|
16:41
Den Haag | Maghrib
gebedstijdMiddel 13gebedstijd
Middel 7
06:21
Middel 6
08:23
Middel 5
12:40
Middel 2
14:21
Middel 4
16:41
Middel 3
18:36
Alle gebedstijden
De verheven positie van Aboe Bakr

Ibn cOmar overlevert: “In de tijd van de
Profeet
(vrede zij met hem) spraken wij (regelmatig) over wie
de beste onder de mensen waren. Wij kwamen dan
(altijd) uit op Aboe
Bakr, daarna cOmar ibnoe al-Khattaab en daarna cOethmaan
ibnoe cAffaan, Moge Allah tevreden met hen allen zijn.” 
                           
                                                                                               
(al-Boechari)


Aboe Dardaa’ overlevert: “Ik zat bij de Profeet (vrede zij met
hem) toen Aboe Bakr aan kwam lopen met de onderkant van zijn kleding in
zijn handen en zijn knieën waren te zien. De Profeet
(vrede zij met
hem) zei (tegen de metgezellen die bij hem zaten): ,,Jullie vriend
(Aboe Bakr) heeft ruzie gehad.” Hij (Aboe Bakr) groette
vervolgens en zei: ,,O Boodschapper van Allah, ik had een geschil met Ibnoe
al-Khattaab, waardoor ik hem boos heb gemaakt. Daarna had ik er spijt van en
vroeg hem om mij te vergeven, maar hij weigerde dit te doen, toen ben ik
(maar)
naar jou gekomen. De Profeet
(vrede zij met hem) zei driemaal tegen
hem: ,,O Aboe Bakr, moge Allah jou vergeven.” Daarna kreeg cOmar
er spijt van en ging naar het huis van Aboe Bakr en vroeg: ,,Is Aboe Bakr
thuis?”, waarop er gezegd werd: ,,Nee!” Hij kwam vervolgens bij de
Profeet
(vrede zij met hem) aan. Zijn gezicht (van de Profeet,
vrede zij met hem) werd rood van woede (toen hij cOmar zag),
totdat Aboe Bakr medelijden kreeg
(met cOmar) en door zijn
knieën zakte en vervolgens tweemaal zei: ,,O Boodschapper van Allah, bij
Allah! Ik heb hem het meeste onrecht aangedaan.” De Profeet
(vrede zij
met hem) zei toen: ,,Allah heeft mij naar jullie gezonden en jullie
zeiden
(toen): ,,Je liegt.”, terwijl Aboe Bakr zei: ,,Hij (Mohammad)
spreekt de waarheid.” en hij stelde zichzelf en zijn gehele bezit in
dienst van mij. Zullen jullie mijn vriend dan niet met rust laten
(Hij
zei dit twee maal)?” Hij (Aboe Bakr) werd daarna nooit meer
lastig gevallen.”
            
                                                                                                        
(al-Boechari)

Djoebair ibnoe Moetciem overlevert: “Er kwam
een vrouw bij de Profeet
(vrede zij met hem), waarna hij haar opdroeg
om
(op een andere dag) terug te komen. Zij zei: “Wat als ik kom en
ik jou niet tref? –alsof zij bedoeld; als je bent gestorven-” Hij
antwoordde: “Als je mij niet
(meer) treft, ga dan naar Aboe Bakr.”        
                                                                                     
(al-Boechari)

Amr
ibnoe al-cAas overlevert dat de Profeet hem tot bevelhebber
benoemde van het leger
(die de strijd) van Dhaat as-Salaasil (zou
gaan uitvechten). Ik kwam bij hem en vroeg hem: “Wie van de mensen is
jou het meest geliefd?” Hij antwoordde: “cAa’ieshah.” Hij
(Amr ibnoe al-cAas) zei: “(Ik bedoel) van de
mannen.” Hij antwoordde: “Haar vader
(Aboe Bakr).” Ik zei
vervolgens: “En wie daarna?” Hij antwoordde: “Daarna cOmar
ibnoe al-Khattaab.” En daarna noemde hij nog andere mannen.”
  
                                                    
                       
               
          
(al-Boechari)