|
06:26
Den Haag | Fadjr
gebedstijdMiddel 13gebedstijd
Middel 7
06:26
Middel 6
08:28
Middel 5
12:41
Middel 2
14:20
Middel 4
16:39
Middel 3
18:35
Alle gebedstijden
De betekenis van de twee geloofsgetuigenissen


Vraag:

Wij willen graag de betekenis weten van de twee
geloofsgetuigenissen; de getuigenis dat er geen god is dan Allah en dat
Mohammed de Boodschapper is van Allah?


Antwoord:

De twee geloofsgetuigenissen; de getuigenis dat
er geen god is dan Allah en dat Mohammed de Boodschapper van Allah is, zijn
de sleutel tot de Islam en de Islam wordt niet binnengetreden, behalve aan
de hand van hen beide. Vandaar dat toen de Profeet (vrede zij met hem) Moecaadh
ibnoe Djabal naar Jemen stuurde, hij hem opdroeg om hen allereerst uit te
nodigen naar de getuigenis dat er geen god is dan Allah en dat Mohammed de
Boodschapper is van Allah.

Wat betreft de eerste getuigenis, namelijk dat
er geen god is dan Allah, men dient met zowel tong als hart te erkennen dat
niets of niemand het recht heeft aanbeden te worden, behalve Allah, want
‘god’ staat voor een aanbedene dat aanbeden wordt. Het betekent dus dat
niets of niemand het recht heeft aanbeden te worden, behalve Allah, alleen.

Deze zin bestaat uit een ontkennende deel en
een bevestigende. Wat betreft de ontkenning dit is terug te vinden in het
gedeelte ‘er is geen god’. En de bevestiging is te vinden in het gedeelte
‘behalve Allah’. Het staat dus voor het bevestigen met de tong, nadat het
hart hier allereerst van overtuigd is geraakt, dat niets of niemand het
recht heeft aanbeden te worden, behalve Allah. Dit veronderstelt dus
volledige toewijding van de aanbidding aan Allah alleen en een ontkenning
van het aanbidden van een ander dan Hem. Wanneer wij ervan uit gaan dat het
hier gaat om het woord ‘recht’ dat wordt weggelaten, dan biedt dit uitkomst
voor de volgende vraagstelling die door vele mensen wordt voorgelegd,
namelijk: “Hoe kunnen jullie zeggen dat er geen god is dan Allah, terwijl er
andere goden zijn die aanbeden worden naast Allah en die door Hem als
zodanig worden genoemd?” Zo zegt Allah (interpretatie van de betekenis):

“En hun goden die zij naast Allah aanriepen,
baatten hen niets toen het bevel van jouw Heer kwam. En zij deden hen
slechts meer vernietiging toekomen.”                         
(Soerat Hoed: 101)

Ook zegt Hij, de Verhevene (interpretatie van
de betekenis):

“En neem geen andere god naast Allah.”
                                                       
(Soerat al-Israa’: 39)

En Hij zegt (interpretatie van de betekenis):

“En roep geen andere god aan naast Allah.”
                                                 
(Soerat al-Qasas: 88)

Hoe is dan mogelijk dat wij zeggen: “Er is geen
god dan Allah”, terwijl het vaststaat dat godheid toegekend wordt aan
anderen dan Allah? En hoe kunnen wij goddelijkheid toekennen aan anderen dan
Allah, terwijl de Boodschappers van Allah tegen hun volkeren zeiden (interpretatie
van de betekenis):

“Aanbidt Allah, voor jullie is er geen
andere god dan Hij.”
                            
(Soerat al-Acraaf: 59)

Het antwoord op dit dilemma is als volgt. De
werkelijke betekenis van de eerste getuigenis is als volgt; ‘er is geen ware
god dan Allah’. Wij zeggen dus dat deze goden die buiten Allah aanbeden
worden weliswaar met de term ‘god’ worden aangeduid, maar in werkelijkheid
valse goden zijn die geenszins aanspraak kunnen maken op goddelijkheid. Zo
zegt Allah (interpretatie van de betekenis):

“Dat is zo omdat Allah de Waarheid is en
omdat wat zij naast Hem aanroepen de valsheid is. En omdat Allah, de
Verhevene, de Grootste is.”
                                          
(Soerat Loeqmaan: 30)

Wat hier ook op duidt, zijn de volgende Woorden
van Allah (interpretatie van de betekenis):

“Zien jullie (veelgodenaanbidders)
dan al-Laat en al-cOezzah en al-Manaat, de andere, de derde? Zijn
voor jullie de mannen en voor Hem de vrouwen? Dat zou een oneerlijke
verdeling zijn. Het zijn alleen maar namen die jullie hebben verzonnen,
jullie en jullie vaderen. Allah heeft daarvoor geen gezag neergezonden.”

