|
14:22
Den Haag | cAsr
gebedstijdMiddel 13gebedstijd
Middel 7
06:18
Middel 6
08:19
Middel 5
12:39
Middel 2
14:22
Middel 4
16:43
Middel 3
18:37
Alle gebedstijden
Tafsier soerat Al-Baqarah vers 148 – 150

Vers 148: 

وَلِكُلٍّ وِجْهَةٌ هُوَ مُوَلِّيهَا فَاسْتَبِقُواْ الْخَيْرَاتِ أَيْنَ مَا تَكُونُواْ يَأْتِ بِكُمُ اللّهُ جَمِيعاً إِنَّ اللّهَ عَلَى كُلِّ شَيْءٍ قَدِيرٌ
 
Allah, de Verhevene, geeft te kennen dat iedere religieuze gemeenschap zich tot een eigen richting moet begeven tijdens hun daden van aanbidding. De kwestie hangt niet af van de richting die gekozen wordt, want de Qiblah is een voorschrift dat in de loop der tijd verandert en gebukt gaat onder zaken zoals an-Naskh (het opheffen van eerdere voorschriften door het openbaren van nieuwe voorschriften). Waar het werkelijk om gaat, is het naleven van de Bevelen van Allah en toenadering tot Hem zoeken. Dit is de kern van het geloof en de werkelijke aanleiding voor gelukzaligheid.
 
Daarna wordt ons bevolen om ons toe te snellen tot het verrichten van het goede. Dit behelst meer dan het verrichten van een goede daad alleen. Het zich toesnellen tot het verrichten van het goede houdt ook in dat men dit vervolmaakt, naar behoren verricht en zo snel mogelijk tot uitvoer brengt. Degene die zich haast in het verrichten van het goede in het wereldse leven, is tevens degene die als eerste in aanmerking komt voor het Paradijs.
 
Het goede slaat zowel op de verplichte als op de optionele aanbiddingen. Om de dienaren aan te moedigen tot deze verhaasting, noemde Allah de grootse beloning die hiermee kan worden behaald. Zo vertelt Hij dat Hij bij machte is om iedereen op de Dag des Oordeels bijeen te brengen en naar hun daden te belonen.
 
Dit vers wordt tevens als bewijs aangevoerd voor het zo spoedig mogelijk verrichten van daden van aanbidding zoals het gebed, het vasten, de bedevaart, enzovoorts.
 
 
Vers 149 en 150:
 
وَمِنْ حَيْثُ خَرَجْتَ فَوَلِّ وَجْهَكَ شَطْرَ الْمَسْجِدِ الْحَرَامِ وَإِنَّهُ لَلْحَقُّ مِن رَّبِّكَ وَمَا اللّهُ بِغَافِلٍ عَمَّا تَعْمَلُونَ
وَمِنْ حَيْثُ خَرَجْتَ فَوَلِّ وَجْهَكَ شَطْرَ الْمَسْجِدِ الْحَرَامِ وَحَيْثُ مَا كُنتُمْ فَوَلُّواْ وُجُوهَكُمْ شَطْرَهُ لِئَلاَّ يَكُونَ لِلنَّاسِ عَلَيْكُمْ حُجَّةٌ إِلاَّ الَّذِينَ ظَلَمُواْ مِنْهُمْ فَلاَ تَخْشَوْهُمْ وَاخْشَوْنِي وَلأُتِمَّ نِعْمَتِي عَلَيْكُمْ وَلَعَلَّكُمْ تَهْتَدُونَ
 
Allah, de Verhevene, zegt dat waar de persoon zich ook begeeft, hij zich tijdens het gebed richting de Gewijde Moskee moet begeven. Dezelfde Woorden worden ook gedaan richting de algehele gemeenschap. Daarna benadrukt Allah dat het hier de Waarheid betreft en dat Hij op de hoogte is van de omstandigheden van de mensen. Ook onderschrijft Allah dat deze wijziging van de Qiblah als bewijs geldt tegen de Lieden van het Boek en de veelgodenaanbidders. Want de Lieden van het Boek treffen in hun eigen Boeken aan dat de Qiblah van de laatste Profeet de Gewijde Moskee (de Kacbah) zal zijn. En de veelgodenaanbidders zullen vol afschuw spreken over de Profeet (vrede zij met hem) wanneer hij zich blijft richten tot Jeruzalem, aangezien de Kacbah onderdeel uitmaakt van het geloof van Ibraahiem (vrede zij met hem). Zij zullen dan zeggen: “Hoe kan Mohammed beweren het geloof van Ibraahiem te hanteren, terwijl hij zich afwendt van zijn Qiblah?”
 
Natuurlijk zullen er altijd onrechtplegers blijven bestaan die twijfels proberen te zaaien over deze kwestie. Twijfels die slechts valse verlangens als grondslag hebben. Aan deze mensen dient geen aandacht gegeven te worden en hun woorden moeten niet als bewijs worden genomen. Daarom zegt Allah dat wij niet bevreesd moeten zijn voor dit soort mensen, want hun bewijzen zijn vals en datgene wat vals is, zal geheid afbrokkelen en verdwijnen. Vervolgens draagt Allah ons op om Hem te vrezen, want het is deze vrees die de essentie vormt van al het goede.
 
De reden waarom Allah uitgebreid heeft gesproken over de wijziging van de Qiblah, is vanwege de veelvoudige twijfels die opgeworpen werden door de Lieden van het Boek, de hypocrieten en de veelgodenaanbidders.
 
Omdat het zich richten tot de Qiblah als een grote gunst kan worden gezien, spreekt Allah van het vervolmaken van Zijn Gratie richting Zijn dienaren. Een Gratie die tot uiting komt in het verduidelijken van de wegen van Leiding.
 
Leraar: Aboe Ismail
Locatie: Moskee as-Soennah