem) zegt: ,,Mensen hebben het nog steeds goed zolang zij het verbreken van de vasten vervroegen.” Waarom? Omdat het vervroegen van al-Fotoer gemakkelijker is voor de moslim.

Verder zegt de profeet (vrede zij met hem): ,,En niet als degenen die (de zaken) moeilijk maken". Je moet het jezelf niet moeilijk maken. Toen de profeet (vrede zij met hem) een vastende man in de zon zag staan, vroeg de profeet (vrede zij met hem) waarom hij dit deed, toen zeiden de metgezellen: ,,Hij heeft een gelofte gedaan om vastend in de zon te gaan staan, toen beval de profeet (vrede zij met hem) hem hiermee te stoppen. Want dit is bezwaarlijk en lastig voor de mens en daar houdt de profeet (vrede zij met hem) niet van.

Dus maak het niet te moeilijk voor jezelf en ook niet voor anderen, want dat kan een soort afkeer voor de Islam inboezemen bij de anderen. Een voorbeeld hiervan is een imam die te lang doet over het verrichten van het gezamenlijke gebed. Mo3aadh Ibnoe Djabal (Allah zij tevreden met hem) was gewend al-3isjaa’ of al-maghreb eerst met de profeet (vrede zij met hem) te bidden, dan naar zijn eigen volk te gaan om hen in het gebed voor te gaan. Op een avond bad de profeet (vrede zij met hem) al-3isjaa’ laat. Mo3aadh bad met hem en ging daarna terug naar zijn volk om hen in het gebed voor te gaan. Hij begon soerah al-Baqarah (een hele lange soerah) te reciteren. Een man verliet het gebed en ging alleen bidden (terwijl Mo3aadh nog bezig was). Ze (de metgezellen) zeiden tegen hem: "Heb jij nifaaq begaan?.” Hij zei: "Nee, maar ik zal naar de profeet (vrede zij met hem) stappen." Hij ging naar hem en zei: "O boodschapper van Allah! Jij hebt al-3isjaa’ laat gebeden en Mo3aadh had met je gebeden, kwam terug, ging ons voor in het gebed en begon soerah al-Baqarah te reciteren. Toen ik dat zag, deinsde ik terug en ging (alleen) bidden…" De profeet (vrede zij met hem) ging naar Mo3aadh en zei tegen hem: ,,Ben jij een fitnah-zaaier, O Mo3aadh! Ben jij een fitnah-zaaier, O Mo3aadh! Bid met die soerah en die soerah!” …

Het is dus zeer aanbevolen voor iemand die bezig is met da3wah om zachtaardig te zijn en het makkelijk te maken voor de mensen! Het is niet de bedoeling als een persoon een fout maakt dat we hem meteen uitsnauwen en tegen hem zeggen: ,,Jij bent fout! Jij hebt een zonde begaan! Jij dit en dat…!” We moeten juist proberen om deze persoon zachtaardig te benaderen en hem op een wijze manier te corrigeren. Hij moet het gevoel krijgen dat wij het goede voor hem willen en niet dat wij hem enkel en alleen willen aanvallen, beledigen of kleineren.

[2] Het feit dat zij op hun dijen begonnen te slaan, geeft aan dat dit incident plaats heeft gevonden voordat er geopenbaard werd dat het mogelijk is gebruik te maken van tasbeeh om een fout aan te geven.

[3] Deze man was zeer onder de indruk van de wijze aanpak, zachtaardigheid, goedhartigheid van de profeet (vrede zij met hem) ten opzichte van en het begrip dat hij kon opbrengen voor iemand die onwetend was.

[4] Hieruit kunnen wij concluderen dat het verboden is om te praten tijdens het gebed, zelfs als hier behoefte aan is. Men mag absoluut niet praten, al is het ten behoeve van het gebed. En als er zich iets voordoet dat een reactie vergt, dan dient een man die achter een imaam bidt “Soebhaanalah” te zeggen en een vrouw met haar handen te klappen. Het bewust praten tijdens het gebed maakt het ongeldig. Maar betreft het iemand die onwetend is of uit vergetelheid praat, dan maakt dit het gebed niet ongeldig, want de profeet (vrede zij met hem) heeft Mo3aawiah niet bevolen het gebed in te halen.

[5] ) al-Djahiliyaah is het pre-islamitische tijdvak dat zich kenmerkte door afgoderij, bijgeloof, onwetendheid jegens de Schepper, perversheid en moreel verval. Mo3aawiah Ibnoe al-Hakam as-Soelamiy (Allah zij weltevreden met hem) wilde zeggen dat hij zich pas gelegen tot de islam bekeerde.

[6] De profeet (vrede zij met hem) zegt:,,Wie naar een waarzegger gaat, en in datgene gelooft wat hij hem vertelt, die heeft zich gedistantieerd van datgene wat geopenbaard is aan Mohammed vrede zij met hem.”

[7] Het woord tiyarah is afgeleid van het Arabische woord tayr dat vogel betekent. Als men in het pre-islamitische tijdperk een reis wilde ondernemen, ging men eerst vogels wegjagen om op basis van de vliegrichting van de vogels de richting te kiezen voor de reis. Tiyarah is een soort wichelarij vol pessimisme, waarbij men speculeert op het kwaad op basis van (valse) voortekens en die gepaard gaat met een angstig voorgevoel. Het is te vergelijken met het heersende bijgeloof met betrekking tot een omgevallen zoutvaatje, een gebroken spiegel, een zwarte kat of het doorlopen onder een ladder; volgens velen brengen deze situaties ongeluk. De Islam verwerpt dit en zegt dat men zich hierdoor niet moet laten belemmeren in zijn dagelijkse bezigheden. Dus de islam verbiedt het ons om dat (valse) gevoel naar daden te vertalen. De profeet (vrede zij met hem) zegt zelfs: ,,Tiyarah is shirk (afgoderij)"

[8] Wat de profeet (vrede zij met hem) tracht te zeggen is dat één van de voorgaande profeten van Allah de gave had gekregen om het ongeziene te achterhalen via het trekken van lijnen in het zand, en als iemand hiertoe in staat zou zijn, wat natuurlijk onmogelijk is, laat hem dan zijn gang gaan.

[9] Deze overlevering geeft aan dat een persoon alleen moe’min (een echte gelovige) kan zijn als hij erkent dat Allah zich boven ons bevindt en dat Mohammed (vrede zij met hem) zijn boodschapper is. Ook is deze overlevering het bewijs dat geloofsgetuigenis (sjahaadah) voldoende is om iemand tot de moslims te rekenen.