|
18:12
Den Haag | cAsr
gebedstijdMiddel 13gebedstijd
Middel 7
03:49
Middel 6
05:15
Middel 5
13:52
Middel 2
18:12
Middel 4
22:13
Middel 3
23:40
Alle gebedstijden
Ouders en het navolgen van de Soennah

Je dient de Soennah van de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) te volgen en je daaraan vast te klampen. Besteed geen aandacht aan degenen die je bekritiseren of kwalijk nemen dat je dat doet. Als jouw ouders je bekritiseren voor het naleven de Soennah en zij van jou verlangen dat je er geen aandacht aan besteedt, dan dien je hen ten aanzien daarvan niet te gehoorzamen. Met name als het gaat om de verplichte Soennah die moet worden nageleefd en niet slechts Moestahab (aanbevolen) is. Dit zolang het niet het niveau van overdrijving bereikt. Maar als het betekent dat je overdrijft, dan is dat niet gepast. Je dient juist evenwichtig en gematigd te zijn in het naleven van en het handelen naar de Soennah, zonder extremisme of overdrijving, en zonder hierin onzorgvuldig of onachtzaam in te zijn. Dit is wat je zou moeten doen.

Hoe dan ook, je zult met de Wil van Allah beloond worden en je dient je te houden aan de Soennah van de Profeet (vrede zij met hem) en te proberen om degenen die jou hierom bekritiseren te overtuigen, met name jouw ouders. Je dient hen aan te sporen om de Soennah te volgen en hun uit te leggen welke beloningen en goedheid daarmee gepaard gaan. Wellicht zullen zij hun bezwaren laten varen en zal deze daad ervoor zorgen dat ook zij de Soennah zullen navolgen, en zal jij degene zijn die hen heeft uitgenodigd naar Allah, de Verhevene. Degene die anderen wil uitnodigen naar Allah is zonder twijfel verplicht om te beginnen met zijn familieleden en meest nabije mensen, en het zijn de ouders die behoren tot de dichtstbijzijnde mensen.

Als jouw naleving van de Soennah niet overgaat op uitersten van overdrijving, dan is het iets wat prijzenswaardig is en dien je daarmee door te gaan, en jouw ouders en anderen hiernaar uit te nodigen.

En Allah weet het het beste.

Sheikh Saalih ibn Fawzaan al-Fawzaan
(al-Moentaqa min Fataawa Sheikh Saalih al-Fawzaan, boekdeel 2, blz. 301-302)