|
16:46
Den Haag | Maghrib
gebedstijdMiddel 13gebedstijd
Middel 7
06:14
Middel 6
08:14
Middel 5
12:37
Middel 2
14:24
Middel 4
16:46
Middel 3
18:39
Alle gebedstijden
Hoofdstuk 4: Takfier

Hoofdstuk 4: Takfier

Onder de grootste misvattingen die over de Sheikh en zijn volgelingen worden verspreid, is dat zij de algehele moslimgemeenschap als ongelovig verklaren. Ook zouden zij claimen dat men niet met hen mag huwen, behalve als zij tot hun eigen groep behoren of zich daarbij aansluiten.
 
De Sheikh heeft deze misconceptie op verscheidene plaatsen weerlegd, waaronder:
 
“De bewering dat wij de moslims in het algemeen als ongelovigen beschouwen, behoort tot de leugens van de vijanden die de mensen wensen af te houden van deze religie. Wij zeggen dan:
 
“Heilig bent U, dit is een geweldig verzinsel.”
(Soerat an-Noer: 16)
 
(Ad-Doerar as-Saaniyyah; 1/100)
 
“Zij hebben verschillende leugens over ons verteld en zo is de Fitnah toegenomen. Onder deze leugens valt het verspreiden van laster, waarvoor elk weldenkende persoon zou schromen dit door te geven. Laat staan zich hierdoor zou laten beetnemen.
 
Een voorbeeld hiervan is hetgeen dat ik alle moslims als ongelovigen zou beschouwen, behalve degenen die mij volgen. En dat ik zou beweren dat het huwen van hen niet geldig is! Hoe vreemd is het dat zo’n denkbeeld kan binnendringen in het verstand van een weldenkende persoon! Zou een moslim zoiets zeggen?! Ik zoek mijn toevlucht bij Allah tegen deze bewering, die enkel wordt geëmaneerd door iemand met een gebrekkig intellect en zonder begrip. Moge Allah de mensen van het kwaad en valse doelen vervloeken.”
(Ad-Doerar as-Saaniyyah; 1/80)
 
“De persoon die ik als ongelovige beschouw, is degene die – nadat hij de religie van de Boodschapper (vrede zij met hem) heeft gekend – zich wendt tot het beschimpen van deze religie, anderen ervan afhoudt en haat heeft voor degenen die zich er wel aan vasthouden. Dit is de persoon die ik tot ongelovige verklaar en het overgrote deel van de gemeenschap is niet zo. Alle lof zij Allah.”
(Ad-Doerar as-Saaniyyah; 1/73)
 
Volgend hoofdstuk >>>