|
14:21
Den Haag | cAsr
gebedstijdMiddel 13gebedstijd
Middel 7
06:22
Middel 6
08:24
Middel 5
12:40
Middel 2
14:21
Middel 4
16:41
Middel 3
18:36
Alle gebedstijden
Hoofdstuk 2: Een aantal voordelen van de Hadj

Zoals in het vorige hoofdstuk is vermeld over de voortreffelijkheid en hoge status van de Hadj, behoort het tot de prominentste daden van aanbidding en tot de grootste manieren om toenadering tot Allah te zoeken. Het is één van de geweldige zuilen van de Islam en het is één van de sterke fundamenten waarop de Islam leunt en is gebouwd. Dit zoals we eerder hebben genoemd bij het bespreken van de wereldse en religieuze deugden en voordelen van de Hadj. Deze kan een persoon niet opsommen, noch is het begrensd en noch is iemand in staat ze te tellen. Hierover zegt Allah, de Verhevene, in de nobele Koran (interpretatie van de betekenis):

“En verkondig de hadj aan de mensen, waarna zij lopend en op elke kameel vanuit alle verre plaatsen naar jou toe zullen komen (om de hadj te verrichten). Zodat zij getuigen zullen zijn van de voordelen (daarvan) voor hen. En (zodat) zij de Naam van Allah op de bekende dagen zullen uitspreken (als dank) voor de veedieren waarmee Hij hen heeft voorzien. Dus eet daarvan en voed daarmee de behoeftige arme. Laat hen vervolgens hun rituelen vervolmaken, hun geloften nakomen en de Tawaaf verrichten om het oude Huis.”

(Soerat al-Haddj: 27-29)

Daarom zit de Hadj vol religieuze en wereldse voordelen. De Arabische letter “Laam”, vóór het woord “yash-hadoe”, wordt hier gebruikt voor een doel en reden die hier verbonden is aan de woorden “En verkondig de hadj aan de mensen, waarna zij lopend en op elke kameel vanuit alle verre plaatsen naar jou toe zullen komen (om de hadj te verrichten).” Dit betekent dat als de Hadj verkondigd wordt, zij lopend en rijdend zullen komen zodat zij getuigen kunnen zijn van de voordelen. Dus dat zij aanwezig kunnen zijn voor hun voordeel. En “zodat zij getuigen zullen zijn” is dat zij voordelen kunnen behalen.

Zijn Woord “Manaafic” (voordelen) is de meervoud van “Manfacah”. Allah doelt hier op zowel de religieuze voordelen als wereldse voordelen van deze specifieke daad van aanbidding. En die in geen enkele andere daad van aanbidding die gezamenlijk wordt verricht, gevonden kan worden.

Ibnoe abie Haatim heeft in zijn Tafsier verhaald dat Ibn cAbbaas over de volgende Woorden van Allah, de Verhevene (interpretatie van de betekenis):

“Zodat zij getuigen zullen zijn van de voordelen (daarvan) voor hen.”

(Soerat al-Haddj: 28)

heeft gezegd: “Voordelen in het wereldse en voordelen in het Hiernamaals. De voordelen in het Hiernamaals betreffen de Tevredenheid van Allah. En de voordelen van het wereldse betreft datgene dat zij verkrijgen van het vlees van het schaap, de geofferde dieren en de andere zaken.”

(as-Soeyoetie in ad-Doerar ul-Manthoer; boekdeel 6, blz. 37)

cAbdoer-Razzaaq heeft over het vers “Zodat zij getuigen zullen zijn van de voordelen (daarvan) voor hen” van Moedjaahid overgeleverd: “Handel en datgene dat Allah Tevreden stemt van de van het wereldse zaken en zaken van het Hiernamaals.”

(Tafsier cAbdoer-Razzaaq; boekdeel 2, blz. 36)

Ibn Djarier at-Tabarie heeft overgeleverd dat Moedjaahid over het vers “Zodat zij getuigen zullen zijn van de voordelen(daarvan) voor hen” heeft gezegd: “De beloning in het Hiernamaals en de zaken in het wereldse leven.”

