|
12:37
Den Haag | Dhoehr
gebedstijdMiddel 13gebedstijd
Middel 7
06:13
Middel 6
08:12
Middel 5
12:37
Middel 2
14:25
Middel 4
16:47
Middel 3
18:40
Alle gebedstijden
Lasteren van uitnodigers

Allah heeft rechtvaardigheid en een goede behandeling van anderen opgedragen. Daarnaast heeft Hij onrecht, haat en vijandigheid verboden. Allah heeft Zijn Profeet (vrede zij met hem) gezonden met dezelfde Boodschap als waarmee Hij al zijn Boodschappers heeft gezonden, namelijk het uitnodigen naar Tawhied en het aanbidden van Allah Alleen. Hij droeg hem op rechtvaardigheid te vestigen op aarde en verbood hem het tegenovergestelde, namelijk het aanbidden van een ander dan Allah, het zaaien van verdeeldheiden het schenden van andermans rechten.

In deze tijd is het de normaalste zaak geworden dat mensen die beweren kennis te hebben en de mensen naar het goede uitnodigen, hun bekende broeders onder de uitnodigers lasteren. Zij tasten de eer aan van de studenten van kennis, de uitnodigers en de sprekers. Zij doen dit heimelijk in hun eigen zittingen. Maar het kan ook worden opgenomen en onder mensen worden verspreid. Ook doen zij dit openlijk in lezingen in de moskeeën. Dit gedrag druist op verschillende manieren in tegen het Bevel van Allah en Zijn Boodschapper (vrede zij met hem):

1.     Het is een schending van de rechten van de moslims en van de vooraanstaande mensen onder hen. Namelijk de studenten van kennis en de uitnodigers die ernaar streven de mensen bewust te maken, te onderwijzen, hun credo en handelingen te corrigeren, lessen en lezingen te organiseren en profijtvolle boeken te schrijven.

Het verdeelt de moslims en veroorzaakt splitsing onder hen. Zij hebben juist behoefte aan eenheid en dienen weg te blijven van verdeeldheid, onenigheid en teveel roddels onderling. Vooral als de uitnodigers die gelasterd worden tot Ahlus-Soennah wal-Djamaacah behoren. En dat zij bekend staan om hun oppositie tegenover innovaties en verzinsels en het opstaan tegen degenen die dit soort zaken promoten en hun valstrikken en listen blootleggen.

2.     Dit verspreidt corrupte ideeën in de harten en gedachten van mensen. Het verspreidt en verkondigt leugens en valse geruchten en veroorzaakt veel roddels en laster. Het opent de deur voor slechte mensen die zich inzetten in het verspreiden van twijfels en veroorzaken van onrust. En die ervan houden schade aan de gelovigen te veroorzaken door hen van zaken te beschuldigen waar zij vrij van zijn.

3.     Veel van wat wordt gezegd, heeft in werkelijkheid geen basis. Echter zijn het drogbeelden die Shaytaan schoonschijnend voor hen heeft gemaakt en waarmee hij hen heeft verleid. Allah zegt (interpretatie van de betekenis):

“O jullie die geloven, vermijd veel van (jullie achterdochtige) vermoedens. Voorwaar, een deel van de (achterdochtige) vermoedens is een zonde. En bespioneer elkaar niet en roddel niet over elkaar.”

(Soerat al-Hoedjoeraat: 12)

De gelovige dient datgene dat zijn moslimbroeder zegt op de best mogelijke manier te begrijpen. Eén van de Salaf zei: “Denk nooit slecht over iets dat je broeder zegt als er ruimte is voor een goede interpretatie.”

