|
14:21
Den Haag | cAsr
gebedstijdMiddel 13gebedstijd
Middel 7
06:21
Middel 6
08:23
Middel 5
12:40
Middel 2
14:21
Middel 4
16:41
Middel 3
18:36
Alle gebedstijden
Verdriet – deel 2

Als we het hebben over verdriet, schieten er allerlei zaken door ons hoofd: mijn rijbewijs niet gehaald, ontslagen van werk, vrienden die niet om mij geven en ga zo maar door. Het zijn de wereldse zaken die als eerst door ons hoofd omgaan, toch?

We denken teveel na over zaken die tijdelijk zijn of die reeds zijn geweest. Zaken die spijtig genoeg niet leiden tot verdriet voor het Hiernamaals. Verdriet dat we allen zouden moeten hebben en welke we op de Dag des Oordeels geheid nog zullen krijgen.
 
Over welk verdriet hebben we het dan? Wat is hetgeen waar we dan verdrietig over moeten zijn? Het antwoord hierop is wat de moslim zich dagelijks zou moeten afvragen: “Heb ik genoeg gedaan?” Heb jij genoeg gedaan in dit wereldse leven om je in het Hiernamaals te kunnen redden? Heb jij genoeg gedaan om jezelf te beschermen tegen het Vuur? Heb jij genoeg gedaan om de Tevredenheid van jouw Heer te verkrijgen, zodat jij vergeven zal worden? Ben jij, beste moslim, daar dan niet verdrietig over??
 
Onze vrome voorgangers hadden zoveel verdriet en vrees. Verdriet over hun leven, vrees over hoe ze hebben geleefd. Zelfs zij dachten dat zij niet genoeg gedaan hadden in dit wereldse leven, terwijl zij de beste generatie waren!
 
In een overlevering zei de Profeet (vrede zij met hem): “De beste der mensheid is mijn generatie, vervolgens degenen die hen opvolgen en vervolgens degenen die hen opvolgen.”
(al-Boekhaari, Moeslim en at-Tirmidhi)
 
Soefyaan ath-Thaurie, een Imam op het gebied van Hadieth, werd op zijn sterfbed bezocht door iemand die zei tegen hem: “O Soefyaan, is dit waar jij al die tijd op hebt gewacht? Je staat op het punt om te vertrekken naar Degene naar Wie jouw verlangen uitgaat, naar Allah.” Toen begonnen de ogen van Soefyaan te tranen en hij zei tegen hem: “Vertel mij de waarheid, denk jij dat ik iemand ben die gered zal worden van het Vuur?”
 
Eén van de andere vrome voorgangers stond op om het nachtgebed te verrichten. Als hij dan klaar was, richtte hij zich tot Allah en hij zei: “O Allah, U kent de inwoners van het Paradijs en van de Hel, tot welke van de twee groepen behoor ik?”
 
Hoe kunnen wij zeker zijn van een goed einde, als zelfs vele van onze vrome voorgangers hier niet zeker van waren? Als zelfs onze vrome voorgangers niet zeker waren of zij genoeg hadden gedaan en het Paradijs binnen zouden treden? Hebben wij ons wel eens afgevraagd tot welke groepen wij behoren? Een groep, die het Paradijs zal binnentreden of juist de groep die in de Hel geworpen zal worden?!
 
Op de Dag des Oordeels zullen we ook ondervraagd worden over wat we hebben gedaan. De Boodschapper van Allah zei: “Een dienaar van Allah zal gedurende de Dag des Oordeels blijven staan tot hij ondervraagd wordt over zijn leven en hoe hij dat besteed heeft, over zijn kennis en wat hij hiermee gedaan heeft, over rijkdom, hoe hij die verkregen heeft en wat hij ermee gedaan heeft en over zijn lichaam en hoe hij dat (op)gebruikt heeft.”
(at-Tirmidhi)
 
Nu we weten dat onze geliefde Profeet (vrede zij met hem) dit gezegd heeft, en zijn metgezellen vreesden voor wat hen te wachten kon staan, zouden we moeten inzien dat we nog lang niet genoeg hebben gedaan en dat we nog veel meer moeten doen. Ben jij, beste moslim, daar dan niet verdrietig over??
 
