De zonde vermindert de beloning van de vastende. Het bewijs hiervoor is wat wordt vermeld in Sahieh al-Boekhaarie, en dit is het meest authentieke boek na het Boek van Allah, de Verhevene en Majestueuze.
Aboe Hoerayrah (moge Allah tevreden met hem zijn) heeft overgeleverd dat de Profeet (vrede zij met hem) heeft gezegd: “Wie het spreken van onwaarheid en vulgaire taal en het handelen ernaar niet laat, hoeft van Allah ook zijn eten en drinken niet te laten.”
(al-Boekhaarie)
“Wie het spreken van onwaarheid niet opgeeft”, dat wil zeggen: verbale zonden. “En het handelen ernaar niet laat” wil zeggen lichamelijke (fysieke) zonden.Betekent dat wie de zonden niet laat, of het nu verbale of lichamelijke zonden zijn, voor hem heeft Allah geen behoefte dat hij zijn voedsel en drank nalaat.
Deze overlevering geeft aan dat elke zonde de beloning van de vastende vermindert. Dat wil zeggen dat hij voor die vasten niet volledig beloond en vergoed zal worden. Om deze reden zaten sommige van de vrome voorgangers, wanneer zij vastten, in de moskeeën en zeiden: “Wij zullen ons vasten beschermen en achter niemands rug praten.” Hoewel dit van een moslim te allen tijde vereist is, wordt het tijdens de vastenperiode nog meer benadrukt.
Sheikh Saʿd al-Khatlaan
(Uitgetypt audiofragment)