(Djaamic ul-Bayaan; 10, blz. 147)

De voordelen die een pelgrim kan verkrijgen en kan aantreffen in de bedevaart naar al-Haraam, het Huis van Allah, zijn er vel en in verschillende soorten:

-Religieuze voordelen van grootse daden van aanbidding en belangrijke daden van gehoorzaamheid die niet plaatsvinden behalve gedurende de Hadj.

-Wereldse voordelen en opbrengsten en het bereiken van wereldse doelen. Zo zegt Allah in het vers over de Hadj (interpretatie van de betekenis):

“Er treft jullie geen blaam als jullie de Gunst van jullie Heer zoeken.”

(Soerat al-Baqarah: 198)

Aboe Daawoed en anderen hebben verhaald dat Ibn cAbbaas heeft gezegd: “Zij waren gewoonlijk angstig in het kopen, verkopen, bedrijven van handel gedurende dit seizoen en tijdens de Hadj, omdat zij zeiden: “Dit zijn de dagen van Dhikr (gedenken van Allah).”Toen openbaarde Allah (interpretatie van de betekenis):

“Er treft jullie geen blaam als jullie de Gunst van jullie Heer zoeken.”

(Soerat al-Baqarah: 198)

Het is overgeleverd dat Ibn cAbbaas over de betekenis van dit vers het volgende heeft gezegd: “Er is niets kwaads in het kopen en verkopen vóór en na de Ihraam.”

(Ibn Djarier; boekdeel 2, blz. 282)

Sheikh Mohamed al-Amien ash-Shanqietie (moge Allah genadig met hem zijn) heeft gezegd: “De exegesegeleerden zijn het eens over de Woorden van Allah “Er treft jullie geen blaam als jullie de Gunst van jullie Heer zoeken”, dat er geen zonde of schade is voor de pelgrim als dit hem niet weerhoudt van het uitvoeren van de Hadjrituelen.”

(Adwaa’ ul-Bayaan; boekdeel 5, blz. 489)

Ook behoren de geofferde en geslachte dieren tot de wereldse voordelen die de pelgrims bekomen. Zo zegt Allah (interpretatie van de betekenis):

“Voor jullie bevinden zich daarin (d.w.z. in de veedieren die geofferd worden) voordelen tot een vastgesteld tijdstip. Vervolgens zal de offerplaats ervan bij het oude Huis zijn.”

(Soerat al-Haddj: 33)

Daarnaast zijn er de religieuze voordelen die de bedevaartganger zal verkrijgen en die niet vergeleken kunnen worden met wereldse voordelen. De Hadj bevat grote beloningen, overvloedige boetedoeningen, vergeving van zonden, opgeven van slechte daden en vele andere geweldige religieuze voordelen die niet gecumuleerd kunnen worden. Dit alles verkrijgt de bedevaartganger als hij Taqwa (godsvrucht) heeft tijdens de Hadj door het uitvoeren van Zijn Bevelen en weg te blijven van Zijn Verboden.

Welk groter voordeel kan er zijn? Wat is er profijtvoller dan dat de bedevaartganger vertrekt van de Hadj zoals hij was op de dag dat zijn moeder hem geboorte gaf, zonder zonden of fouten. Zo zegt Allah (interpretatie van de betekenis):

“Maar wie haast heeft om na twee dagen te vertrekken, op hem rust geen zonde. En wie (het vertrek) uitstelt, op hem rust (ook) geen zonde, voor degene die (Allah) vreest.”

(Soerat al-Baqarah: 203)

In de Tafsier van dit vers vermeldde Ibn Djarier de meningen van de mensen van kennis, waarna hij de volgende betekenis noemde: “Er rust geen zonde op iemand die gedurende de drie dagen in Mina haast heeft en na twee dagen wilt vertrekken en dit ook doet. Dit aangezien Allah hem heeft gezuiverd van zonden als hij Allah vreesde tijdens de Hadj, vermeed wat Allah heeft bevolen om te vermijden, heeft gedaan wat Allah heeft bevolen te doen en gehoorzaam is geweest in het verrichten van de Hadj op de manier die Allah middels Zijn Regels van hem eiste. Op degene die de Hadj uitstelt tot de derde dag rust geen zonde, want Allah heeft bedekt wat is voorgegaan aan zonden en wandaden, als hij Taqwa had bij het verrichten van de Hadj binnen de gestelde grenzen.”

