|
21:58
Den Haag | Maghrib
gebedstijdMiddel 13gebedstijd
Middel 7
04:03
Middel 6
05:40
Middel 5
13:57
Middel 2
18:10
Middel 4
21:58
Middel 3
23:35
Alle gebedstijden
Het verzoek om de Koran te veranderen

Zoals we eerder lieten zien, hebben de veelgodenaanbidders in de tijd van de Profeet verschillende verzoeken bij hem ingediend om hem enigszins van zijn missie te doen afwijken. Eén van deze verzoeken was de vraag of hij de Koran wilde veranderen. Zij wilden dat bepaalde teksten meer aansloten bij hun eigen denkbeelden. Maar Allah liet ondubbelzinnig weten dat de teksten van de Koran niet ter discussie gesteld kunnen worden, en dus ook niet veranderd worden. Hij liet ook weten dat Mohammed niet het gezag heeft om iets van de Koran te veranderen. Zijn taak beperkte zich slechts tot het overbrengen ervan. Allah zegt (interpretatie van de betekenis):

“En toen Onze duidelijke Verzen aan hen werden voorgedragen, zeiden degenen die niet op de Ontmoeting met Ons hoopten: “Breng ons een andere Koran dan deze, of vervang hem.” Zeg (o Mohammed): “Het is niet aan mij om hem zelf te vervangen. Ik volg slechts dat wat aan mij geopenbaard wordt. Waarlijk, ik vrees de Bestraffing van de geweldige Dag (d.w.z. de Dag des Oordeels) als ik mijn Heer ongehoorzaam ben.” Zeg (o Mohammed): “Als Allah het had gewild, dan had ik het (d.w.z. de Koran) niet aan jullie voorgedragen, noch zou Hij het aan jullie bekend hebben gemaakt. En voorzeker, ik verbleef hiervóór (d.w.z. vóór de Openbaring) jarenlang onder jullie. Denken jullie dan niet na?”

(Soerat Yoenoes: 15-16)

“O Boodschapper, verkondig dat wat door jouw Heer aan jou is neergezonden. En als jij dat niet doet, dan heb jij Zijn Boodschap niet verkondigd.”

(Soerat al-Maa’idah: 67)

Ook hebben de veelgodenaanbidders zich proberen op te dringen aan de Profeet wat betreft de wijze waarop de Koran werd geopenbaard. Zij verzochten hem om de Koran in één keer volledig te laten neerdalen, in plaats van geleidelijk in delen. Allah liet toen weten dat het openbaren daarvan geleidelijk gebeurde rekening houdend met de ontwikkelingen van die tijd. Ook werden de verzen over een langere tijd verspreid om bij bepaalde gebeurtenissen zowel de Profeet als de gelovigen te verstevigen en de leugens van de tegenpartij te weerleggen. Allah zegt (interpretatie van de betekenis):

“En zij komen niet met een gelijkenis bij jou, of Wij brengen jou de Waarheid en een betere Uiteenzetting.”

(Soerat al-Foerqaan: 33)

“En (het is) een Koran die Wij (in delen) hebben verdeeld, opdat jij het bedaard aan de mensen zult voordragen. En Wij hebben het (d.w.z. de Koran) in delen neergezonden.”

(Soerat al-Israa’: 106)

Qoeraysh vroeg ook aan de Profeet waarom Allah niet één van hun voorname mannen uitkoos om de Boodschap te verkondigen en waarom Hij per se voor Mohammed koos. Dit verzoek geeft blijk van hun onheuse intenties en beperkte kennis van Allah. Ook riekt dit verzoek van hun naar tribalisme en zelfingenomenheid. Allah liet daarom weten dat zij hier niets over te zeggen hebben en dat hun opmerkingen hierover misplaatst zijn. Niet zij, maar Allah bepaalt wie geschikt is om als Profeet te dienen. Allah zegt (interpretatie van de betekenis):

“En zij zeiden: “Waarom is deze Koran niet neergezonden aan een geweldige man uit de twee steden?” Zijn zij het die de Genade van jouw Heer verdelen? Wij hebben (juist) hun levensonderhoud tussen hen verdeeld in het wereldse leven.”

(Soerat az-Zoekhroef: 31-32)

“En degenen die het slechte beramen, voor hen is er een harde Bestraffing. En de listen van diegenen zullen vernietigd worden.”

(Soerat Faatir: 10)

“Allah kiest gezanten uit de Engelen en (Boodschappers) uit de mensen. Waarlijk, Allah is Alhorend, Alziend.”

(Soerat al-Hadj: 75)

“En wanneer er een teken (van Allah) tot hen komt, zeggen zij: “Wij zullen nooit geloven, totdat wij hetzelfde ontvangen als dat wat de Boodschappers van Allah hebben ontvangen.” Allah is beter op de hoogte van waar Hij Zijn Boodschap plaatst (d.w.z. aan wie Hij de Boodschap geeft). (En) de misdadigers zullen bij Allah getroffen worden door Vernedering en een harde Bestraffing, vanwege dat wat zij aan listen beraamden.”

(Soerat al-Ancaam: 124)