Verbreekt vrouwelijk vocht de Woedoe’?

Vraag:

Sommige vrouwen hebben te kampen met vocht dat vrijkomt uit het geslachtsdeel. Verbreekt dit de Woedoe’ of dienen zij hiervoor zelfs de grote wassing te verrichten? Dit vocht komt vrij terwijl zij gewoon wakker zijn en niet tijdens het slapen (het betreft dus geen natte droom).

Antwoord:

Er bestaat overeenstemming over het feit dat het vrijkomen hiervan geen grote wassing vereist. Daarnaast is de meest correcte mening dat hierdoor de kleine wassing ook niet verplicht is. Er is immers geen bewijs te vinden uit de Koran of Soennah waaruit blijkt dat het vrijkomen van dit vocht – dat welbekend is onder de vouwen en op een natuurlijke wijze vrijkomt – de Woedoe’ verbreekt. Wanneer zij zich dus in een staat van reinheid bevindt, kan zij gewoon het gebed verrichten. En zelfs wanneer er tijdens het gebed iets van dat vocht vrijkomt, kan zij het gebed voltooien. Is dit duidelijk?

Vraag:

Valt dit dan niet onder de categorie: “Al hetgeen wat vrijkomt uit de uitscheidingswegen”?

Antwoord:

Absoluut, maar we moeten beseffen dat hetgeen wat benoemd wordt in sommige boeken van al-Fiqh, namelijk dat al hetgeen wat vrijkomt uit de uitscheidingswegen de Woedoe’ verbreekt, absoluut geen grondslag heeft binnen de Islam. Op grond van dit principe heerst daarom de illusie dat al hetgeen wat uit de uitscheidingswegen vrijkomt de Woedoe’ verbreekt, terwijl dit slechts de mening is van enkele geleerden.

Zo was Imam Maalik van mening dat wanneer er wormen uit de anus (d.w.z. aarsmaden) vrijkomen, dit de Woedoe’ niet verbreekt. Ondanks dat dit uit één van de uitscheidingswegen naar buiten treedt. Hetzelfde geldt wanneer iets dergelijks vrijkomt uit het geslachtsdeel, dan verbreekt ook dit de Woedoe’ niet. Het verklaren van iets als een ‘tenietdoener’ (van de Woedoe’) behoeft een bewijs uit de Koran of Soennah. Allah zegt:

“…of iemand van jullie komt van het toilet.”

(Soerat al-Maa’idah: 6)

Dit vers slaat niet op al hetgeen wat uit de anus vrijkomt. Hiermee wordt slechts gedoeld op urine en ontlasting. Daarnaast is het zo dat de Soennah vele religieuze wetgevingen nader expliceert en die bindend voor ons zijn. Net zoals de Edele Koran dat ook is.

Zo treffen wij bijvoorbeeld in de Soennah dat het vrijkomen van al-Madhiy (voorvocht) en al-Wadhiy (Een dikke witte substantie die vrijkomt na het urineren) de Woedoe’ verbreken. Hetzelfde geldt voor (het eten van) kamelenvlees. Ook dit verbreekt de Woedoe’. In deze gevallen kunnen we met zekerheid stellen dat het de Woedoe’ verbreekt, omdat er een specifieke religieuze tekst hierover te vinden is. Maar dat we zelfbedachte analogieën breed gaan toepassen door bijvoorbeeld te stellen dat de Woorden van Allah: “…of iemand van jullie komt van het toilet” ook gelden in geval van het vrijkomen van aarsmaden, omdat dit gepaard gaat met ontlasting…

Ondanks dat deze beredenering enigszins klopt, is het zo dat in een overlevering staat: “Hij heeft niet gesproken over sommige kwesties uit genade voor jullie. Vraag hier daarom niet naar.”

Als Allah het had gewild, dan had Hij ons in moeilijkheden gebracht, zoals in de Koran staat. Hij had dan kunnen zeggen dat alles wat via de uitscheidingswegen naar buiten komt de Woedoe’ verbreekt. Dit zouden korte en bondige woorden zijn geweest. Maar nergens in de Koran of Soennah treffen wij dit aan.

Dat hetgeen waar jij naar vraagt (d.w.z. vrouwelijk vocht) vrijkomt uit de uitscheidingswegen dient voor jou dan ook geen probleemgeval te zijn. Zoals we eerder hebben aangegeven is er dus absoluut geen bewijs te vinden dat dit algemene principe ondersteunt.

Sheikh Moehammad Naasir ud-Dien al-Albaanie
(Silsilat ul-Hoeda wan-Noer, tape 240)