|
18:38
Den Haag | cIshaa
gebedstijdMiddel 13gebedstijd
Middel 7
06:17
Middel 6
08:17
Middel 5
12:38
Middel 2
14:23
Middel 4
16:44
Middel 3
18:38
Alle gebedstijden
Het aanroepen van Engelen voor het slapengaan

Vraag:

Is het toegestaan om de Engelen aan te roepen? In sommige gemeenschappen is het een wijdverspreid gebruik om voor het slapen te zeggen: “Oh beschermende Engelen, laat mij wakker worden om die en die tijd.”

Antwoord:

Alle lof zij Allah.

Dit is niet toegestaan. Sterker nog, het is een vorm van grote Shirk. Het betreft namelijk een ander aanroepen dan Allah en het vragen om iets aan de ongeziene schepselen. Dit is vergelijkbaar met het vragen aan de djinns, afgoden of de doden. Allah zegt (interpretatie van de betekenis):

“En waarlijk, de moskeeën zijn voor (het aanbidden van) Allah (Alleen). Roep dus niemand naast Allah aan.”

(Soerat al-Djinn: 18)

“Dat is Allah, jullie Heer, (en) aan Hem behoort het Koningschap toe. En diegenen die jullie naast Hem aanroepen hebben (zelfs) geen macht over een Qitmier (het dunne vliesje dat om een dadelpit zit). Als jullie hen aanroepen, dan horen zij jullie smeekbede niet. En zelfs als zij (deze wel) hadden gehoord, dan hadden zij jullie geen gehoor gegeven. En op de Dag der Opstanding zullen wij verwerpen dat jullie hen als deelgenoten namen. En niemand kan jou (o Mohammed) berichten (over hun toestand) zoals de Alwetende (over het verborgene).”

(Soerat Faatir: 13-14)

Allah omschrijft het iemand anders aanroepen dan Hem, zoals de doden, de djinn of de Engelen, als Shirk en als het toekennen van deelgenoten in Zijn Aanbidding. Hij (Allah) heeft gezegd (interpretatie van de betekenis):

“En dat er waarlijk mannen onder de mensen waren die hun toevlucht zochten bij de mannen van de djinns, waarop zij (d.w.z. de djinns) zondigheid voor hem vermeerderden.”

(Soerat al-Djinn: 6)

“En wie naast Allah een andere god aanroept waarover hij geen bewijs heeft, zijn afrekening is slechts bij zijn Heer. Waarlijk, de ongelovigen zullen nooit succesvol zijn.”

(Soerat al-Moe’minoen: 117)

Allah noemt degene die een ander dan Hem aanroepen ongelovigen. Dit geldt voor diegene die iets anders aanroepen dan Allah. Ongeacht dit doden, afgoden, djinns of Engelen zijn. Niemand is daarvan uitgezonderd behalve degene die levend is, aanwezig is en in staat om te helpen. Dit omdat Allah ons vertelt in het verhaal van Moesa (interpretatie van de betekenis):

“Degene van zijn (eigen)groep vroeg hem om hulp tegen zijn vijand.”

(Soerat al-Qasas: 15)

Voorbeelden van deze vorm van Shirk zijn te vinden in wat sommige mensen zeggen, zoals: ‘O djinn, grijp hem’ of ‘O zeven (djinn), grijp hem’ of ‘O djinn van de middagtijd, grijp hem’ of ‘O djinn van die-en-die vallei’ of ‘O djinn van dit-en-dat land’. Dit alles is grote Shirk en doet een oproep aan onzichtbare wezens in plaats van aan Allah.

Als iemand zegt: “O Engelen van Allah, maak me wakker” of “bescherm mij”, dan is dit ook grote Shirk. En als men zegt: “O djinn bescherm mij” of “maak me wakker”, dan behoort dit ook tot grote Shirk. Wij zoeken onze toevlucht bij Allah hiertegen. De moslim moet hiervoor oppassen en hulp zoeken bij Allah alleen en vragen aan Hem alleen. Want Hij is voldoende en Hij heeft Macht over alle zaken. Allah is Degene die zegt (interpretatie van de betekenis):

“En jullie Heer zei: “Roep Mij aan, dan geef Ik gehoor aan jullie. Voorwaar, degenen die te hoogmoedig zijn om Mij te aanbidden, zullen (zeker) vernederd de Hel binnentreden.”

(Soerat Ghaafir: 40)

“En wanneer Mijn dienaren jou (o Mohammed) over Mij vragen: “Voorwaar, Ik ben nabij. Ik verhoor de smeekbeden van de smekende wanneer hij Mij aanroept. Laat hen Mij daarom gehoorzamen en in Mij geloven, opdat zij geleid zullen worden.”

(Soerat al-Baqarah: 186)

De Profeet (vrede zij met hem) heeft gezegd: “Als je vraagt, vraag dan aan Allah en als je hulp zoekt, zoek deze dan bij Allah.”

(at-Tirmidhie)

Wij vragen Allah de Alhorende en de Meest Nabije om ons te helpen, opdat alle moslims Zijn Religie juist begrijpen, en we vragen Hem ons te behoeden van datgene wat Zijn Toorn aanwakkert.

Sheikh Bin Baaz

(Kitaab Madjmoec Fataawa wa Maqaalaat Moetanawwicah li Samaahah, boekdeel 7, blz. 180)