|
12:38
Den Haag | Dhoehr
gebedstijdMiddel 13gebedstijd
Middel 7
06:59
Middel 6
08:43
Middel 5
12:38
Middel 2
14:15
Middel 4
16:31
Middel 3
18:01
Alle gebedstijden
Roeqya kan voor iedereen gedaan worden

Vraag:

Wat is het oordeel over het verrichten van Roeqya over dieren? En is het toegestaan om Roeqya te verrichten over een ongelovige?

Antwoord:

Ar-Roeqya is niets anders dan een medicijn en een geneeswijze. Dit beperkt zich dus niet tot de moslim of de Dhimmie (een ongelovige die onder een Islamitisch vaandel leeft). Wanneer men Roeqya verricht bij een ongelovige, is hier niets op tegen. Hetzelfde geldt voor het verrichten van Roeqya bij een dier. Roeqya is immers een medicijn en dient als genezing.

In een overlevering van Aboe Saʿied al-Khoedrie staat dat zij langs een stam kwamen en hun vroegen om voedsel en of zij hen als gasten wilden verwelkomen, waarna zij weigerden. Hierna werd het stamhoofd[1] gestoken door een schorpioen, waarna zij deze groep metgezellen van de Profeet (vrede zij met hem) benaderden. Ze zeiden: “Bevindt er zich een Raaqie onder jullie?” Waarop zij zeiden: “Ja, maar we zullen geen Roeqya verrichten, mits wij hiervoor gecompenseerd worden.” Waarna zij om een kudde schapen vroegen. Hierna werd er Roeqya voor hem verricht door meermaals Soerat al-Faatihah te reciteren en vervolgens over de wond te spuwen. Als gevolg hiervan genas hij alsof hij nooit getroffen was.

Nadat zij bij de Profeet (vrede zij met hem) aankwamen en het verhaal aan hem voordroegen, zei hij: Wat doet jullie weten dat dit Roeqya is? Schenk mij een aandeel hierin (d.w.z. in de kudde schapen).”

(al-Boekhaarie)

Ar-Roeqya is dus een geneeswijze. Het reciteren van de Koran over een ongelovige is hier een voorbeeld van en dit wordt niet gezien als het aanraken van de Moeshaf. Allah zegt (interpretatie van de betekenis):

“En als iemand van de veelgodenaanbidders bescherming bij jou zoekt, bescherm hem dan, totdat hij het Woord van Allah hoort.”

(Soerat at-Tawbah: 6)

In de Koran schuilt genezing en aan de hand hiervan wordt het bewijs geleverd.

Sheikh Saalih Aal ash-Shaykh
(Sharh ul-ʿAqiedat ut-Tahaawiyyah, boekdeel 2, blz. 1203)

[1] De betreffende stamhoofd was geen moslim.