Vraag:
Er is een afgedwaalde groep mensen die beweert uitsluitend de Koran te volgen en niet de Soennah van de Profeet (vrede zij met hem). Kunt u ons bewijzen van islamitische geleerden aanreiken waaruit blijkt dat zij zich op het verkeerde pad bevinden, zodat wij hen, als Allah het wil, kunnen uitnodigen tot de waarheid?
Antwoord:
Alle lof zij Allah. En vrede en zegeningen zij met de Profeet.
Deze groep hangt de mening aan dat de Soennah geen bron van (religieuze) Wetgeving is. Zij noemen zichzelf de Koranieten (al-Qoeraaniyyien), omdat zij naar eigen zeggen alleen uitgaan van de Koran. Zij herhalen steeds de volgende woorden: “Wij staan toe wat de Koran heeft toegestaan en verbieden wat de Koran heeft verboden.”
De Soennah heeft volgens hun veel te kampen gehad met gefabriceerde overleveringen die ten onrechte aan de Boodschapper van Allah (vrede en zegeningen van Allah zij met hem) worden toegeschreven. Naar deze mensen heeft de Profeet (vrede zij met hem) verwezen toen hij zei: “Er komt een tijd dat een verzadigde man achteroverleunend zit op zijn ligstoel en bij het horen van mijn bevelen of verboden zegt: “Ik accepteer dit niet, we vinden niets van dit in het Boek van Allah.”
(at-Tirmidhie en Ahmad)
Zij zijn de opvolgers van mensen over wie de Boodschapper van Allah (vrede en zegeningen van Allah zij met hem) ons reeds heeft bericht.
Al-Miqdaam (moge Allah tevreden met hem zijn) heeft met een authentieke overleveringsketen overgeleverd dat de Boodschapper van Allah (vrede en zegeningen van Allah zij met hem) heeft gezegd: “Er komt een tijd dat een man achteroverleunend zit op zijn ligstoel en bij het horen van mijn bevelen of verboden zegt: ‘Tussen ons en jullie is het Boek van Allah. Wat daarin toegestaan wordt verklaard, beschouwen wij als toegestaan. En wat daarin verboden wordt verklaard, beschouwen wij als verboden.’.”
(at-Tirmidhie en Ahmad)
Weet echter dat wat de Boodschapper van Allah verbiedt, is als wat Allah verbiedt.
(al-Fath al-Kabier, boekdeel 3, blz. 438)
Deze mensen hebben in werkelijkheid niets van doen met de Koran. De Koran draagt ons namelijk in bijna honderd verzen op om de Profeet te gehoorzamen. De Koran beschouwt het gehoorzamen van de Profeet als onderdeel van het gehoorzamen van Allah, de Geprezene. Allah zegt (interpretatie van de betekenis):
“Wie de Boodschapper gehoorzaamt, hij gehoorzaamt waarlijk Allah. Maar wie zich afwendt: Wij hebben jou (o Mohammed) niet als toezichthouder over hen gezonden.”1 2
(Soerat an-Nisaa’: 80)
De Koran, die zij beweren te volgen, ontkent het geloof van degene die weigert de Boodschapper (vrede en zegeningen van Allah zij met hem) te gehoorzamen en zijn oordeel niet aanvaardt. Allah zegt (interpretatie van de betekenis):
“Maar nee, bij jouw Heer! Zij geloven niet werkelijk totdat zij jou (o Mohammed) als rechter aanstellen in alle geschillen tussen hen, vervolgens in zichzelf geen weerstand voelen tegen jouw beslissingen en zich daaraan volledig onderwerpen.”
(Soerat an-Nisaa’: 65)
Wat betreft hun uitspraak dat de Soennah te lijden heeft gehad onder gefabriceerde overleveringen, dan wordt dit weerlegt. Dit door te verwijzen naar de geleerden van deze gemeenschap die zich tot het uiterste hebben ingespannen om de Soennah van dit soort overleveringen te ontdoen. Wanneer zij ook maar enige twijfel hadden over de betrouwbaarheid van een overleveraar, of wanneer er zelfs maar een geringe kans bestond dat hij iets was vergeten, was dit voor hen voldoende reden om een overlevering af te wijzen. Zelfs de vijanden van deze gemeenschap hebben erkend dat geen enkele andere gemeenschap zoveel aandacht heeft besteed aan het onderzoeken van haar overleveringen en de betrouwbaarheid van de overleveraars. Dit geldt in het bijzonder voor de overleveringen die afkomstig zijn van de Boodschapper van Allah (vrede en zegeningen van Allah zij met hem).
De enige voorwaarde om naar de inhoud van een overlevering te handelen, is het vaststellen van de authenticiteit daarvan. De Profeet achtte het voldoende om van één van zijn metgezellen te sturen om de Boodschap over te brengen. Hieruit valt duidelijk op te maken dat de vertelling van één betrouwbare persoon voor waarheid aangenomen moet worden en daarnaar gehandeld moet worden.
Verder willen we deze mensen vragen: “Waar in de Koran vinden jullie de verzen die ons inlichten over de wijze van het verrichten van het gebed, de vijf verplichte gebeden, de drempelbedragen van de Zakaat, de handelingen van de Hadj, en dergelijke zaken die ons enkel en alleen via de Soennah hebben bereikt?”
Bovendien zouden wij deze mensen willen vragen: “waar zijn de Koranverzen die ons uitleggen hoe wij moeten bidden, die ons vertellen dat de vijf dagelijkse gebeden verplicht zijn, of de Nisaab (de minimale vermogensgrens waarboven Zakaat verplicht wordt) voor de verschillende soorten bezittingen vaststellen? En waar vinden wij de handelingen van de Hadj en andere religieuze bepalingen die wij uitsluitend via de Soennah kunnen kennen?”
(al-Mawsoeʿat ul-Fiqhiyyah, boekdeel 1, blz. 44)
Islamqa.com
1. Aboe Hoerayrah (moge Allah tevreden met hem zijn) heeft overgeleverd dat de Boodschapper van Allah heeft gezegd: “Wie mij gehoorzaamt, gehoorzaamt Allah. En wie mij ongehoorzaam is, is Allah ongehoorzaam. Wie de leider gehoorzaamt die ik heb aangesteld, gehoorzaamt mij. En wie hem ongehoorzaam is, is mij ongehoorzaam.”
(al-Boekhaarie)
2. Aboe Hoerayrah (moge Allah tevreden met hem zijn) heeft overgeleverd dat de Boodschapper van Allah heeft gezegd: “Al mijn volgelingen zullen het Paradijs binnentreden, behalve degenen die weigeren.” Zij vroegen: “O Boodschapper van Allah! Wie zou er weigeren?” Hij (vrede zij met hem) antwoordde: “Wie mij gehoorzaamt, zal het Paradijs binnentreden. En wie mij ongehoorzaam is, is degene die weigert (het Paradijs te betreden).”
(al-Boekhaarie)