|
12:40
Den Haag | Dhoehr
gebedstijdMiddel 13gebedstijd
Middel 7
06:23
Middel 6
08:25
Middel 5
12:40
Middel 2
14:20
Middel 4
16:40
Middel 3
18:35
Alle gebedstijden
Aboe Dharr en afgedwaalde groeperingen


Vraag:

Aboe Dharr
overleverde aan Aboe al-Aswad dat de Profeet (vrede zij met hem) heeft
gezegd: “…Er is geen dienaar die ‘laa ilaaha illAllah’ (er is geen
god waard aanbeden te worden, behalve Allah) zegt en hierop overlijdt
(gelovende hierin), of hij zal het Paradijs binnentreden. Ik (Aboe
Dharr) vroeg aan de Profeet (vrede zij met hem): “Ook al begaat
hij ontucht en steelt hij?” Waarop de Profeet
(vrede zij met hem) mij
bevestigend antwoordde en zei:
“Ook al pleegt hij ontucht en steelt
hij.” Ik herhaalde
(uit verbazing) mijn vraag en vroeg: “Ook al
pleegt hij ontucht en steelt hij?” Wederom beantwoordde de Profeet

(vrede zij met hem) mij bevestigend en zei: “Ook al pleegt hij ontucht en
steelt hij.” Dit herhaalde zich tot drie keer toe en bij de vierde keer zei
hij
(vrede zij met hem): “Of Aboe Dharr het nu wil of niet.”
Vervolgens vertrok Aboe Dharr, terwijl hij het volgende in zichzelf
herhaalde: “Of Aboe Dharr het nu wil of niet.”
                                                                                                                    

(al-Boechari en Moeslim)

Weledele
Sheich, hoe kunnen we de bovengenoemde overlevering, in overeenstemming
brengen met het feit dat er vele afgedwaalde groeperingen en hypocrieten
onder de moslims zijn, die ook overlijden, terwijl zij geloven in deze
getuigenis?


Antwoord:

Alle lof zij
Allah, de Heer der werelden. En moge de vrede en zegeningen rusten op onze
geliefde Mohammed, zijn familie, zijn metgezellen en degenen die hen in het
goede volgen tot aan de Laatste Dag.

De
overlevering van Aboe Dharr die je aanhaalt, betreft een persoon die een
waarachtige gelovige is, maar enkele kleine en grote zonden begaat, zoals
bijvoorbeeld stelen en dergelijke. Volgens Ahl us-Soennah wal-Djamaacah
is het Paradijs de bestemming van elke gelovige persoon, ook al begaat hij
een grote zonde. De bestraffing alvorens het betreden van het Paradijs, is
afhankelijk van de Wil van Allah. Als Hij wil, bestraft hij en als Hij wil,
vergeeft Hij. Het bewijs hiervoor staat in het volgende vers (interpretatie
van de betekenis):


“Voorwaar,
Allah vergeeft niet dat aan Hem deelgenoten worden toegekend, maar Hij
vergeeft daarbuiten aan wie Hij
wil.”                                                           

(Soerat an-Nisaa: 116)

Zolang de
zonden van alle gelovige zondaars, hoe groot die ook zijn, geen Koefr
(ongeloof) inhouden, dan is het Paradijs voor hen niet verboden verklaard.
Hun bestemming zal dan ook uiteindelijk het Paradijs zijn. Echter, zij
kunnen voor hun zonden bestraft worden door Allah, of zij kunnen er voor
worden vergeven. Dit is dus afhankelijk van Zijn Wil.

Wat betreft
de hypocrieten en de nieuwlichters (Ahl ul-bidac) wiens
nieuwlichterij hen buiten het geloof plaatst, zij zeggen in werkelijkheid
geen ‘laa ilaaha illAllah’ met hun harten. Want dit soort hypocrisie dat tot
ongeloof leidt is tegenstrijdig met de zuivere toewijding.

Indien zij
‘laa ilaaha illAllah’ zeggen en tegelijkertijd geloven dat er geen andere
heer of god bestaat, dan Allah, maar daarentegen beweren dat cOmar,
Aboe Bakr en/of alle metgezellen na de dood van de Profeet (vrede zij met
hem) buiten het geloof zijn getreden of dat zij zich schuldig maken aan
andere nieuwlichterijen, die iemand buiten het geloof doen treden, dan kan
er over deze personen gezegd worden dat hun geloofsgetuigenis niet zuiver
is. Tengevolge hiervan vallen zij niet onder de volgende uitspraak van de
Profeet (vrede zij met hem): “Degene die getuigt van ‘laa ilaaha
illAllah’ of ‘laa ilaaha illAllah’ zegt, zal het Paradijs
binnentreden.”                                                         
(al-Boechari
en Moeslim)

Zuivere
toewijding is dus een eis voor de geloofsgetuigenis.  Lees als bewijs
hiervoor dan ook de volgende Woorden van Allah over de hypocrieten
(interpretatie van de betekenis):


“…Om door de
mensen gezien te worden. En zij gedenken Allah slechts weinig.”

(Soerat
an-Nisaa: 142)

Ook zegt
Allah over hen (interpretatie van de betekenis):


“Voorwaar, de
huichelaars zullen in de laagste verdieping van de Hel zijn: jij zult nooit
en te nimmer een helper voor hen vinden.”                                                           

(Soerat an-Nisaa: 145)

Tevens zegt
Allah over hen (interpretatie van de betekenis):


“Wanneer de
huichelaars tot jou komen, dan zeggen zij: “Wij getuigen dat jij zeker de
Boodschapper van Allah bent.”

Het betreft
hier slechts een getuigenis met de tong, want Allah zegt vervolgens in
hetzelfde vers (interpretatie van de betekenis):


“En Allah
weet dat jij zeker Zijn Boodschapper bent en Allah getuigt dat de
huichelaars zeker leugenaars zijn.”                                    
                                               

(Soerat al-Moenaafiqoen: 1)

Met andere
woorden, zij liegen wat betreft hun uitspraak: “Wij getuigen dat jij zeker
de Boodschapper van Allah bent.” Zij benoemen weliswaar Allah en de
Profeetschap, terwijl hun harten leeg zijn van datgene wat zij benoemen. 


Sheich
Mohammed ibnoe Saalih al-cOethaymien