|
06:24
Den Haag | Fadjr
gebedstijdMiddel 13gebedstijd
Middel 7
06:24
Middel 6
08:27
Middel 5
12:41
Middel 2
14:20
Middel 4
16:39
Middel 3
18:35
Alle gebedstijden
De vijandigheid van de veelgodenaanbidders jegens de zwakkeren onder de moslims
Khabbaab ibn ul-Arat overlevert: “Wij kwamen bij de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) aan die in de schaduw van de Kacbah lag op zijn mantel. Wij vroegen: ,,O Boodschapper van Allah, roept Allah, de Verhevene, voor ons aan en vraag hem om (ons) te doen prevaleren.” Hij (Khabbaab) vertelde: ,,Zijn kleur verschoot of veranderde en hij (vrede zij met hem) zei: ,,Voor degenen die er vóór jullie waren werd werkelijk een kuil gegraven en kwam men aan met een zaag. Deze zou op zijn hoofd geplaatst worden, waarna hij door midden zou worden gezaagd, maar dit zou hem niet van zijn geloof doen afwenden. Vervolgens zou zijn vlees met een metalen kam van zijn botten geschraapt worden, maar ook dit zou hem niet van zijn geloof doen afwenden. Waarlijk, Allah, de Verhevene, zal deze kwestie vervolmaken totdat een ruiter van Sancaa’ tot Hadramaut reist zonder iets of iemand te vrezen, behalve Allah en de wolf voor zijn kudde. Jullie zijn echter haastig.”
(al-Boekhaari)
 
Khabbaab ibn ul-Arat overlevert: “Ik was een ijzersmid en had een vordering op al-cAas ibnoe Waa’il. Toen ik bij hem kwam om deze te innen, zei hij: ,,Ik geef je niets, totdat jij Mohammed verloochent!” Hij (Khabbaab) zei: ,,Jij zult eerder sterven en opgewekt worden voordat ik hem zal verloochenen.” Hij vroeg: ,,Zal ik dan opgewekt worden na de dood? In dat geval zal ik je pas terugbetalen als ik terugkeer met bezit en zonen.” Hij (Khabbaab) zei: ,,Hierop werd het volgende vers geopenbaard (interpretatie van de betekenis):
 
“Heb jij degene gezien die ongelovig is aan Onze Tekenen en zegt: ,,Aan mij zullen zeker bezit en zonen gegeven worden?” Heeft hij het Ongeziene waargenomen of heeft hij een verbond gesloten met de Barmhartige? Neen, Wij zullen opschrijven wat hij zegt en Wij verlengen de duur van de bestraffing voor hem. En Wij zullen erven wat hij opnoemt en hij zal alleen tot Ons komen.”
(Soerat Mariam: 77-80)
 
(al-Boekhaari)