|
06:20
Den Haag | Fadjr
gebedstijdMiddel 13gebedstijd
Middel 7
06:20
Middel 6
08:21
Middel 5
12:39
Middel 2
14:21
Middel 4
16:42
Middel 3
18:36
Alle gebedstijden
De geredde groep


Vraag:

Wat zijn de
voornaamste kenmerken van Firqatoen Naajiyah (de geredde groep) en doet een
afwijking van deze kenmerken de pleger ervan van deze groep afvallen?

Vraag ontvangen
op 3 januari 2005


Antwoord:

Alle lof zij
Allah en vrede en zegeningen zij met Zijn Boodschapper.

De
voornaamste kenmerken van Firqatoen Naajiyah zijn: het bewandelen van het
Pad van de Profeet (vrede zij met hem), wat betreft cAqiedah (de
geloofsleer), cIbaadaat (daden van aanbidding), Akhlaaq (nobele
gedragscode) en Moecaamalaat (onderlinge omgangsvormen). Aan deze
vier zaken kun je Firqatoen Naajiyah duidelijk herkennen.

Wat betreft
de geloofsleer zul je hen vast zien houden aan datgene waar de Koran en de
Soennah van de Profeet (vrede zij met hem) op wijst. Waaronder de zuivere
Tawhied (Eenheid van Allah) wat betreft Zijn Oeloehiyyah (Alleenrecht op de
aanbidding), Zijn Roeboebiyyah (Alleenrecht op de Heerschappij) en Zijn
Asmaa’ was-Sifaat (Alleenrecht op Zijn Namen en Eigenschappen).

Wat betreft
de daden van aanbidding zul je hen zien uitblinken in het volledig
praktiseren van de daden van aanbidding die door de Profeet (vrede zij met
hem) werden verricht. Dit wat betreft het soort aanbidding, vorm,
hoeveelheid, tijdstip, plaats en reden. Onder hen vind je geen innovaties in
het geloof van Allah. Zij hanteren het toppunt van goed gedrag in hun
relatie met Allah en Zijn Boodschapper (vrede zij met hem). Zij plaatsen
zichzelf niet voor Allah en Zijn Boodschapper (vrede zij met hem) door een
zaak toe te voegen aan dit geloof waar Allah geen toestemming voor heeft
gegeven.

Wat betreft
de gedragscode, zij onderscheiden zichzelf van de anderen door een nobele
gedragscode aan te nemen. Zo wensen zij het goede voor de moslims, verruimen
zij hun borst voor hen en stralen hun gezichten. Zij laten zich uit op de
beste wijze, zijn vrijgevig, dapper enz.

Wat betreft
hun onderlinge omgangsvormen, zul je merken dat zij oprecht en met alle
helderheid met de mensen omgaan, hier verwees de Profeet (vrede zij met hem)
naar, zeggende:

“De koper en
de verkoper blijven de keuze houden om van hun kooptransactie af te zien,
zolang zij niet uit elkaar zijn gegaan. Als zij zich dan eerlijk en helder
opstellen zal hun kooptransactie gezegend zijn. Als zij daarentegen liegen
en zaken verbergen, zal het geen gezegende kooptransactie zijn.”
                                                                                     
                    
 
(al-Boechari
en Moeslim)

Het hebben
van afwijkingen van deze kenmerken doet de pleger ervan nog niet automatisch
buiten deze groep treden, maar natuurlijk is hier sprake van verschillende
gradaties. Het hebben van een afwijking op het gebied van de Tawhied
bijvoorbeeld kan de pleger ervan buiten deze geredde groep doen treden,
zoals bijv. wanneer er iets mankeert aan de toewijding (Ikhlaas) van een
persoon. Zo is het ook gesteld met de religieuze innovaties: de pleger ervan
kan buiten de geredde groep treden.

Wat betreft
de nobele gedragscode en de onderlinge omgangsvormen, het vertonen van
tekortkomingen hierin doet men niet buiten deze groep treden, alhoewel dit
wel ten koste zal gaan van iemands rang bij Allah.

Het onderwerp
‘Akhlaaq (nobele gedragscode)’ behoeft gedetailleerde uitleg. Het
belangrijkste onderdeel van de nobele gedragscode is wel het vormen van een
eenheid en het zich verzamelen rondom de waarheid, zoals door Allah wordt
opgedragen (interpretatie van de betekenis):


“Hij heeft
jullie de godsdienst uitgelegd: wat Hij ervan heeft opgedragen aan Noeh, en
hetgeen Wij aan jou geopenbaard hebben en wat Wij ervan aan Ibraahiem en
Moesaa en cIesaa hebben opgedragen: dat jullie de godsdienst
onderhouden en dat jullie daarover niet verdeeld raken.”
                                                                                        
(Soerat ash-Shoeraa:
13)

Ook heeft
Allah ons ingelicht over degenen die hun godsdienst splitsten en sekten zijn
gaan vormen, dat Mohammed (vrede zij met hem) niets met hen van doen heeft.
Allah zegt (interpretatie van de betekenis):


“Waarlijk
degenen die hun godsdienst opsplitsten en groepen werden, jij

(O Mohammed)
bent in niets verantwoordelijk voor hen.”

