|
12:37
Den Haag | Dhoehr
gebedstijdMiddel 13gebedstijd
Middel 7
06:13
Middel 6
08:12
Middel 5
12:37
Middel 2
14:25
Middel 4
16:47
Middel 3
18:40
Alle gebedstijden
80: Soerat cAbasa


 

In de Naam van Allah, de Meest Barmhartige, de meest Genadevolle 

Hij fronste en keerde zich af.

Omdat de blinde tot hem kwam.

En wat doet jou weten? Wellicht kwam hij om zich te reinigen.

Of om zich te vermanen. Wellicht zal de vermaning hem baten.

Wat betreft degene die denkt het zonder (Allah) te kunnen stellen.

Hem kom je tegemoet.

Terwijl jij niet verantwoordelijk wordt gehouden voor hem als hij zich niet reinigt.

En wat betreft degene die zich tot jou snelt.

Terwijl hij vreest.

Hem schenk je geen aandacht.

Welnee! Waarlijk het is een vermaning.

Wie dan wenst, laat zich hierdoor vermanen.

(Geschreven) op eerbiedwaardige bladen.

Verheven, gereinigd.

In de handen van ambassadeurs.

Eerbiedwaardig, deugdzaam.

Vervloekt is de mens. Wat is hij toch ondankbaar!

Waaruit heeft Hij hem geschapen?

Uit een druppel heeft Hij hem geschapen en hem de juiste verhoudingen gegeven.

Vervolgens vergemakkelijkte Hij voor hem de weg.

Vervolgens deed Hij hem sterven en begraven.

Waarna, als Hij wil, hem opwekt.

Welnee! Hij is datgene wat hem is opgedragen niet nagekomen.

Laat de mens dan naar zijn voedsel kijken.

Waarlijk, Wij hebben het water in overvloed doen storten.

Vervolgens hebben Wij de aarde veelvuldig opengereten.

Dan deden wij daaruit granen ontspruiten.

En druiven en wilgen.

En olijven en dadelpalmen.

En dichtbegroeide tuingaarden.

En vruchten en weidegras.

Ten bate van jullie en jullie vee.

Als dan het geschreeuw komt.

Op die Dag vlucht de mens voor zijn broeder.

En voor zijn moeder en zijn vader.

En voor zijn vrouw en zijn kinderen.

Eenieder van hen zal op die Dag een zaak hebben die hem bezighoudt.

Gezichten zullen op die Dag verheugd zijn.

Lachend, verblijd.

En gezichten zullen op die Dag met stof bedekt zijn.

Overgoten met duisternis.

Zij zijn degenen die de verdorvenen, de ongelovigen zijn.

Uitleg
 

De aanleiding voor de openbaring van deze verzen is dat er een blinde man onder de gelovigen naar de Profeet (vrede zij met hem) kwam voor het stellen van vragen en het krijgen van onderwijs. Tegelijkertijd kwam er ook een rijke man naar hem (vrede zij met hem). Aangezien de Profeet (vrede zij met hem) gebrand was op het leiden van alle mensen, wendde hij zich tot de rijke man en keerde hij de blinde man de rug toe, hopende dat de rijke man geleid zou worden. Dit werd hem door Allah verweten op een aannemelijke wijze. Hij zei (interpretatie van de betekenis): “Hij fronste en keerde zich af. Omdat de blinde tot hem kwam.”

Vervolgens laat Allah, de Verhevene, weten waarom de blinde man naar de Profeet (vrede zij met hem) kwam, zeggende (interpretatie van de betekenis): “En wat doet jou weten? Wellicht kwam hij om zich te reinigen,van kwalijk gedrag en om zich een verheven karakter toe te eigenen.

‘Of om zich te vermanen. Wellicht zal de vermaning hem baten. Wat betreft degene die denkt het zonder (Allah) te kunnen stellen. Hem kom je tegemoet. Terwijl jij niet verantwoordelijk wordt gehouden voor hem als hij zich niet reinigt. En wat betreft degene die zich tot jou snelt. Terwijl hij vreest. Hem schenk je geen aandacht.’ Dit is een belangrijk punt, omdat het hier gaat om de kern van de zending van de Boodschappers en het hoofddoel van iedere prediker, namelijk: degene die jou benadert voor kennis heeft meer recht op jouw aandacht dan degene die zich afwendt, geen interesse toont en jou niet om een religieuze uitspraak vraagt. Dit omdat hij hier simpelweg geen belangstelling voor heeft en ook ben jij in geen enkel opzicht verantwoordelijk voor de slechte daden die hij verricht. Dit wijst tevens op de bekende stelregel: een onzekere zaak wordt niet verkozen boven een zekere zaak en een onzeker profijt wordt niet verkozen boven een zeker profijt.

Hieruit kunnen wij ook concluderen dat een leraar meer aandacht dient te schenken aan een ijverige leerling, dan de rest. 

