|
14:21
Den Haag | cAsr
gebedstijdMiddel 13gebedstijd
Middel 7
06:21
Middel 6
08:23
Middel 5
12:40
Middel 2
14:21
Middel 4
16:41
Middel 3
18:36
Alle gebedstijden
Wie heeft de Koran zo genoemd?

Vraag:

Wie is degene die de Koran haar naam heeft gegeven? Ik las in een tijdschrift dat Aboe Bakr (moge Allah tevreden met hem zijn) de Koran zo heeft genoemd. Echter denk ik dat dit niet correct is. Allah zegt immers (interpretatie van de betekenis):

“Waarlijk, Wij zijn Degenen Die de Koran in delen aan jou (o Mohammed) hebben neergezonden.”

(Soerat al-Insaan: 23)

Antwoord:

Alle lof zij Allah.

Je hebt je eigen vraag beantwoord zoals het is. Het is Allah die dit Boek haar naam ‘de Koran’ heeft gegeven. Allah zegt (interpretatie van de betekenis):

“De maand Ramadan is het (d.w.z. de maand) waarin de Koran werd neergezonden…”

(Soerat al-Baqarah: 185)

“Denken zij dan niet na over de Koran?”

(Soerat an-Nisaa’: 82)

“En wanneer de Koran wordt voorgedragen, luister er dan naar en zwijg, opdat jullie begenadigd zullen worden.”

(Soerat al-Acraaf: 204)

“Voorwaar, Allah heeft van de gelovigen hun zielen en hun bezittingen gekocht, opdat er voor hen (daarvoor in de plaats) het Paradijs zal zijn. Zij strijden op de Weg van Allah, zij doden (anderen) en worden gedood. Een ware belofte van Hem (die geschreven staat) in de Thora, het Evangelie en de Koran.”

(Soerat at-Tawbah: 111)

“En het is niet mogelijk dat deze Koran door iemand anders dan Allah wordt voortgebracht. Maar het is een bevestiging van dat wat daarvóór (aan Boeken) is (geopenbaard) en (het is) een Uiteenzetting van het Boek waarover geen twijfel bestaat, (afkomstig) van de Heer van de werelden.”

(Soerat Yoenoes: 37)

“Voorwaar, Wij hebben het (d.w.z. de Koran) neergezonden als een Arabische Koran, opdat jullie zullen nadenken.”

(Soerat Yoesoef: 2)

“Wij vertellen jou (o Mohammed) de beste verhalen door middel van datgene wat Wij aan jou openbaarden van deze Koran. En jij behoorde daarvóór (d.w.z. voordat de Openbaring tot jou kwam) zeker tot de argelozen.”

(Soerat Yoesoef: 3)

“En voorzeker, Wij gaven jou zeven van al-Mathaanie1 en (Wij schonken jou) de grandioze Koran.”

(Soerat al-Hidjr: 87)

 

“Wanneer jij dan de Koran voordraagt, zoek dan jouw toevlucht bij Allah tegen de verdreven satan.”

(Soerat an-Nahl: 98)

“Voorwaar, deze Koran leidt naar datgene wat juist is en verkondigt verheugende Tijdingen aan de gelovigen die goede daden verrichten, dat er voor hen een grote Beloning is.”

(Soerat al-Israa’: 9)

“En Wij zenden (datgene) van de Koran neer wat een Genezing en Genade voor de gelovigen is. En het vermeerdert bij de onrechtplegers niets anders dan verlies.”

(Soerat al-Israa’: 82)

“Zeg: “Als de mensen en de djinns zich zouden verzamelen om met het gelijke aan deze Koran te komen, dan zouden zij niet met het gelijke hieraan kunnen komen, ook al zouden zij elkaar (hierbij) helpen.”

(Soerat al-Israa’: 88)

“En (het is) een Koran die Wij (in delen) hebben verdeeld, opdat jij het bedaard aan de mensen zult voordragen. En Wij hebben het (d.w.z. de Koran) in delen neergezonden.”

(Soerat al-Israa’: 106)

“Wij hebben de Koran niet aan jou (o Mohammed) neergezonden om jou te vermoeien.”

(Soerat Taa-Haa: 2)

“Verheven is Allah, de Koning, de Waarheid. En haast je niet met de Koran (o Mohammed), voordat zijn Openbaring aan jou vervolmaakt is. En zeg: “Mijn Heer, vermeerder mijn kennis.”

(Soerat Taa-Haa: 114)

“Taa-Sien. Dit zijn de Verzen van de Koran en (de Verzen van) een duidelijk Boek.”

(Soerat an-Naml: 1)

“En voorwaar, jij (o Mohammed) ontvangt de Koran zeker van de Zijde van de Alwijze, de Alwetende.”

(Soerat an-Naml: 6)

“Voorwaar, Degene Die jou (o Mohammed) de Koran heeft opgelegd, zal jou zeker terugvoeren naar de plaats van terugkeer.”

(Soerat al-Qasas: 85)

“Bij de nauwgezette Koran.”

(Soerat Yaa-Sien: 2)

“En voorzeker, Wij hebben de Koran vergemakkelijkt om (het) te (kunnen) gedenken. Is er dan iemand die hier lering uit trekt?”

(Soerat al-Qamar: 40)

“Voorwaar, het is zeker een Edele Koran.”

(Soerat al-Waaqicah: 77)

“Als Wij deze Koran zouden neerzenden aan een berg, dan zouden jullie deze zeker nederig zien splijten, uit vrees voor Allah.”

(Soerat al-Hashr: 21)

“Of vermeerder het. En reciteer de Koran in een langzame (duidelijke toon en) stijl.”

(Soerat al-Moezzammil: 4)

“Welnee! Het is een glorierijke Koran.”

(Soerat al-Boeroedj: 21)

Kan er na het zien van al deze verzen nog enige twijfel zijn dat Allah, en niet Aboe Bakr of een andere, de naam ‘Koran’ heeft gegeven aan het Boek dat Hij aan Mohammed (vrede zij met hem) heeft geopenbaard?

In het Arabisch komt het woord ‘Koran’ van het woord ‘al-Qar'’, dat ‘verzamelen’ en ‘bij elkaar plaatsen’ betekent. Het wordt zo genoemd omdat het een verzameling hoofdstukken is. Ook wordt verondersteld dat het zo wordt genoemd, omdat het de vruchten van de voorgaande geopenbaarde boeken bevat of omdat het alle soorten kennis combineert.

(Zie al-Itqaan van as-Soeyoetie; boekdeel 1, blz. 162-163)

Tenslotte raden wij je aan te letten op wat je leest, zodat je niet in de war raakt door onbetrouwbare bronnen in boeken en tijdschriften die ervoor kunnen zorgen dat je aan de waarheid gaat twijfelen.

Moge Allah jou en ons zegenen met nuttige kennis en ons helpen goede daden te verrichten.

Sheikh Mohammed Saalih al-Moenaddjid

 

1.     Dit zijn de verzen van Soerat al-Faatihah die herhaaldelijk worden gereciteerd.