|
06:26
Den Haag | Fadjr
gebedstijdMiddel 13gebedstijd
Middel 7
06:26
Middel 6
08:28
Middel 5
12:41
Middel 2
14:20
Middel 4
16:39
Middel 3
18:35
Alle gebedstijden
Het zeggen van Sayyidoenaa Moehammad (tijdens de Tashahhoed)

Vraag:

Is het beter om tijdens de Tashahhoed in het gebed: “Ash-hadoe anna Sayyidanaa Moehammadan Rasoeloellaah” (Ik getuig dat onze leider Mohammed, de Boodschapper van Allah is) en “Allaahoemma sallie cala Sayyidinaa Moehammad (O Allah, zegen onze leider Mohammed)” te zeggen? Of dienen wij “Moehammad” niet vooraf te laten gaan met het woord “Sayyidoenaa” (onze leider)?

Antwoord:

Alle lof zij Allah

Het verwijzen naar de Profeet (vrede zij met hem) als “Sayyid (leider)” is ongetwijfeld toepasselijk, aangezien hij (vrede zij met hem) onze leraar is en de onderwijzer van de hele mensheid.

Er is overgeleverd dat Aboe Hoerayrah zei: “De Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) zei: “Ik zal de onderwijzer (of leider) zijn van de zonen van Adam op de Dag der Opstanding.”

(Moeslim)

Aboe Sacied zei: “De Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) zei: “Ik zal de onderwijzer (of leider) zijn van de zonen van Adam op de Dag der Opstanding en ik ben niet aan het opscheppen. In mijn hand zal een vaandel van lof zijn en ik ben niet aan het opscheppen. Er zal geen Profeet zijn die dag, Adam of iemand anders, of hij zal onder mijn spandoek zijn. Ik ben de eerste voor wie de aarde zal open splijten en ik ben niet aan het opscheppen.”

(at-Tirmidhie; Sahieh verklaard door Sheikh al-Albaanie in Sahieh at-Tirmidhie)

Verder is bekend dat daden van aanbidding gebaseerd zijn op het volgen (van het voorbeeld van de Profeet). Er kan niets worden toegevoegd aan een daad van aanbidding, aangezien het is voorgeschreven door de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem). Dit is één van de tekenen van de liefde voor Allah die iemand heeft. Allah zegt:

“Zeg (o Mohammed): “Als jullie (werkelijk) van Allah houden, volg mij dan; Allah zal (dan) van jullie houden en jullie zonden vergeven. En Allah is Meest Vergevingsgezind, Meest Genadevol.”

(Soerat Aali cImraan: 31)

Volgen betekent het te doen zoals hij (vrede zij met hem) het deed en het zeggen ervan zoals hij het zei. Ook afzien van hetgeen waar hij van afzag en niets aan zijn daden toevoegen of weglaten.

De Profeet (vrede zij met hem) zei: “Degene die een daad verricht die geen deel is van deze zaak van ons (d.w.z. de Islam); het zal afgewezen worden.”

(al-Boekhaarie en Moeslim)

Het is overgeleverd dat de Profeet (vrede zij met hem) in de Tashahhoed tijdens het gebed zei: “Wa ash-hadoe anna Moehammadan cAbdoehoe wa Rasoeloehoe (En ik getuig dat Mohammed Zijn Dienaar en Boodschapper is).” Het volgende is overgeleverd met betrekking tot het uitspreken van de zegeningen over hem: “Allaahoemma sallie cala Moehammadin … Allaahoemma baarik cala Moehammadin (O Allah, stuur uw zegeningen over Mohammed … O Allah, zegen Mohammed).”

Het is niet overgeleverd dat hij ons heeft geleerd om te zeggen “Sayyidanaa”. Daarom dienen wij dat niet toe te voegen aan datgene wat de Profeet ons bevolen heeft om te zeggen en ons geleerd heeft. Dit is ongetwijfeld beter. In welk opzicht kan het beter zijn om tegen de leer van de Profeet in te gaan? Terwijl hij (vrede zij met hem) elke vrijdag in zijn preek gewoon was te zeggen en op de Minbar (spreekgestoelte) aankondigde: “De beste toespraak is het Boek van Allah en de beste leiding is de leiding van Mohammed (vrede zij met hem).”

(Moeslim)

Al-Haafidh ibn Hadjar werd gevraagd: “Als je de zegeningen over de Profeet (vrede zij met hem) stuurt, is het dan beter om te zeggen “Sayyidanaa”, omdat het een bekwame beschrijving van hem is? Of om het niet te zeggen omdat het niet is overgeleverd?”

Hij antwoordde: “Het volgen van de woorden die zijn overgeleverd is beter. Er zou niet gezegd moeten worden dat hij (vrede zij met hem) ervan af zag het te zeggen uit (vermeende) nederigheid. Zijn gemeenschap is echter niet bevolen om het iedere keer dat hij genoemd wordt te zeggen. Wij menen dat, als het correct was, het overgeleverd zou zijn van de Sahaabah en daarna van de Taabicien. Er is hiervan echter niets terug te vinden in hun overleveringen wat erop wijst dat hij dit zei. Ondanks dat er zoveel overleveringen zijn over dit onderwerp.”

Daarna citeerde hij overleveringen van sommige metgezellen, Taabicien en Imam ash-Shaaficie, waarin het woord “Sayyidanaa” niet genoemd is … Daarna zei hij: “Deze kwestie is welbekend in de boeken van Fiqh. Het punt is dat geen van de Foeqahaa’ (Islamitische juristen) gesproken heeft over het gebruik van het woord “Sayyidanaa”. Als deze toevoeging aanbevolen was, dan zou het bij hen niet onbekend zijn en zouden zij het niet hebben genegeerd. Alle goedheid ligt in het volgen. En Allah weet het het beste.”

(al-Albaanie; Sifat usSalaah, blz. 153-155)

Aan de geleerden van de Permanente Commissie voor het geven van fatwa’s is gevraagd: “Is het toegestaan voor ons, wanneer wij spreken over de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem), om te zeggen: “Sayyidoenaa Moehammad (onze leider Mohammed)” in een andere context dan die zijn overgeleverd? Bijvoorbeeld tijdens asSalawaat ul-Ibraahiemiyyah?

Zij antwoordden: “Met betrekking tot het sturen van de zegeningen naar de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) in de Tashahhoed, daarover is – voor zover wij weten – geen overlevering waarin het woord “Sayyidoenaa” wordt benoemd. D.w.z. “Allaahoemma sallie cala Sayyidinaa Moehammad (O Allah, stuur zegeningen over onze leider Mohammed) enzovoorts. Hetzelfde geldt voor de Adhaan en de Iqaamah waarin het woord “Sayyidoenaa” niet gebruikt wordt. Het is namelijk niet benoemd in de authentieke overleveringen waarin de Profeet (Vrede zij met hem) zijn metgezellen leerde hoe zij de zegeningen over hem dienden te sturen, en hoe zij de Adhaan en Iqaamah dienden te verrichten. Daden van aanbidding zijn Tawqiefiy (d.w.z. zij worden precies verricht zoals is beschreven in de teksten) en niets kan er aan toegevoegd worden dat niet is voorgeschreven door Allah.

Het zeggen van het woord in een andere context, daar is niets mis mee. De Profeet (vrede zij met hem) zei: “Ik zal de onderwijzer zijn van de zonen van Adam op de Dag der Opstanding en ik ben niet aan het opscheppen.”

(at-Tirmidhie)

(Fataawa al-Ladjnat ud-Daa’imah; boekdeel 7, blz. 65)

Islamqa.com