                                                      
       (Soerat al-Ancaam: 159)


Het vormen van een eenheid en het zoeken van toenadering tot elkaar behoort
tot de voornaamste kenmerken van de geredde groep: Ahl us-Soennati wal
Djamaacah. Als er tussen hen sprake is van meningsverschil die
voortvloeit uit een kwestie die open staat voor Idjtihaad (een wetsoordeel
gebaseerd op een interpretatie van de rechtsbronnen door inspanning van een
erkende geleerde) dan dragen zij geen gevoelens van haat en nijd tegenover
elkaar. Zij blijven de overtuiging hebben dat zij broeders zijn, ongeacht of
er zich tussen hen wel of geen meningsverschil voordoet. Zoals in het geval
van een persoon die het gebed verricht achter iemand waarvan hij van mening
is dat deze geen woedoe’ heeft, terwijl de voorganger zelf wel van mening is
dat hij woedoe’ heeft. Een voorbeeld hiervan is iemand die de overtuiging
heeft dat het eten van kamelenvlees de woedoe’ verbreekt en toch ervoor
kiest om het gebed achter een imam te verrichten die de overtuiging heeft
dat het eten van kamelenvlees de woedoe’ niet verbreekt. Dit omdat zij
geloven dat meningsverschillen die voortvloeien uit zaken die openstaat voor
Idjtihaad in feite geen (noemenswaardige) meningsverschillen zijn. Vanwege
het feit dat zij zich beiden houden aan de aanwezige bewijzen en ervan
overtuigd zijn dat het niet gepast is om hiervan af te wijken. Zij hanteren
de volgende stelregel: wanneer een broeder afwijkt in een bepaalde
handeling, terwijl hij hiervoor bewijs heeft, dan is hij het in feite met
ons eens. Dit omdat zij oproepen tot het volgen van de bewijzen, waar deze
dan ook vandaan komen. Zij wijken dan weliswaar van elkaar af, maar hebben
beide daarvoor hun bewijzen vanuit de Koran en de Soennah van de Profeet
(vrede zij met hem).

Het is de
mensen van kennis niet ontgaan dat dit soort meningsverschillen zich reeds
voordeden onder de metgezellen in de tijd van de Profeet (vrede zij met
hem). Geen van hen zou de ander vijandig gezind zijn. Toen de Profeet (vrede
zij met hem) terug kwam van ‘de slag van de bondgenoten (Ahzaab)’ en
Djibriel (vrede zij met hem) naar hem kwam om hem door te sturen naar Banoe
Qoeraydhah, die hoogverraad hadden gepleegd, zei de Profeet (vrede zij met
hem) het volgende tegen de metgezellen:


“Niemand van jullie dient het cAssr-gebed te verrichten, behalve
in Banoe Qoeraydhah.”

                                    
                                                                               (al-Boechari
en Moeslim)

De
metgezellen trokken door naar Banoe Qoeraydhah, terwijl de tijd van het
c
Assr-gebed aanbrak. Onder hen waren er metgezellen die het gebed
uitstelden totdat de tijd van het gebed verstreken was en verrichten dit
toen zij aankwamen bij Banoe Qoeraydhah. Dit omdat de Profeet (vrede zij met
hem) zei:

“Niemand van
jullie dient het cAssr-gebed te verrichten, behalve in Banoe
Qoeraydhah.”

Anderen weer van de metgezellen verrichten het cAssr-gebed op
tijd. Zij waren van mening dat de Profeet (vrede zij met hem) met zijn
uitspraak bedoelde dat de metgezellen zich moesten haasten en niet dat zij
de tijd van het gebed moesten laten verstrijken. Deze groep had overigens
gelijk, maar de Profeet (vrede zij met hem) verweet geen van de beide
groepen iets en ook waren de metgezellen onderling niet verdeeld door
afkeur. De moslims die zich rekenen tot Ahl us-Soennah dienen zich op te
stellen als een eenheid, ook al verschillen zij in interpretatie van de
religieuze teksten, mits deze teksten dit verschil in interpretatie
toelaten.

Tenslotte,
het is belangrijk om de harten te verenigen en om toenadering tot elkaar te
zoeken. We weten allen dat de vijanden van de Islam, zowel degenen die hen
vijandigheid openlijk uitdragen als degenen die deze verborgen houden, ons
graag verdeeld zien. Het streven naar eenheid is dan ook een kenmerk van de
geredde groep.

En Allah weet
het beter.


Sheich
Mohammed ibnoe Saalih al-cOethaymien

Madjmoec
Fataawaa deel 1, blz. 38-41