‘Welnee! Waarlijk het is een vermaning,’ die van Allah afkomstig is om de dienaren te vermanen, te onderwijzen en het rechte Pad te verduidelijken. Wanneer dit is gebeurd, ‘wie dan wenst, laat zich hierdoor vermanen,’ en handelt ernaar. Zoals Allah ook in een ander vers zegt (interpretatie van de betekenis):

“En zeg: ,,De waarheid is van jullie Heer, dus wie wil, laat hem dan geloven en wie wil laat hem dan ongelovig zijn.”                                                                                                                       (Soerat al-Kahf: 29)

Daarna laat Allah weten waar deze vermaning te vinden is en hoe verheven deze is, zeggende: (Geschreven) op eerbiedwaardige bladen. Verheven,” qua waarde en status. ‘Gereinigd,’ van alle tekortkomingen en buiten handbereik van iedere shaytaan.

Daarentegen bevindt zij zich ‘In de handen van ambassadeurs.’ En dit zijn de engelen die als ambassadeurs dienen tussen Allah en Zijn dienaren.

‘Eerbiedwaardig.’ Vervuld van het goede. ‘Deugdzaam,’ wat betreft hun harten en daden. Dit alles getuigt van het feit dat Allah, de Verhevene, Zijn Boek beschermt, dat Hij engelen heeft aangesteld als ambassadeurs die eerbiedwaardig, krachtig en godvruchtig zijn. En dat Hij de shayaatien de weg naar dit Boek versperd heeft.

Ondanks al dit weigert de mens nog steeds te geloven. Allah zegt (interpretatie van de betekenis): “Vervloekt is de mens. Wat is hij toch ondankbaar!” wat betreft de Gunsten van Allah en wat is hij hardnekkig in het accepteren van de waarheid nadat deze tot hem is gekomen. Maar wat stelt hij eigenlijk voor? Hij is één van de zwakste schepselen die door Allah uit verachtelijk vloeistof is geschapen. Vervolgens gaf Hij hem de juiste verhoudingen en de beste vorm.  

‘Vervolgens vergemakkelijkte Hij voor hem de weg,’ en heeft alle religieuze en wereldse middelen tot zijn beschikking gesteld. Hij wees hem de weg en stelde hem op de proef aan de hand van verboden en geboden.

‘Vervolgens deed Hij hem sterven en begraven.’ Hij eerde hem door hem te laten begraven, in tegenstelling tot de dieren die als kadavers bovengronds blijven liggen.

‘Waarna, als Hij wil, hem opwekt.’ Oftewel, na zijn dood wekt Hij hem op voor de Verrekening. Het is dus Allah alleen Die bepaalt wat er met de mens gebeurt, zonder enige deelgenoten. Desondanks, komt de mens Zijn bevelen niet na en slaat hij Zijn verplichtingen in de wind.

Daarna richt Allah de aandacht van de mens op zijn voedsel en de stadia die dit heeft moeten doorlopen om tot hem te komen, zeggende: “Laat de mens dan naar zijn voedsel kijken. Waarlijk, Wij hebben het water in overvloed doen storten.”

‘Vervolgens hebben Wij de aarde veelvuldig opengereten,’ zodat planten hieruit kunnen voortkomen. ‘Dan deden wij daaruit granen ontspruiten,’ en overige soorten spijzen en etenswaren, rijk aan smaak en voedingswaarden. ‘En druiven en wilgen. En olijven en dadelpalmen.’ De reden dat dit viertal wordt genoemd, is vanwege zijn veelvuldige voordelen en baten.

‘En dichtbegroeide tuingaarden. En vruchten, als delicatesse voor de mens, zoals vijgen, druiven, perziken en granaatappels en dergelijke. ‘En weidegras,’ dat als voedsel dient voor het vee. Vandaar dat Allah zegt (interpretatie van de betekenis): “Ten bate van jullie en jullie vee,” dat Allah geschapen heeft en ten dienste van jullie heeft gesteld.

Wie stilstaat bij al deze gunsten, kan er niet om heen zijn Heer dankbaarheid te tonen, zijn best te doen om tot Hem terug te keren, Zijn verplichtingen in acht te nemen en Zijn Berichtgevingen te geloven.

‘Als dan het geschreeuw komt.’ Oftewel, het geschreeuw van de Dag der Opstanding dat vanwege haar zware ontberingen alle aandacht opeist.

‘Op die Dag vlucht de mens,’ voor zijn meest dierbaren. ‘Voor zijn broeder en voor zijn moeder en zijn vader en voor zijn vrouw en zijn kinderen. Eenieder van hen zal op die Dag namelijk een zaak hebben die hem bezighoudt.’ Hij is die Dag volledig bezig zichzelf te redden en op die Dag zullen de mensen uiteengaan in twee groepen; de gelukzaligen en de ellendelingen. 

Wat betreft de gelukzaligen, hun ‘gezichten zullen op die Dag verheugd zijn,’ vanwege het feit dat zij getriomfeerd hebben. ‘Lachend, verblijd.’

‘En gezichten van de ellendelingen zullen op die Dag met stof bedekt zijn. Overgoten met duisternis.’ Donker en zwart van kleur zullen deze gezichten zijn. Zij zijn geheel ontnomen van elk greintje hoop.

‘Zij zijn degenen die de verdorvenen, de ongelovigen zijn.’ Degenen die ondankbaar waren voor de gunsten van Allah, Zijn tekenen verloochenden en zich vergrepen aan Zijn verboden.

Wij vragen Allah ons te vergeven, gezondheid te schenken. Hij is waarlijk Vrijgevig, Edelmoedig.