We zouden elke dag moeten nadenken over hoe onze toestand zal zijn op de Dag des Oordeels en hoe we daar verbetering aan moeten brengen.
 
cOmar ibn ul-Khattaab die bijvoorbeeld zei: “Berecht jezelf, voordat jij wordt berecht.”
 
Dit is een mooi voorbeeld om verbetering in je leven te brengen. Namelijk keer op keer bij jezelf nagaan of je wel genoeg hebt gedaan. Dan zal je vol verdriet moeten toegeven dat jij niet genoeg hebt gedaan. Ben jij, beste moslim, daar dan niet verdrietig over??
 
Maar laten we onze hoop niet verliezen beste moslim, want gelukkig heeft Allah iets moois tegen ons te zeggen.
 
In een Hadieth Qoedsi zegt Allah: “Ikzelf, de mensheid, en de Djinn, bevinden ons in een enorme serieuze staat. Ik schiep hen, vervolgens aanbidden zij andere goden die zij voor zichzelf maken. Ik zegen hen met Mijn Geschenken, dan danken zij iemand anders voor hetgeen Ik hen heb gestuurd. Mijn Genade daalt op hen neer, terwijl hun slechte daden naar Mij opstijgen. Ik uit mijn Liefde voor hen met Mijn Geschenken, al heb Ik hen niet nodig. Dit terwijl zij zichzelf aan Mij onttrekken met hun zonden en zij Mijn Hulp dringend nodig hebben. Eenieder die zich tot Mij wendt, Ik accepteer hem zonder te letten op hoe ver hij is; en eenieder die zich van Mij afkeert, Ik benader hem en spreek hem aan. Eenieder die een zonde nalaat voor Mij, Ik beloon hem met vele geschenken en eenieder die tracht Mij tevreden te stellen, Ik tracht hem tevreden te stellen. Eenieder die Mijn Wil en Macht erkent in alles wat hij doet, Ik laat het ijzer voor hem buigen. Mijn dierbare mensen zijn degenen die met Mij zijn. Eenieder die Mij dankt, Ik schenk hem meer zegeningen. Eenieder die Mij gehoorzaamt, Ik verhef hem en liefkoos hem meer. Eenieder die Mij ongehoorzaam is, Ik houd de deuren van Mijn Genade voor hem open; als hij zich tot Mij keert, schenk Ik hem Mijn Liefde, aangezien Ik van degenen houd die berouw tonen en zichzelf voor Mij reinigen. Als hij geen berouw toont, bejegen Ik hem nog steeds door hem in een moeilijkheid te plaatsen om hem te reinigen. Eenieder die Mij de voorkeur boven anderen geeft, Ik geef aan hem de voorkeur boven anderen. Ik beloon elke goede daad tien keer of zevenhonderd keer tot ontelbare keren. Ik tel elke slechte daad als een enkele, tenzij de persoon berouw toont en Mijn Vergiffenis vraagt; in dat geval vergeef Ik zelfs die ene. Ik neem elke kleine goede daad in aanmerking en Ik vergeef zelfs de grote zonden. Mijn Genade overtreft Mijn Woede. Mijn Tolerantie overtreft Mijn Berisping. Mijn Vergiffenis overtreft Mijn Bestraffing, aangezien Ik Genadevoller met Mijn dienaren ben dan een moeder met haar kind.”
(Uit: Madaaridj us-Saalikien door Ibn ul-Qayyim al-Djawziyyah,
hoewel zwak verklaard door Sheikh al-Albaanie in as-Silsilat ud-Daciefah)
 
Ondanks de hoop die wij krijgen van deze prachtige Woorden van onze Heer, zouden wij eigenlijk nog verdrietiger moeten worden. Verdrietig, omdat Hij ons zoveel schenkt en wij daar niet dankbaar voor zijn. Verdrietig zijn, omdat Hij ons wilt vergeven, maar wij geen vergiffenis vragen. Verdrietig zijn, omdat Hij Genadig is voor Zijn dienaren, maar wij Hem ongehoorzaam zijn. Ben jij, beste moslim, daar dan niet verdrietig over??
 
Um Hudayfah