                                                     (Soerat
an-Nadjm: 19-23)

En (interpretatie van de betekenis):

“Datgene wat jullie naast Hem aanbidden,
zijn slechts namen die jullie en jullie vaderen hebben verzonnen. Allah
heeft hiervoor geen gezag neergezonden.”                        
(Soerat Yoesoef: 40)

Concluderend kunnen wij zeggen dat de eerste
geloofsgetuigenis het volgende betekent: niets of niemand heeft het recht
aanbeden te worden, behalve Allah. En alles wat naast Hem aanbeden wordt,
ongeacht of het hier nu gaat om boodschappers, engelen, awliyaa’, stenen,
bomen, de zon, de maan of iets anders, is vals. De enige ware aanbedene is
Allah.

Wat betreft de getuigenis ‘Mohammed is de
Boodschapper van Allah’, dit staat voor het bevestigen met de tong en het
geloven met het hart dat Mohammed, de zoon van cAbdullah, de
Qoerayshiet, de Hashimiet, de Boodschapper is van Allah die gezonden is naar
de gehele schepping: zowel de djinn als de mens. Allah zegt namelijk (interpretatie
van de betekenis):

“Zeg: ,,O mensen, waarlijk, ik ben de
Boodschapper van Allah voor jullie allen.
(Allah is) Degene aan Wie
het Koninkrijk over de hemelen en de aarde behoort, geen god is er dan Hij.
Hij doet leven en Hij doet sterven. Gelooft daarom in Allah en Zijn
Boodschapper; de ongeletterde Profeet, die in Allah en Zijn Woorden gelooft,
en volgt hem. Opdat jullie geleid zullen worden.”
                                                                                                        
(Soerat al-Acraaf: 158)

Ook zegt Allah (interpretatie van de betekenis):

“Gezegend is Degene Die de Foerqaan (de
Koran) heeft neergezonden aan Zijn Dienaar opdat hij een waarschuwer voor
de werelden zal zijn.”                                        
(Soerat al-Foerqaan: 1)

De betekenis van de tweede geloofsgetuigenis is
dat jij gelooft in de berichtgevingen van de Profeet, zijn bevelen volgt,
wegblijft van datgene dat hij heeft verboden en dat jij Allah slechts
aanbidt op de wijze die hij heeft voorgeschreven. Deze getuigenis houdt
tevens in dat jij gelooft dat de Boodschapper van Allah geenszins aanspraak
maakt op enige vorm van heerschappij en bestuur van het heelal en aanbidding.
Hij is niets anders dan een Dienaar die geen recht van aanbidding toekomt,
een Boodschapper die niet liegt en die niet bij machte is zichzelf of
anderen te baten, noch te schaden, behalve met de Wil van Allah. Allah zegt
namelijk (interpretatie van de betekenis):

“Zeg: ,,Ik zeg jullie niet dat ik over de
schatten van Allah beschik en niet dat ik het Ongeziene ken, en ik zeg
jullie niet dat ik een engel ben. Ik volg slechts wat aan mij geopenbaard
wordt.”                                                                                                                       
(Soerat al-Ancaam: 50)

Hij is dus een dienaar die uitvoert wat hem
opgedragen wordt. Allah zegt ook (interpretatie van de betekenis):

“Zeg: ,,Ik ben niet bij machte om jullie te
schaden, noch te leiden.” Zeg: ,,Niemand kan mij ooit bescherming bieden
tegen Allah en ik zal buiten Hem nooit een andere toevluchtsoord vinden.”

                                                                                                       
(Soerat al-Djinn: 21-22)

Ook zegt de Verhevene (interpretatie van de
betekenis):

“Zeg: ,,Ik ben niet bij machte om mijzelf te
baten, noch te schaden, behalve met de Wil van Allah. En als ik het
Ongeziene kende, dan zou ik het goede vermeerderd hebben en zou het kwade
mij niet hebben getroffen. Ik ben niets dan een waarschuwer en een
verkondiger van blijde tijdingen voor een gelovig volk.”                     
                                   
(Soerat al-Acraaf: 188)


Dit is dan ook de betekenis van de twee geloofsgetuigenissen.
Hiermee is tevens duidelijk geworden dat recht van aanbidding niet toekomt
aan de Boodschapper, noch aan andere schepselen. Aanbidding komt slechts toe
aan Allah, alleen. Wel dient de Profeet (vrede zij met hem) de gepaste
achting toegekend te worden die Allah hem heeft gegeven, namelijk: hij is de
dienaar van Allah en Zijn Boodschapper.
 


Sheich Mohammed ibnoe Saalih al-cOethaymien