|
13:52
Den Haag | Dhoehr
gebedstijdMiddel 13gebedstijd
Middel 7
03:49
Middel 6
05:15
Middel 5
13:52
Middel 2
18:12
Middel 4
22:13
Middel 3
23:40
Alle gebedstijden
Wat gaat er om in het hoofd van een Moebtadic?

Er is gezegd dat een zondaar in bepaald opzicht beter is dan een Moebtadic (iemand die zich schuldig maakt aan een religieuze innovatie), want een zondaar weet en erkent dat hij fout zit. Terwijl een Moebtadic zich in allerlei bochten wringt en zich achter een zelfgecreëerde warwinkel aan regels en voorschriften verbergt om zijn religieuze innovatie overeind te houden.

Nu weet iedereen dat de Profeet (vrede zij met hem), noch zijn familie, noch zijn metgezellen, noch de vier grote imams (Aboe Haniefah, Maalik, ash-Shaaficie en Ahmad), noch iemand die deel uitmaakte van de eerste drie generaties – die als beste generaties ooit worden beschouwd – de verjaardag van de Profeet (vrede zij met hem) hebben gevierd. En dit ondanks hun ongeëvenaarde liefde voor de Profeet (vrede zij met hem).

Voor een weldenkend mens zal slechts dit gegeven voldoende moeten zijn om af te zien van zo’n viering. Want als de allerbeste generaties dit nooit hebben gevierd, dan zouden ook wij hun voorbeeld moeten volgen en dit niet moeten vieren.

Maar de gedachtegang in het hoofd van een Moebtadic zit soms heel vreemd en complex in elkaar. Als hij bijvoorbeeld wordt aangesproken op de Bidcah van de Mawlid (viering van de geboorte van de Profeet), dan antwoordt hij dat niet alles wat de Profeet (vrede zij met hem) niet heeft gedaan verboden is. En dan noemt hij vervolgens een reeks van drogredenen om zijn woorden kracht bij te zetten, of beter gezegd om zijn leugen te verhullen.

De stelregel dat niet alles wat de Profeet (vrede zij met hem) niet heeft gedaan niet perse verboden is, geldt voor zaken zoals gewoontes en tradities! Niet voor daden van aanbidding!

Om deze kwestie goed te begrijpen, is het van belang om onderscheid te maken tussen iets wat als gewoonte en wat als aanbidding wordt aangemerkt. Gewoontes hebben als basisregel dat alles toegestaan is, totdat het tegendeel is bewezen. Allah zegt namelijk in de Koran (interpretatie van de betekenis):

“Hij is Degene Die alles wat zich op aarde bevindt voor jullie heeft geschapen.”

(Soerat al-Baqarah: 29)

Een aanbidding daarentegen heeft als basisregel dat alles verboden is, totdat het tegendeel bewezen is. De Profeet (vrede zij met hem) zegt namelijk: “Wie een daad verricht die niet in overeenstemming is met onze zaak, het zal verworpen worden.”

(Moeslim)

Uit deze overlevering valt dus duidelijk op te maken dat iedere vorm van aanbidding oorspronkelijk verboden is, totdat hiervoor een bewijs is geleverd. De Profeet (vrede zij met hem) moet ons hiertoe hebben bevolen of men moet hem dit hebben zien doen. En dat is ook logisch, want stel je voor als wij zouden zeggen dat wanneer de Profeet (vrede zij met hem) een aanbidding niet heeft gedaan dit nog niet betekent dat dit verboden is, dan zal dus iedereen een eigen aanbidding of religieuze feestdag mogen verzinnen. En dan is het slechts een kwestie van tijd voordat het geloof een wirwar wordt van wat de Profeet (vrede zij met hem) ons heeft nagelaten en wat de mensen daarna hebben verzonnen.

De Moebtadic kan soms zodanig doordrijven in het proberen mensen te overtuigen van zijn gelijk dat hij alle grenzen van het toelaatbare overschrijdt en zelfs gevaarlijke uitspraken doet. Zo lazen wij dat iemand van hun zegt dat de reden waarom de Profeet (vrede zij met hem) iets soms liet, is omdat hij er niet aan heeft gedacht. Het nalaten van een daad is dus niet automatisch Haraam volgens hem, want het kan zijn dat de Profeet iets nalaat omdat hij er niet aan heeft gedacht. Dit soort uitspraken kunnen op zijn minst als zeer gevaarlijk worden aangemerkt, want Allah selecteert Zijn Profeten op basis van hun kennis, kunde en gedrag. Niemand kan de Boodschap van Allah beter verkondigen dan zij. Ook waakt Allah er Zelf op dat deze Profeten iedere letter van de Boodschap bekend maken aan de mensen. En zelfs als het gebeurt dat een Profeet aan iets niet denkt – wat onwaarschijnlijk is – dan is het Allah die hem hieraan herinnert! Want op de Profeet (vrede zij met hem) rust namelijk de plicht om het hele geloof aan de mensen te leren. Allah zegt (interpretatie van de betekenis):

“O Boodschapper, verkondig dat wat door jouw Heer aan jou is neergezonden. En als jij dat niet doet, dan heb jij Zijn Boodschap niet verkondigd. En Allah zal jou tegen de mensen beschermen. Waarlijk, Allah leidt het ongelovige volk niet.”