4.     Als er Idjtihaad (rechtsvinding) heeft plaatsgevonden door sommige geleerden of studenten van kennis, in onderwerpen waarin dit is toegestaan, dan kan de verrichter van de Idjtihaad hiervoor niets worden verweten. Dit zolang hij gekwalificeerd is om Idjtihaad te verrichten. Als iemand anders een andere mening heeft, dan is het beter om met hem gemanierd te discussiëren, om de waarheid te achterhalen en geen ruimte te bieden aan (satanische) influisteringen of om problemen tussen de gelovigen te veroorzaken. Als dit niet mogelijk is, en iemand geen andere keuze heeft dan uit teleggen wat er verkeerd is aan de woorden van zijn broeder, dan dient hij de beste bewoording te kiezen en de meest subtiele weg om dit uit te leggen. En zich niet in te laten met het aanvallen, lasteren of op een extreme manier bekritiseren van hem, waardoor anderen zich van hem afkeren. Ook dient hij het bekritiseren van specifieke personen, het opwerpen van twijfels over hun intenties of het zeggen van onnodige of irrelevante zaken over hen te vermijden.

Mijn advies aan deze broeders die zijn vervallen in de zonden van het lasteren van uitnodigers, is om berouw te tonen tegenover Allah voor de zaken die zij hebben geschreven of gezegd en die de harten van sommige jongeren kan hebben bedorven. En die deze heeft gevuld met haat en rancune en hen heeft afgehouden van het vergaren van nuttige kennis of het uitnodigen van mensen naar Allah.

Ook adviseer ik hen om boetedoening te verrichten voor zaken die zij hebben verricht door bekend te maken dat zij dit niet hadden moeten doen. En om de foute ideeën die zij de mensen hebben gegeven recht te zetten. Zij dienen zich te richten op profijtvolle daden die hen dichter bij Allah brengen en die profijtvolzijn voor de mensen. Daarnaast dienen zij op te passen om mensen niet als ongelovige, Faasiq (grote zondaar) of innovator te bestempelen zonder duidelijk argument of bewijs. De Profeet (vrede zij met hem) zei: “Degene die tegen zijn broeder zegt: “O Kaafir!”; één van hen komt deze beschrijving toe.”

(al-Boekhaarie en Moeslim)

Het is voor degenen die anderen uitnodigen naar de waarheid en voor de studenten van kennis voorgeschreven dat, als zij onzeker zijn over iets dat gezegd is door een geleerde of door een ander, terug te keren naar prominente geleerden en hen hierover te vragen. Dit zodat zij de werkelijke bedoeling van een zaak kunnen uitleggen en verwarring en twijfels kunnen voorkomen. Allah zegt in Soerat an-Nisaa’ (interpretatie van de betekenis):

“Wanneer een zaak van veiligheid of angst tot hen komt, verspreiden zij het (onder de mensen). Maar als zij het aan de Boodschapper hadden voorgelegd en aan de gezaghebbers onder hen, dan zouden de onderzoekers onder hen het hebben begrepen. En was het niet vanwege de Gunst van Allah en Zijn Genade die jullie toekwamen, dan zouden jullie de satan zeker volgen, op slechts enkelen na.”

(Soerat an-Nisaa’: 83)

Allah is Degene die we vragen om de staat van alle moslims te verbeteren en hun harten te verenigen in Taqwa (godsvrucht). En om de geleerden van de moslims en degenen die naar de waarheid uitnodigen samen te brengen in datgene dat Hem tevreden stelt en Zijn dienaren profijt brengt.

Moge Hij hen verenigen in het volgen van de leiding en beschermen tegen alle oorzaken van splitsing en onenigheid. Moge Allah de waarheid middels hen ondersteunen en de valsheid middels hen vernietigen. Hij is Degene die hiertoe in staat is.

Moge Allah onze Profeet Mohammed, diens familie en metgezellen zegenen, en eenieder die zijn leiding volgt tot de Dag der Opstanding.

Sheikh cAbdul-cAziez ibnoe cAbdillaah ibn Baaz

(Madjmoec Fataawawa Maqaalaat Moetanawwicah
li Samaahaatish-Shaykh cAbdoel-cAziez ibn cAbdillaah ibn Baaz;
boekdeel 7, blz. 311)