(Djaamic ul-Bayaan; boekdeel 2, blz. 309)

Daarna vermeldde Ibn Djarier enkele overleveringen van de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) met deze betekenis. En hieronder zijn woorden: “Degene die de Hadj verricht, geen gemeenschap heeft en Allah niet ongehoorzaam is, keert terug vrij van zonden. Net zoals de dag waarop zijn moeder hem geboorte gaf.”

(al-Boekhaarie en Moeslim)

De Boodschapper (vrede zij met hem) heeft gezegd: “De beloning voor een volmaakte Hadj is niets anders dan het Paradijs.”

(Moeslim)

En de Profeet (vrede zij met hem) heeft gezegd: “Verricht geregeld de Hadj en cOemrah, aangezien deze armoede en zonden teniet doen. Net zoals een blaasbalg afkomt van het vuil van ijzer.”

(an-Nasaa’ie, at-Tabaraanie;
Sahieh verklaard door Sheikh al-Albaanie)

Deze teksten tonen aan dat als een bedevaartganger de Hadj binnen haar grenzen verricht zoals Allah heeft bevolen, hij vrij is van alle zonden. Zoals Allah zegt (interpretatie van de betekenis):

En wie (het vertrek) uitstelt, op hem rust (ook) geen zonde, voor degene die (Allah) vreest.”

(Soerat al-Baqarah: 203)

Dit is voor degene die Allah vreest gedurende zijn Hadj door de bevelen uit te voeren en weg te blijven van het verbodene.

Er bestaat geen twijfel dat dit een grote deugd is en een geweldig voordeel waarnaar de gelovige harten zich haasten het te verkrijgen en de waarachtige zielen verlangen het te bereiken.

Bij Allah, hoe geweldig zijn Zijn Gunsten en hoe groots zijn de voordelen? Als de bedevaartganger naar zijn land terugkeert na het verrichten van de Hadj en zijn zonden vergeven zijn. Hij wordt zuiver en vrij van zijn zonden en slechte daden, zoals de dag dat zijn moeder hem geboorte gaf zonder zonde die op hem rust of enige tekortkoming. Als hij Taqwa had tijdens zijn Hadj.

Tot de grote Gunsten van de Heer en van Zijn voortreffelijke Goedheid tegenover Zijn pelgrims, en vrij is Hij van elke tekortkoming, is dat Hij tegenover Zijn Engelen pronkt over de bedevaartgangers die Zijn Huis bezoeken als zij met z’n allen op de vlakte van cArafah staan, zeggende: “Kijk naar Mijn dienaren die ongekamd, stoffig en offerend naar Mij zijn gekomen vanuit elke vallei. Ik neem jullie als getuigen dat ik hen zeker heb vergeven.”

(Ibn Khoezaymah;
Sheikh al-Albaanie heeft het zwak verklaard;
Wel zijn er zinsneden die overeenkomen met een andere overlevering bij o.a. imam Ahmad.)

Hiermee wordt het duidelijk dat de bedevaartganger terugkeert van zijn Hadj met het grootste voordeel en omvangrijke winst. En het is niets anders dan de vergiffenis voor zijn zonden door zijn Heer.

Na zijn Hadj begint hij een nieuw deugdzaam leven. Vol met Imaan en Taqwa en gevuld met goedheid, deugdzaam en volhardend in gehoorzaamheid. Maar de voorwaarde voor het verkrijgen van deze beloning is dat de Hadj goed wordt verricht in oprechtheid en eerlijkheid en waarbij alles vermeden wordt aan gemeenschap en ongehoorzaamheid tegenover Allah die de Hadj tenietdoen zoals eerder vermeld.

Als hij de Hadj zo verricht, dan wist dit datgene wat ervoor was (aan zonden). En vertrekt de bedevaartganger in een geweldige staat, namelijk zoals hij was op de dag dat zijn moeder hem geboorte gaf, zonder zonden of tekortkoming.

Sheikh cAbdoer-Razzaaq ibn cAbdoel-Moehsin al-Badr
(Doeroes cAqiedah Moestafaadatoen min al-Haddj)