(Soerat al-Maa’idah: 67)

Ook zegt Allah (interpretatie van de betekenis):

“Op deze dag heb Ik jullie godsdienst voor jullie vervolmaakt, en Mijn Gunst aan jullie voltooid en de Islam voor jullie uitgekozen als godsdienst.”

(Soerat al-Maa’idah: 3)

En om deze reden heeft de Profeet (vrede zij met hem) gezegd: “Er is niets wat jullie nader tot het Paradijs brengt en van het Hellevuur verwijdert, of het is jullie reeds bekendgemaakt.”

(at-Tabaraanie en authentiek bevonden door Sheikh al-Albaanie)

Deze woorden geven duidelijk aan dat de Profeet (vrede zij met hem) niet de dood vond voordat hij alles had doorgegeven en dus niets kan hebben vergeten. Het geloof was compleet toen hij (vrede zij met hem) stierf en behoeft dus geen toevoegingen.

Een andere reden waarom volgens de Moebtadic de Profeet (vrede zij met hem) het vieren van zijn verjaardag liet, was omdat hij rekening hield met de nieuwe metgezellen. De Profeet (vrede zij met hem) was bang dat nieuwe metgezellen andere gedachten hadden van een bepaalde daad. Vervolgens voert hij als bewijs hiervoor dat de Profeet de Kacbah nog een keer wilde verbouwen vanuit de fundamenten. Maar dat deed hij niet omdat hij bang was voor (de reactie van) bepaalde nieuwe metgezellen.

Wij kunnen deze beredenering niet helemaal volgen. Want wat heeft het vieren van zijn verjaardag hiermee te maken? Daarnaast heeft de Profeet (vrede zij met hem), zoals wij lezen, ook duidelijk gemaakt waarom hij de Kacbah niet heeft verbouwd. Het is dan ook vanzelfsprekend dat wanneer de Profeet (vrede zij met hem) iets religieus wil doen, maar door bepaalde omstandigheden hierin wordt belemmerd, dat hij dit ook verduidelijkt. Dit is een onderdeel van de verduidelijking die bij zijn taak hoort.

Waar lezen wij dan dat de Profeet (vrede zij met hem) zijn verjaardag wilde vieren, maar dit niet kon doen vanwege iets? En als de Profeet (vrede zij met hem) een daad niet verrichtte omdat hij bang was dat nieuwe metgezellen andere gedachten zouden hebben van deze bepaalde daad, waarom laat de Moebtadic dan niet zijn innovatie ook achterwege uit angst dat de mensen van deze tijd, die meer onwetend zijn dan de metgezellen van toentertijd, het niet zouden snappen of verkeerd zouden interpreteren?

En zo dendert de Moebtadic door in zijn nietszeggende en onbruikbare gewauwel om uiteindelijk zogenaamd tot de conclusie te komen dat het argument ‘de Profeet (vrede zij met hem) deed het niet’ meervoudig interpretabel is en wij dus de verjaardag van de Profeet (vrede zij met hem) gewoon mogen vieren. Ongelofelijk is het om te zien hoe graag iemand van de werkwijze van de Profeet (vrede zij met hem) en zijn metgezellen wil afwijken en alles op alles zet om iets te doen waar de Profeet (vrede zij met hem) zijn goedkeuring niet voor heeft gegeven.

Wat deze mensen niet snappen is dat deze gemeenschap, zoals Imam Maalik aangaf, enkel en alleen baat ondervindt bij datgene waar de eerste generaties ook baat bij ondervonden, namelijk het zich vastklampen aan de Soennah van de Profeet en niets daarvan willen veranderen. Wij vragen Allah dan ook om ons op de Soennah van de Profeet (vrede zij met hem) te doen leven en te doen sterven.

Samenvattend kunnen wij dus zeggen dat deze drogredenen waar de Moebtadic mee komt kant noch wal raken. En wie een kritische blik werpt op al hun verwoede pogingen om hun dwalingen goed te praten, zal gauw genoeg opmerken dat het allemaal niets anders is dan (interpretatie van de betekenis):

“..een luchtspiegeling op een vlakte. De dorstige denkt dat het water is, totdat hij het nadert en (vervolgens) ontdekt dat het niets is.”

(Soerat an-Noer: 39)

En tot slot vragen wij Allah om Zijn Vrede en Zegeningen uit te spreiden over onze geliefde Profeet (vrede zij met hem), diens familieleden en metgezellen en iedereen die ernaar streeft om hun weg te volgen.

Team al-Yaqeen